All posts by jansen_kleton_claudia

Op transitievergoeding in mindering te brengen kosten

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding gewijzigd. Door de wijziging mag de werkgever kosten, die hij tijdens het dienstverband heeft gemaakt om de brede inzetbaarheid van de werknemer te bevorderen in mindering brengen op de transitievergoeding, tenzij de werknemer de verworven kennis en vaardigheden met name heeft aangewend in de functie die hij vervulde bij aanvang van de activiteiten. De bedoeling van de wijziging is om werkgevers te stimuleren om tijdens het dienstverband te investeren in de bredere inzetbaarheid van werknemers. De overige voorwaarden uit het Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding die gelden voor het in mindering kunnen brengen van kosten blijven van toepassing. De minister wijst er in de toelichting op dat kosten die worden gemaakt voor het uitoefenen van de huidige functie van de werknemer niet in mindering kunnen worden gebracht. Dat gold al onder de vorige versie van het besluit.

Tegelijkertijd heeft de minister een technische wijziging aangebracht in het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding. De wijziging houdt verband met de berekeningswijze van de gemiddelde arbeidsduur wanneer geen of een wisselende arbeidsduur is overeengekomen.

De wijzigingen zijn met ingang van 1 juli 2020 van kracht.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | besluit | 2019-0000147007, Staatsblad 2020, 188 | 02-07-2020

Kamervragen NOW

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Kamervragen beantwoord over de toepassing van de NOW-regeling voor ondernemers die van rechtsvorm zijn gewijzigd, een overname hebben gedaan of een nieuw bedrijf zijn gestart in de eerste drie maanden van 2020. Voor recent gestarte ondernemingen en ondernemingen die recent een overname hebben gedaan voorziet de NOW inmiddels in alternatieve rekenmethoden waardoor zij toch gebruik kunnen maken van de regeling. Als het loonheffingennummer van een onderneming is gewijzigd, zal de loonsom behorend bij dit nummer mogelijk niet representatief zijn voor de daadwerkelijke loonsom van de onderneming. Er bestaat dan in beginsel geen recht op een tegemoetkoming op grond van de NOW omdat er geen relevante loonsom is om subsidie over te verstrekken. Wanneer aanvragen bij het UWV uitvallen in de reguliere processen worden deze in de uitvoering zodanig beoordeeld en behandeld dat in zoveel mogelijk gevallen recht wordt gedaan aan het doel van de NOW. Dat geldt ook voor aanvragen waarin een recent ontvangen nieuw loonheffingennummer verhindert dat recht ontstaat op NOW.

De minister is niet van plan om bedrijven, die voor maart 2020 nog geen hele maand omzet hebben gedraaid, tegemoet te komen door aanpassing van de NOW.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2020-0000081990 | 02-07-2020

Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) kan worden aangevraagd

Onderdeel van het zogenaamde Noodpakket 2.0 is de subsidieregeling Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Deze regeling is de opvolger van de in het eerste noodpakket opgenomen TOGS, de tegemoetkoming voor ondernemers in getroffen sectoren. De TVL geldt voor een specifieke groep mkb-bedrijven. Deze groep omvat de zwaarst getroffen sectoren, waaronder horeca, recreatie, sportscholen en dergelijke. Doel van de regeling is ervoor te zorgen dat bedrijven over voldoende liquide middelen beschikken om in de komende maanden de vaste lasten te kunnen betalen en hun onderneming draaiende te houden. Evenals de TOGS is de TVL vrijgesteld van belastingheffing. De doelgroep van de TVL is dezelfde als de doelgroep van de TOGS. Anders dan in de TOGS wordt in de TVL rekening gehouden met de omvang van het omzetverlies en de omvang van de vaste lasten in een sector. Het geraamde budget voor de regeling is € 1,4 miljard.

