All posts by jansen_kleton_claudia

Wijziging besluit Wet financiering sociale verzekeringen

Naast de verplichting om het loon door te betalen van zieke werknemers hebben werkgevers de verplichting om de werknemer te re-integreren. In eerste instantie is re-integratie gericht op terugkeer binnen het eigen bedrijf. Als dat niet lukt, moet onderzocht worden of de werknemer bij een andere werkgever het werk kan hervatten. Het kabinet heeft besloten kleine werkgevers  tegemoet te komen in de kosten van loondoorbetaling. Dat is mogelijk gemaakt door een wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen, waarmee wordt voorzien in differentiatie naar grootte van werkgever bij de premieheffing voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). De minister van SZW heeft een besluit tot wijziging van het besluit Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) en het besluit structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) gepubliceerd. Het besluit regelt de uitwerking van de hiervoor genoemde wijziging van de Wfsv. De inwerkingtreding van de gedifferentieerde premieheffing is voorzien per 1 januari 2022. In het wijzigingsbesluit wordt onderscheid gemaakt tussen kleine werkgevers en middelgrote en grote werkgevers. De loonsom van een kleine werkgever bedraagt maximaal 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon. In het besluit wordt verder bepaald hoe voor de bepaling van de grootte omgegaan moet worden met een overgang van onderneming. De systematiek voor de Werkhervattingskas (Whk) wordt aangepast zodat er voor de premievaststelling Whk en Aof dezelfde definities van kleine werkgevers gelden. Dat betekent dat ook voor de Whk de grens tussen kleine werkgever en middelgrote werkgever wordt gelegd bij een premieplichtige loonsom tot en met 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon.

Voor kleine werkgevers worden de WGA- en ZW-premie per sector vastgesteld. Voor middelgrote werkgevers worden de WGA- en ZW-premiecomponenten gedeeltelijk per sector en gedeeltelijk individueel vastgesteld. Voor grote werkgevers worden de WGA- en ZW-premiecomponenten volledig individueel vastgesteld.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | besluit | nr. 2021-0000074363; Staatsblad 2021, 340 | 06-07-2021

Belastingplan onder embargo naar Kamer

De staatssecretaris van Financiën heeft bekendgemaakt dat, naast de Miljoenennota en de begrotingswetten, ook het pakket Belastingplan enkele dagen voor Prinsjesdag onder embargo aan de Tweede Kamer zal worden verstrekt. Het standpunt van het kabinet is dat het verstrekken van wetsvoorstellen onder embargo beperkt dient te blijven tot uitzonderlijke situaties. Bij het jaarlijkse Belastingplan is daarvan sprake, omdat het Belastingplan een integraal onderdeel is van het totaal van de rijksbegroting.

De staatssecretaris merkt op dat het Belastingplan onderdelen kan bevatten met koersgevoelige informatie of onderdelen die met terugwerkende kracht in werking treden. Dat kan een reden zijn om deze onderdelen niet onder embargo te verstrekken. Deze onderdelen zullen dan enkele dagen later op Prinsjesdag met het gehele pakket aan het Parlement worden aangeboden.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2021-0000137373 | 13-07-2021

Regeling subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19

De minister van LNV heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de openstelling van de regeling subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19 (OVK) per 7 juli. De OVK heeft als doel om de maxima van het steunpakket voor de primaire landbouwbedrijven gelijk te trekken met die van niet-landbouwbedrijven. Het maximum van het Europese tijdelijke staatssteunkader voor landbouwbedrijven bedraagt € 225.000 en is lager dan het maximum voor andere bedrijven van € 1,8 miljoen. Daarom is onder een andere paragraaf van het tijdelijke staatssteunkader een regeling opgesteld, die het mogelijk maakt om ook middelgrote land- en tuinbouwbedrijven (SBI-codes 01.1 tot en met 01.5) substantieel te helpen.

Het betreffende staatssteunkader bepaalt dat, anders dan bij de TVL, omzetverlies niet direct gedekt kan worden. De subsidie moet gebaseerd worden op de ongedekte vaste kosten. Van de ongedekte vaste kosten wordt 70% vergoed. De OVK vormt een aanvulling op de TVL. Agrarische ondernemers moeten eerst de reguliere TVL volledig benutten voordat zij toekomen aan de OVK.

De OVK kan in één keer worden aangevraagd voor het eerste en het tweede kwartaal van 2021. De subsidie voor deze twee kwartalen wordt in één keer verleend.

