All posts by jansen_kleton_claudia

Verruiming herinvesteringsreserve

Belastingheffing over de boekwinst, die wordt behaald bij de vervreemding van een bedrijfsmiddel, kan worden uitgesteld door de vorming van een herinvesteringsreserve. De herinvesteringsreserve wordt afgeboekt op de aanschaffingskosten van bedrijfsmiddelen, die in het jaar van vervreemding of in de daaropvolgende drie jaren worden aangeschaft. Deze afboeking verlaagt de afschrijvingsgrondslag van die bedrijfsmiddelen en verhoogt daarmee de winst.

Een herinvesteringsreserve, die is gevormd in de ene onderneming kan niet worden gebruikt voor een (her)investering in een andere onderneming. Bij een gedeeltelijke staking van een onderneming is het mogelijk om de herinvesteringsreserve toe te passen op herinvestering in het overgebleven gedeelte van die onderneming. Voorgesteld wordt om toepassing van de herinvesteringsreserve in een andere onderneming mogelijk te maken als de onderneming door overheidsingrijpen gedeeltelijk wordt gestaakt.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 18-09-2023

Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

De IACK is een heffingskorting voor alleenstaanden of minstverdienende partners die arbeid en zorg voor een kind, dat jonger is dan 12 jaar, combineren. Een van de voorwaarden voor de IACK is dat de ouder in een kalenderjaar ten minste zes maanden op hetzelfde woonadres in de basisregistratie personen staat ingeschreven als het kind. Bij co-ouderschap kan niet door beide ouders aan de inschrijvingseis worden voldaan. Voor die gevallen is een regeling in de uitvoeringsregeling opgenomen, waardoor beide ouders aanspraak kunnen maken op de IACK mits de zorg voor het kind tussen de beide ouders gelijk is verdeeld. De Hoge Raad heeft de regeling in een arrest uit 2022 ruimer uitgelegd dan de bedoeling was. Daarom wordt nu voorgesteld wordt om de co-ouderschapsregeling voor de IACK in de wet op te nemen en aan te passen. Co-ouders komen met ingang van 1 januari 2024 beiden in aanmerking voor de IACK als zij de zorg voor een kind gedurende het kalenderjaar gelijk hebben verdeeld. Aan die eis is voldaan als het kind ten minste 156 dagen van het kalenderjaar in elk van beide huishoudens verblijft.

Verder wordt voorgesteld te bepalen dat iemand, die ten minste zes maanden op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige verblijft maar die daar niet is ingeschreven en dus niet kwalificeert als partner, voor de toekenning van de IACK wordt gelijkgesteld met een partner.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 18-09-2023

Overige fiscale maatregelen 2024

De maatregelen in dit wetsvoorstel hebben geen gevolgen voor het budgettaire beeld. Het wetsvoorstel bevat de volgende wijzigingen:

  • reparatie lucratief belangregeling naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad;
  • voorkomen aftrekbeperking in eigenwoningregeling bij verhuisregelingen voor partners met een eigenwoningverleden;
  • reparatie ongewenste uitkomst invordering conserverende aanslag en technische aanpassing excessief lenen;
  • versterking aanpak dividendstripping voor de Belastingdienst;
  • herstel maximumbedrag aan vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR);
  • waarborgen verplichting elektronische aanvraag S&O-inhoudingsplichtigen;
  • aanpassing verwijzing naar box 2-tarief i.v.m. invoering progressief tarief box 2 per 2024;
  • met terugwerkende kracht aanpassen doorschuifregeling bij ontbinding, specifiek voor ondernemingsverliezen;
  • codificatie van een uitspraak van de Hoge Raad over het gebruik van handelskoerslijsten bij de belasting op personenauto’s en motorrijwielen (bpm);
  • codificatie van een arrest van de Hoge Raad over tariefswijzigingen;
  • verbetering van de delegatiegrondslag voor het definiëren van motorrijwielen bij de bpm en de motorrijtuigenbelasting (mrb); en
  • herstel reguliere navorderingstermijn Douane.
Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 18-09-2023

Fiscale beleggingsinstelling

Een fiscale beleggingsinstelling (fbi) is subjectief belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De winst van een fbi wordt belast tegen een tarief van 0% voor zover deze wordt uitgekeerd aan de beleggers. De regeling voor de fbi wordt aangepast door invoering van de zogenoemde vastgoedmaatregel. Daardoor is het vanaf 1 januari 2025 niet langer mogelijk voor een fbi om direct in Nederlands vastgoed te beleggen. Een beleggingsinstelling, die wel direct in Nederlands vastgoed belegt, wordt regulier belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Een fbi mag wel direct beleggen in vastgoed dat in het buitenland is gelegen.