Voorwaarden

Als voorwaarde voor de TVL geldt de combinatie van een omzetverlies van 30% of meer en een bedrag aan vaste lasten van ten minste € 4.000. Het omzetverlies wordt bepaald door de omzet in de subsidieperiode te vergelijken met dezelfde periode in 2019. Omdat de omzet nog niet bekend is wordt bij de aanvraag uitgegaan van de verwachte omzetdaling. Aan de hand van de verwachte omzetdaling wordt een voorschot op de subsidie uitgekeerd. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van de omzetgegevens in de btw-aangiften van het tweede en het derde kalenderkwartaal van 2019 en 2020. Dat geldt voor ondernemingen die per maand of per kwartaal aangifte doen. De omzet van het tweede kalenderkwartaal telt voor 1/3e mee en de omzet van het derde kalenderkwartaal volledig. Voor ondernemingen die op grond van hun nevenactiviteit in aanmerking komen voor subsidie werkt deze methode niet. Zij zullen hun omzet(verlies) op andere wijze aannemelijk moeten maken.

Voor ondernemingen die tussen 1 en 15 maart (voor het eerst) zijn ingeschreven in het handelsregister geldt de drempel van 30% omzetverlies niet.

De vaste lasten worden voor toepassing van de TVL bij benadering bepaald. Dat gebeurt door de omzet in de referentieperiode te vermenigvuldigen met de gemiddelde sectorafhankelijke verhouding tussen vaste lasten en omzet. Deze verhouding is te vinden in de tabel op de website van RVO.nl.

Subsidiebedrag

De hoogte van de subsidie is gebaseerd op het omzetverlies. Maximaal bedraagt de subsidie 50% van de vaste lasten bij 100% omzetverlies. Bij het behalen van de drempel van het omzetverlies van 30% bedraagt de TVL 15% van de vaste lasten. Ondernemingen, die tussen 1 en 15 maart 2020 zijn ingeschreven in het handelsregister en in de subsidieperiode ten minste € 4.000 vaste lasten verwachten te hebben, krijgen een vast subsidiebedrag van € 1.000.

Aanvraag

Aanvragen voor de TVL kunnen in de periode van 30 juni tot en met 30 oktober 2020 worden ingediend op www.rvo.nl/tvl. De aanvraag dient de volgende gegevens te bevatten: naam, adres, KvK-nummer en gegevens van de contactpersoon. Daarnaast moeten kopieën van de aangiften omzetbelasting of van andere bewijsstukken uit de boekhouding met de omzetgegevens over 2019 worden aangeleverd. Na verlening van de subsidie wordt een voorschot verstrekt van 80% van het subsidiebedrag.

Definitieve vaststelling

De ondernemer moet voor 1 april 2021 verzoeken om vaststelling van de subsidie via het daarvoor bestemde formulier op www.rvo.nl/tvl.

Administratie

De ondernemer die subsidie ontvangt uit de TVL is verplicht zijn administratie zodanig te voeren en te bewaren dat tot tien jaar na de subsidieverlening op duidelijke en eenvoudige wijze blijkt dat hij aan de eisen heeft voldaan.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | besluit | Staatscourant 2020 nr. 34295, WJZ/ 20146069 | 01-07-2020

Ontslag met wederzijds goedvinden

In het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat een overeenkomst, waarmee een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, alleen geldig is als deze schriftelijk is aangegaan. Bij discussie over de vraag of een arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd moet dus beoordeeld worden of er een overeenkomst is en of is voldaan aan het vormvoorschrift van schriftelijke vastlegging.

Een procedure bij de kantonrechter ging over de vraag of een arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden was beëindigd. Volgens de kantonrechter is het vormvoorschrift van schriftelijke vastlegging ondergeschikt aan de vraag of partijen daadwerkelijk een overeenkomst tot wederzijdse beëindiging van de arbeidsovereenkomst hebben bereikt. De kantonrechter stelde vast dat aan het schriftelijkheidsvereiste was voldaan in de vorm van een brief van de werkgever waarin stond dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden werd ontbonden.

Aan het tot stand komen van de overeenkomst tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst stelt de wet geen vormvoorschriften. Er moet sprake zijn van een aanbod om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, welk aanbod door de wederpartij is aanvaard. Onder verwijzing naar het arrest Grillroom Ramses II van de Hoge Raad uit 2005 oordeelde de kantonrechter dat de werkgever schriftelijk een aanbod aan de werknemer heeft gedaan om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. Uit het feit dat de werknemer vervolgens met de nieuwe werkgever tot overeenstemming is gekomen en daar op 1 juli 2019 daadwerkelijk in dienst is getreden en zonder protest de bedrijfseigendommen van de oude werkgever heeft ingeleverd, mocht de oude werkgever afleiden dat de werknemer de arbeidsovereenkomst als beëindigd beschouwde en het aanbod tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden heeft aanvaard. Daarmee is een overeenkomst tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden tussen werknemer en werkgever tot stand gekomen. Dat betekende dat de werknemer geen recht had op de transitievergoeding of op de gevorderde gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBDHA20205309, 8012879 RP VERZ 19-50514 | 25-06-2020

Bedragen uurloongrenzen jeugd-LIV 2020

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de onder- en bovengrenzen van de bandbreedte van het uurloon voor de toepassing van het jeugd-LIV voor het jaar 2020 vastgesteld.