Bron: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit | publicatie | DGA-EIA / 21162046 | 20-07-2021

Memorie van antwoord nader voorlopig verslag Wet betaald ouderschapsverlof

Het wetsvoorstel ter invoering van betaald ouderschapsverlof is in behandeling bij de Eerste Kamer. De invoering van betaald ouderschapsverlof is een verplichting die voortvloeit uit een Europese richtlijn. Uiterlijk op 2 augustus 2022 moet de invoering zijn afgerond. Het UWV heeft aangegeven 22 maanden nodig te hebben om het wetsvoorstel uit te kunnen voeren. De werkzaamheden bij het UWV zijn zo ver gevorderd, dat de minister van SZW het wenselijk vindt dat de Eerste Kamer snel over de aanvaarding van het wetsvoorstel besluit zodat zekerheid bestaat over de wetgeving zoals die per 2 augustus 2022 in werking treedt.

De minister heeft de nadere memorie van antwoord bij het voorlopig verslag naar de Eerste Kamer gestuurd. In de nadere memorie worden aanvullende vragen van de diverse fracties over het wetsvoorstel beantwoord. Een van de vragen betreft de hoogte van de uitkering. Deze is in het wetsvoorstel vastgesteld op 50% van het dagloon. Naar aanleiding van de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is het mogelijk gemaakt om voor de datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel bij Koninklijk Besluit het uitkeringspercentage te verhogen tot 70 Volgens de minister is daar op dit moment geen dekking voor.

Een andere vraag betreft de lappendeken aan verlofregelingen. De minister wijst erop dat dit wetsvoorstel uitsluitend is bedoeld voor de implementatie van de Europese richtlijn. Er heeft al wel onderzoek plaatsgevonden naar een herziening en vereenvoudiging van het verlofstelsel. De uitkomst daarvan is dat met een beperkt aantal relatief simpele wijzigingen enige vereenvoudiging mogelijk is. Voor verdergaande vereenvoudiging moeten keuzes worden gemaakt met aanzienlijke financiële gevolgen en gevolgen voor werknemer en werkgever. Besluitvorming daarover wordt aan een volgend kabinet gelaten.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | wetsvoorstel | 2021-0000112345 | 08-07-2021

Verplicht eigen risico Zvw 2022

Het verplicht eigen risico voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) is al enkele jaren bevroren op € 385. De Tweede Kamer heeft onlangs met algemene stemmen een motie aangenomen waarin gevraagd wordt om het eigen risico voor 2022 niet te verhogen. Het kabinet geeft gehoor aan dit verzoek en heeft een wetsvoorstel in voorbereiding waarmee het verplicht eigen risico van de basisverzekering in 2022 wordt gefixeerd op het bedrag van € 385 per jaar per verzekerde van 18 jaar of ouder. Een volgend kabinet kan dan een besluit nemen over het eigen risico in 2023 en latere jaren.

Bron: Overig | publicatie | 3227384-1012526-Z | 13-07-2021

Steunmaatregel varend erfgoed

Onderdeel van het aanvullende steunpakket voor de culturele en creatieve sector is een regeling voor het behoud van het varend erfgoed, de zogenaamde bruine vloot. De regeling is een aanvulling op de TVL en betreft de voor de bruine vloot onvermijdbare variabele lasten. Voor de vormgeving van de regeling is waar mogelijk aangesloten bij de systematiek van de TVL.

De subsidie is bedoeld voor in Nederland gevestigde mkb-ondernemingen, die in het handelsregister zijn ingeschreven onder de SBI-code 5010, 5030 of 9103 of die activiteiten verrichten die onder deze codes vallen. De onderneming dient eigenaar te zijn van een historisch zeilschip, waarvan de kiel is gelegd in 1971 of eerder en dat wordt gebruikt voor de passagiersvaart. De regeling geldt uitsluitend voor private ondernemingen. De subsidie wordt bepaald op basis van de omzet in de referentieperiode, het omzetverlies in de subsidieperiode, het percentage vaste lasten en variabele lasten en het subsidiepercentage.

Om in aanmerking te komen voor subsidie moet een onderneming ten minste 30% omzetverlies hebben. Het omzetverlies wordt bepaald door de omzet van het tweede tot en met het vierde kwartaal van 2020 te vergelijken met dezelfde periode in 2019. Om aanspraak te kunnen maken op de subsidie moeten de vaste en variabele lasten van de onderneming meer dan € 1.000 bedragen. Overeenkomstig de systematiek van de TVL worden de vaste en variabele lasten bepaald door de omzet in de referentieperiode te vermenigvuldigen met het omzetverlies en met het vaste lastenpercentage plus het variabele lastenpercentage. Het aandeel van de vaste lasten in de omzet is bepaald op 43%. Het aandeel variabele lasten in de omzet is bepaald op 30%. Het subsidiepercentage bedraagt 50. Het subsidiebedrag kent een bovengrens van € 124.999 per onderneming.

