Beantwoording vragen over Belastingplan van Tweede Kamer

Bij de Tweede Kamer is het pakket wetsvoorstellen van het Belastingplan 2021 in behandeling. De staatssecretaris van Financiën heeft schriftelijk gereageerd op vragen die door Kamerleden bij de behandeling zijn gesteld. Een van de vragen betreft een lijst met fiscale wetgeving die het kabinet op dit moment voorziet.

Nog in te dienen fiscale wetsvoorstellen

 Wetsvoorstel

 Tijdstip van indiening

 Inwerkingtreding per

 Fiscale verzamelwet 2022

 Voorjaar 2021

 

 Wetsvoorstel aanpassing   arm’s lengthbeginsel

 Idem

 1 januari 2022

 Wetsvoorstel invoering   conditionele bronbelasting op   dividend

 Idem

 1 januari 2024

 Wetsvoorstel   gegevensverwerking     Belastingdienst

 

 1 januari 2022

 Implementatie wijzigingen   horizontale accijnsrichtlijn

 

 31 december 2021

 

Daarnaast zijn de volgende wetsvoorstellen, afgezien van het pakket Belastingplan 2021, momenteel in behandeling bij Tweede Kamer.

  1. Wet minimum CO₂-prijs elektriciteitsopwekking (35216)
  2. Wet excessief lenen bij eigen vennootschap (35496)
  3. Wet implementatie richtlijnen elektronische handel (35527)

Een andere vraag betreft de vereenvoudiging van de premieheffing en belastingheffing van grensarbeiders. De staatssecretaris is in overleg met Duitsland over een aanpassing van het belastingverdrag om tot een oplossing voor onevenwichtige uitkomsten met betrekking tot de belastingheffing over bepaalde Duitse kortdurende socialezekerheidsuitkeringen te komen. Daarnaast heeft hij aan Duitsland en België voorgesteld om te onderzoeken of er mogelijkheden voor een thuiswerkdrempel in de belastingverdragen zijn, waardoor incidenteel thuiswerken niet direct tot veranderingen in de belastingheffing leidt.

Een van de wetsvoorstellen betreft een beperking van de liquidatie- en stakingsverliesregeling. Naar aanleiding van een artikel in de fiscale literatuur, waarin wordt opgemerkt dat de toetsperiode kan worden omzeild door in het zicht van liquidatie de te ontbinden deelneming te splitsen, kondigt de staatssecretaris een nota van wijziging aan. Het in het betreffende artikel omschreven effect is volgens de staatssecretaris ongewenst. Anders dan bij fusies wordt het opgeofferde bedrag bij splitsingen niet aangepast als de waarde in het economisch verkeer van de splitsende deelneming lager is dan het daarvoor opgeofferde bedrag. Door in het zicht van liquidatie over te gaan tot splitsing wordt voldaan aan de voorwaarden in de liquidatieverliesregeling, terwijl de splitsing geen nadelig effect heeft op de uiteindelijke hoogte van het in aanmerking te nemen liquidatieverlies. In de nota van wijziging zal de wetsbepaling bij splitsingen op dit punt in overeenstemming worden gebracht met de bepaling voor fusies.

Uitgebreid is stilgestaan bij de voorgestelde differentiatie van het tarief in de overdrachtsbelasting. Het wetsvoorstel beoogt om het tarief van 2% en de startersvrijstelling te beperken tot woningen die door de koper zelf anders dan tijdelijk als hoofdverblijf worden gebruikt. Tweede woningen en woningen voor (studerende) kinderen vallen daar niet onder. Voor het toepassen van het verlaagde tarief of de vrijstelling mag de notaris vertrouwen op de hoofdverblijfverklaring van de koper. De staatssecretaris is van mening dat de afbakening van de vrijstelling op leeftijd en de koppeling aan het gebruik van de woning als hoofdverblijf de regeling minder gevoelig maken voor constructies om onder het hoge tarief van de overdrachtsbelasting uit te komen. Daarnaast is de regeling uitvoerbaar voor de uitvoerende instanties.

Als twee partners samen een woning kopen, die aan hen gezamenlijk wordt geleverd, zal voor de overdrachtsbelasting per verkrijger beoordeeld moeten worden of aan de voorwaarden voor het verlaagde tarief of de startersvrijstelling wordt voldaan. De notaris kan desondanks één nota van afrekening opstellen, waarin hij de verschuldigde overdrachtsbelasting per verkrijger opneemt. In het najaar van 2024 is een tussenevaluatie voorzien. De staatssecretaris deelt de wens van de Kamer om het gebruik van de startersvrijstelling goed te monitoren. Een evaluatie in 2022 vindt hij te vroeg om een goed beeld te krijgen.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 2020-0000207315 | 25-10-2020