Er komt een voorwaardelijke en tijdelijke vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2024 voor herstructureringen van bestaande fbi’s die beleggen in Nederlands vastgoed.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 18-09-2023

Aanpassing samenloopvrijstelling bij aandelentransacties

Bij de levering van nieuwe onroerende zaken is omzetbelasting verschuldigd. De verkrijging van bestaande onroerende zaken wordt in de regel bij de koper met overdrachtsbelasting. Wanneer nieuwe onroerende zaken via een aandelentransactie worden overgedragen is noch btw, noch overdrachtsbelasting verschuldigd. Voorgesteld wordt om de samenloopvrijstelling in de overdrachtsbelasting zodanig te wijzigen dat in ieder geval overdrachtsbelasting wordt geheven bij  de verkrijging van nieuwe onroerende zaken via een aandelenbelang. Dit geldt als de nieuwe onroerende zaken voor minder dan 90% worden gebruikt voor btw-belaste prestaties. Het tarief bedraagt in die gevallen 4%.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 18-09-2023

No-cure-no-payrechtsbijstand

Het kabinet wil de financiële prikkel voor no-cure-no payrechtsbijstand om namens een belanghebbende een bezwaarprocedure te starten of door te procederen vanwege een proceskostenvergoeding of een vergoeding van immateriële schade wegnemen. Dat komt met name voor bij WOZ- en bpm-procedures. Voor deze belastingen stelt het kabinet voor om: 

  1. de proceskostenvergoedingen te verlagen; 
  2. de hoogte van de vergoeding van immateriële schade wettelijk vast te leggen; en 
  3. te regelen dat uitbetalingen van deze vergoedingen plaatsvinden op een bankrekening van de belanghebbende.

Verlaging proceskostenvergoeding

Ter verlaging van de proceskostenvergoeding wordt bij procedures over de WOZ en de bpm een vermenigvuldigingsfactor ingevoerd. Deze bedraagt 0,25 als de belanghebbende inhoudelijk in het gelijk wordt gesteld en 0,10 in overige gevallen. Aan de punten per proceshandeling en de waarde per punt verandert niets.

Vergoeding van immateriële schade

Bezwaar- en beroepsprocedures moeten binnen een redelijke termijn worden afgehandeld.  De redelijke termijn is overschreden als de rechtbank niet binnen twee jaar na het indienen van het bezwaarschrift uitspraak doet. Voor de berechting in hoger beroep en cassatie geldt  als uitgangspunt dat de uitspraak binnen twee jaar na het instellen van het hoger beroep of het beroep in cassatie moet zijn gedaan. Voor de meeste bestuursrechtelijke geschillen is volgens de Hoge Raad voor ieder half jaar overschrijding van de redelijke termijn € 500 schadevergoeding verschuldigd. De termijn van overschrijding wordt naar boven afgerond. Voor een overschrijding van één dag is dus ook € 500 verschuldigd. Er zijn recente uitspraken van rechtbanken in WOZ-zaken, waarin de hoogte van de vergoeding van immateriële schade is verlaagd tot € 50 per half jaar vanwege het beperkte financiële belang. Het kabinet neemt dit bedrag over voor zover het WOZ- en bpm-procedures betreft.   

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 18-09-2023

Wijzigingen autobelastingen

De bpm is een belasting ter zake van de inschrijving van een auto in Nederland. De bpm voor een personenauto is opgebouwd uit een vast en een variabel deel, dat afhankelijk is van de CO2-uitstoot van de personenauto. In verband met de subsidie op de aanschaf van gebruikte elektrische auto’s wordt een verhoging van het vaste deel voorgesteld van € 200 ingaande in 2025.

Versoberen lagere mrb-tarieven kampeerauto

Het huidige kwarttarief in de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor kampeerauto’s wordt gewijzigd in een halftarief. Dat halftarief gold al voor kampeerauto’s die bedrijfsmatig worden verhuurd.

Versoberen oldtimersregeling mrb

Voertuigen van 40 jaar en ouder zijn vrijgesteld van mrb. Voor voertuigen, die nog geen 40 jaar oud zijn en een bouwjaar hebben tot 1988, geldt een overgangsregeling. Deze loopt per 1 januari 2028 af. Het kabinet stelt voor de bestaande vrijstelling per 1 januari 2028 te versoberen en alleen toe te passen op motorrijtuigen die voor 1988 zijn gebouwd.

Voertuigen met buitenlands kenteken

Voor in Nederland wonende houders van een voertuig met buitenlands kenteken geldt een strenger regime bij naheffing van mrb. Voor deze groep geldt een naheffingstermijn van maximaal vijf jaar. Deze wordt teruggebracht tot maximaal twaalf maanden. Ook wordt voorgesteld de bewijslast voor deze gevallen gelijk te stellen met de overige naheffingen.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 18-09-2023

Aanpassingen box 3

Twee vermogensbestanddelen in box 3, die nu onder de categorie overige bezittingen vallen met het bijbehorende hoge forfaitaire rendement, worden alsnog overgebracht naar de categorie banktegoeden. Het gaat om het aandeel in de reserves van een vereniging van eigenaars (VvE) van appartementen en om geld, dat op een derdengeldenrekening van een notaris of een gerechtsdeurwaarder staat. Het forfaitaire rendement voor banktegoeden past bij nader inzien beter bij het rendement op dit vermogen dan het rendementspercentage voor overige bezittingen. Voorgesteld wordt deze aanpassing met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2023 te laten gelden.

Het kabinet stelt daarnaast voor om onderlinge vorderingen en schulden in box 3 tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen te defiscaliseren. Dat wil zeggen dat deze vorderingen en schulden niet tot de rendementsgrondslag van box 3 behoren. Voorgesteld wordt ook deze aanpassing met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2023 te laten gelden.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 18-09-2023