 Leeftijd op 31-12-2019  ondergrens  bovengrens
 20 jaar  € 8,30  € 10,29
 19 jaar  € 6,23  €   9,24
 18 jaar  € 5,19  €   6,93
Bron: Ministerie van Sociale Zaken | besluit | Staatscourant 2020, Nr. 32048, nr. 2020-0000070391 | 25-06-2020

Besluit fiscale noodmaatregelen geactualiseerd

De staatssecretaris van Financiën heeft het besluit met fiscale noodmaatregelen ter bestrijding van de coronacrisis geactualiseerd. Ten opzichte van het vorige besluit zijn enkele onderwerpen toegevoegd.

  • De regeling bijzonder uitstel van betaling zonder invorderingsmaatregelen geldt ook voor de bpm die vergunninghouders vanaf 1 mei 2020 verschuldigd zijn geworden.
  • De tegemoetkoming vaste lasten MKB is de opvolger van de Tegemoetkoming Ondernemers in Getroffen Sectoren (TOGS). Beide tegemoetkomingen zijn vrijgesteld van winstbelasting (inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting).
  • Voor het algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) geldt een publicatieplicht voor hun financiële gegevens. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat de reguliere termijn van zes maanden na afloop van het boekjaar kan worden verlengd met maximaal vier maanden.
  • De reeds bestaande goedkeuring voor een vaste reiskostenvergoeding is verduidelijkt en uitgebreid tot andere vaste vergoedingen. De werkgever hoeft geen rekening te houden met een verandering van het reispatroon van de werknemer door de coronacrisis en mag blijven uitgaan van de feiten waar de vaste vergoeding op gebaseerd is. De werkgever mag gedurende de werking van dit besluit ook andere vaste vergoedingen ongewijzigd voortzetten, mits de werknemer uiterlijk op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht kreeg op de vaste vergoedingen.
  • De goedkeuring voor de vrijstelling van bpm en mrb voor kortstondig gebruik van een motorrijtuig met buitenlands kenteken door een Nederlands ingezetene is uitgebreid. Tot 1 oktober 2020 is het mogelijk om de vrijstelling een tweede keer aan te vragen door dezelfde persoon voor hetzelfde motorrijtuig in die gevallen waarin keuring voor het motorrijtuig niet kon plaatsvinden in verband met de coronamaatregelen van de RDW.
  • Voor uitstel van betaling van belastingen voor langer dan drie maanden is als aanvullende voorwaarde opgenomen dat geen bonussen worden uitgekeerd aan de Raad van Bestuur en de directie, geen dividend wordt uitgekeerd en geen eigen aandelen worden ingekocht in de periode vanaf het indienen van het uitstelverzoek tot en met de datum van de vergadering van aandeelhouders waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021.

De termijnen van bestaande goedkeuringen zijn verlengd.

Bron: Ministerie van Financiën | besluit | Staatscourant 2020 nr. 33211, nr. 2020-12560 | 25-06-2020

Regeling NOW-2 gepubliceerd

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de regeling NOW-2 naar de Tweede Kamer gestuurd. De tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid wordt verlengd tot 1 oktober 2020. Aanvragen voor de NOW-2 kunnen vanaf 6 juli tot en met 31 augustus 2020.

De NOW-2 wijkt op een aantal punten af van de NOW-1. Het subsidietijdvak is verlengd van drie naar vier maanden en de loonsom wordt vastgesteld aan de hand van de loonsom in de maand maart. De forfaitaire opslag voor werkgeverslasten is verhoogd van 30 naar 40%.