Aanvragen kunnen worden ingediend van 29 juni 2021 tot en met 24 augustus 2021. De subsidie wordt direct vastgesteld, zonder voorafgaande beschikking tot subsidieverlening. Het volledige subsidiebedrag wordt direct uitgekeerd. De uiterste datum van subsidievaststelling is 31 december 2021. Na deze datum vervalt de regeling.

Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | besluit | Staatscourant 2021, Nr. 33700 | 27-06-2021

Voortgang TONK

De minister van SZW heeft een de Tweede Kamer in een brief geïnformeerd over de voortgang van de Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK). In het kader van de verlenging van het steun- en herstelpakket is ook de TONK verlengd tot 1 oktober 2021.

De TONK is geïntroduceerd omdat andere regelingen geen of onvoldoende steun boden. De TONK is opgenomen in het juridisch kader van de bijzondere bijstand als onderdeel van de Participatiewet. Het kader van de bijzondere bijstand betekent dat er sprake moet zijn van bijzondere omstandigheden waarin de noodzakelijke kosten door een huishouden niet kunnen worden voldaan uit de resterende draagkracht. Gemeenten voeren de TONK uit en kunnen zelf de voorwaarden bepalen waaronder ondersteuning wordt verleend. Het aanvankelijk beschikbaar gestelde budget van € 130 miljoen is verdubbeld.

Het aantal aanvragen voor de TONK ligt lager dan verwacht. Dat biedt gemeenten de mogelijkheid om hun beleid te verruimen. Veel gemeenten hebben de regeling inmiddels aangepast of zijn van plan dat te doen.

De minister is van mening dat gemeenten op een goede wijze invulling geven aan de uitvoering van de TONK en dat de verschillen qua toepassing tussen gemeenten kleiner zijn geworden.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | publicatie | 2021-0000107690 | 11-07-2021

Publicatie Garantieregeling Evenementen

De staatssecretaris van EZK heeft de Tweede Kamer meegedeeld dat de Europese Commissie de tijdelijke regeling subsidie evenementen covid-19 (Garantieregeling Evenementen) heeft goedgekeurd. De regeling is op 17 juni 2021 in de Staatscourant gepubliceerd en staat vanaf 18 juni open. De evenementenregeling houdt in dat het Rijk garant staat voor de gemaakte kosten wanneer een evenement door coronabeperkingen van de rijksoverheid niet door kan gaan. De steun is bedoeld voor professionele organisatoren van evenementen die in Nederland gepland staan tussen 1 juli en 31 december 2021. Het gaat om festivals, concerten, sportevenementen en zakelijke evenementen. Om in aanmerking te komen voor de garantieregeling moeten organisatoren een evenementenvergunning hebben van de gemeente. Een verklaring van lokaal bevoegd gezag dat deze voornemens was een vergunning te verstrekken als het evenementenverbod er niet was geweest is ook mogelijk. Organisaties, die in aanmerking komen voor de regeling, ontvangen 80% van de kosten terug als gift. Voor de overige 20% kan een lening afgesloten worden. Het kabinet heeft € 385 miljoen voor deze regeling gereserveerd.

Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | publicatie | DGBI / 21163523 | 16-06-2021

Verlenging corona-afspraken België over grensarbeid

Nederland en België hebben de overeenkomst over de behandeling van grensarbeiders tijdens de coronacrisis verlengd tot en met 30 september 2021. Op grond van deze overeenkomst worden thuiswerkdagen van grensarbeiders onder voorwaarden aangemerkt als werkdagen in het land waar de grensarbeider de dienstbetrekking normaliter uitoefent. Als een werknemer vanwege de coronacrisis thuis blijft zonder te werken, wordt de verdeling van de heffingsrechten gebaseerd op de verhouding van dagen gewerkt in de werkstaat/totaal gewerkte dagen als wanneer de werknemer niet thuis zou hebben gewerkt.

Bron: Ministerie van Financiën | besluit | Staatscourant 2021, Nr. 34005 | 30-06-2021

Bedragen kinderbijslag per 1 juli 2021

De minister van SZW heeft de bedragen van de Algemene Kinderbijslagwet, zoals deze met ingang van 1 juli 2021 gelden, gepubliceerd. De bedragen luiden als volgt:

  • voor een kind, dat jonger is dan 6 jaar € 224,87;
  • voor een kind, dat 6 jaar of ouder is maar jonger dan 12 jaar € 273,05; en
  • voor een kind, dat 12 jaar of ouder is maar jonger dan 18 jaar € 321,24.

De bedragen gelden per kwartaal.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | besluit | nr. 2001-0000081963, Staatscourant 2021, Nr. 31645 | 06-07-2021