De NOW-2 kent nieuwe voorwaarden. Een bedrijf dat een subsidie van € 125.000 of meer ontvangt of een voorschot van € 100.000 of meer mag over dit jaar geen winstuitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur en de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Voor concerns die hun omzetdaling op werkmaatschappijniveau willen berekenen gold deze voorwaarde al voor de NOW-1 ongeacht de hoogte van het voorschot of de subsidie. De in de NOW-1 opgenomen extra korting van 50% bij bedrijfseconomisch ontslag in de subsidieperiode is vervallen.

Anders dan aanvankelijk is aangekondigd hoeft een werkgever, die zowel de eerste als de tweede tranche NOW heeft aangevraagd, de definitieve vaststelling voor beide tranches niet gelijktijdig aan te vragen. Vaststelling aanvragen voor de eerste tranche kan vanaf 7 oktober 2020. Voor de tweede tranche is vaststelling aanvragen mogelijk vanaf 15 november 2020.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | besluit | 2020-0000087100 | 25-06-2020

Stand van zaken Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19

De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat heeft een brief over de stand van zaken met betrekking tot de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) aan de Tweede Kamer gestuurd. Tot en met 9 juni 2020 zijn circa 200.000 aanvragen ingediend en is circa € 790 miljoen uitgekeerd. Sinds de openstelling is de TOGS-regeling enkele keren aangepast. Een van de aanpassingen gaf ondernemers op basis van hun geregistreerde nevenactiviteit aanspraak op de regeling. Door de laatste aanpassingen kunnen audiciens, warme bakkers, handelaren in en reparateurs van caravans en supermarkten op campings, stations, transportterminals, studentencampussen en recreatieterreinen alsnog aanspraak maken op de TOGS. Dat geldt ook voor dorpshuizen en wijkcentra. De volledige lijst met correcties is gepubliceerd op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Op 26 juni 2020 wordt de TOGS-regeling gesloten.

Bron: Ministerie van Economische Zaken | publicatie | DGBI-O / 20164871 | 18-06-2020

Tijdelijke Overbruggingsregeling Flexibele Arbeidskrachten gepubliceerd

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA) gepubliceerd. De TOFA is een vangnet voor mensen die door de coronacrisis een forse terugval hebben in hun inkomen maar geen aanspraak kunnen maken op WW, bijstand of een andere socialezekerheidsregeling.

Om in aanmerking te komen voor de TOFA moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

  1. de werknemer heeft in februari 2020 ten minste € 400 loon ontvangen;
  2. de werknemer heeft in maart 2020 ten minste € 1 aan loon genoten;
  3. de werknemer was op 1 april 2020 achttien jaar of ouder maar had de AOW-leeftijd nog niet bereikt;
  4. de werknemer heeft in april substantieel inkomensverlies geleden ten opzichte van februari en in ieder geval minder dan € 550 verdiend.

De tegemoetkoming bedraagt € 550 bruto per maand. De TOFA moet worden aangevraagd bij het UWV.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | besluit | Staatscourant Nr. 31395, 2020-0000061136 | 18-06-2020

Aanpassing uitkeringsbedragen per 1 juli 2020

De uitkeringsbedragen van een aantal sociale verzekeringen zijn gekoppeld aan het netto minimumloon. Als gevolg van de verhoging per 1 juli 2020 van het bruto minimumloon met 1,6% worden diverse bedragen in de sociale verzekeringen aangepast. Het betreft onder meer de nabestaanden- en de wezenuitkering in de Algemene nabestaandenwet (Anw) en het ouderdomspensioen van de Algemene Ouderdomswet (AOW).

De nabestaandenuitkering van de Anw bedraagt € 1.243,94 bruto per maand. Voor een nabestaande in een verzorgingsrelatie en voor nabestaanden in meerpersoonshuishoudens bedraagt de uitkering € 785,09 bruto per maand.

De bruto wezenuitkering bedraagt voor een kind jonger dan 10 jaar € 398,06. Voor een kind dat ouder is dan 10 maar jonger dan 16 jaar bedraagt de uitkering € 597,09. Voor een kind ouder dan 16 jaar bedraagt de wezenuitkering € 796,12.

Voor alleenstaanden gaat de AOW-uitkering naar € 1.245,04 per maand. Voor gehuwden en samenwonenden gaat de AOW-uitkering naar € 844,40 per maand.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | besluit | 2020-0000061507 | 18-06-2020