All posts by jansen_kleton_claudia

Internetconsultatie aanpassing dagloon- en inkomensbesluit

Vanaf 1 juli 2020 hebben partners van de moeder recht op aanvullend geboorteverlof. Dit verlof bedraagt maximaal vijf weken. Tijdens het verlof bestaat geen wettelijk recht op loondoorbetaling, maar wel recht op een uitkering ter hoogte van 70% van het (maximum)dagloon. Het aanvullend geboorteverlof is geregeld in de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG). De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een concept besluit ter consultatie gepubliceerd. Het besluit omvat aanpassingen van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten en het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen om te regelen wat onder inkomen wordt verstaan als iemand de nieuwe uitkering ontvangt. De uitkering vanwege aanvullend geboorteverlof heeft, ondanks dat deze 70% van het dagloon bedraagt, geen verlagend effect op het dagloon voor de verschillende werknemersverzekeringen. Dat betekent dat een uitkering uit een van de werknemersverzekeringen niet lager wordt omdat een werknemer eerder aanvullend geboorteverlof heeft genoten.

Reacties op het concept besluit kunnen tot 12 februari 2019 worden ingediend ophttps://www.internetconsultatie.nl//wijziging_inkomensbesluit_en_dagloonbesluit_ivm_aanvullend_geboorteverlof

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | besluit | 17-01-2019

Nota van wijziging voorstel Wet arbeidsmarkt in balans

Bij de Tweede Kamer is het voorstel Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) in behandeling. Dit wetsvoorstel brengt wijzigingen aan in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) en in de Wet financiering sociale verzekeringen. De doelstelling van het wetvoorstel is verbetering van de balans tussen vaste en flexibele arbeidsovereenkomsten. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een nota van wijziging ingediend. De belangrijkste aanpassingen zijn de volgende.

De nota van wijziging herstelt een verzuim in het wetsvoorstel. Daarin was vergeten een verwijzing op te nemen waardoor een uitzendovereenkomst, waarbij de loondoorbetalingsplicht is uitgesloten, ten onrechte niet als oproepovereenkomst zou worden aangemerkt.

Het wetsvoorstel bevat een delegatiebepaling om bepaalde arbeidsovereenkomsten aan te kunnen wijzen als niet zijnde een oproepovereenkomst. Deze delegatiebepaling was te ruim geformuleerd. In de gewijzigde bepaling wordt nu aangegeven dat nadere regels kunnen worden gesteld over wanneer wel of geen sprake is van een oproepovereenkomst.

De Wab regelt dat het UWV kleine werkgevers compenseert voor de verschuldigde transitievergoedingen bij staking van de onderneming vanwege pensionering of arbeidsongeschiktheid van de werkgever. Dat wordt uitgebreid met staking van de onderneming door overlijden van de werkgever. De compensatieregeling van de transitievergoeding bij overlijden van de werkgever wordt nader uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur.

Volgens het wetsvoorstel is de compensatie bij ontslag na langdurige ziekte gemaximeerd op het bedrag van de transitievergoeding bij ontslag na 104 weken ziekte. Daarvoor werd verwezen naar het tijdvak van de verplichte loondoorbetaling. Dat tijdvak is niet altijd gelijk. Daarom wordt nu voorgesteld de maximering te koppelen aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst van de zieke werknemer opgezegd mag worden. Dat is na twee jaar ziekte.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | wetsvoorstel | 2019-0000002846 | 16-01-2019

Werknemer nam ontslag op staande voet

Ontslag op staande voet kan niet alleen door de werkgever worden gegeven, maar ook door de werknemer worden genomen. In beide gevallen is een dringende reden vereist, die het de opzeggende partij onmogelijk maakt om de dienstbetrekking nog langer te laten voortduren. De omstandigheden van het geval spelen een belangrijke rol bij de beantwoording van de vraag of er een dringende reden is. De partij die de arbeidsovereenkomst op staande voet wil beëindigen, moet de dringende reden onverwijld aan de wederpartij meedelen.

Hof Den Bosch moest in hoger beroep oordelen over een door een werknemer genomen ontslag op staande voet. Het betrof een arbeidsongeschikte werknemer, wiens werkgever niet meewerkte aan zijn re-integratie. In het re-integratietraject was het verplichte plan van aanpak niet opgesteld, ondanks verzoeken daarom van de werknemer. De werkgever had de loonbetaling enkele keren opgeschort en wilde de werknemer niet-passend werk laten verrichten, tegen het advies van het UWV in. De werkgever wilde dat afdwingen door te dreigen met ontslag. Het hof was van oordeel dat de werkgever zijn plichten op grove wijze had verzaakt en daarmee de werknemer een dringende reden voor ontslag had gegeven. De werknemer had voldaan aan het vereiste van onverwijlde mededeling van de dringende reden voor ontslag door kort na de laatste brief van de werkgever, waarin de opgeschorte loonbetaling werd bevestigd en werd gedreigd met ontslag, met opgaaf van redenen ontslag te nemen.

De werknemer had recht op de transitievergoeding en op een billijke vergoeding.

Bron: Hof Den Bosch | jurisprudentie | ECLINLGHSHE20196, 200.244.655/01 | 10-01-2019

Wijzigingen loonbelasting

In de loonbelasting zijn per 1 januari 2019 enkele zaken gewijzigd.

Privégebruik auto
Werknemers met een auto van de zaak, die zij ook privé mogen gebruiken, worden geconfronteerd met een bijtelling bij hun salaris. De bijtelling is een percentage van de cataloguswaarde van de auto inclusief omzetbelasting. Bepalend voor de hoogte van het percentage van de bijtelling zijn de CO2-uitstoot en de datum van eerste toelating op de weg van de auto. Voor in 2019 nieuw toegelaten auto’s zonder CO2-uitstoot geldt een verlaagde bijtelling van 4% over de eerste € 50.000. Voor zover de catalogusprijs hoger is dan € 50.000 geldt de reguliere bijtelling van 22%. In alle andere gevallen bedraagt de bijtelling 22%.

Tot en met 2016 golden nog verschillende verlaagde percentages. Deze verlaagde percentages en uitstootgrenzen gelden gedurende maximaal 60 maanden. Auto’s van voor 2017, waarvoor een verlaagd bijtellingspercentage geldt, vallen na de periode van 60 maanden onder de destijds geldende standaardbijtelling van 25% en niet onder het huidige algemene percentage van 22. Voor auto’s zonder CO2-uitstoot van voor 2017 geldt na het verstrijken van de 60-maandstermijn een verlaagde bijtelling van 7% over de eerste € 50.000 van de catalogusprijs en van 25% over het meerdere.

30%-regeling
Voor uit het buitenland afkomstige werknemers met een bijzondere deskundigheid geldt onder bepaalde voorwaarden een belastingvrije vergoeding van 30% van de totale bruto beloning. Om aan te tonen dat een werknemer beschikt over een specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is, geldt een salarisnorm. Voor 2019 is het normbedrag vastgesteld op € 37.743. Voor werknemers die jonger zijn dan 30 jaar en beschikken over een afgeronde masteropleiding geldt een verlaagde salarisnorm van € 28.690.
De 30%-regeling kent sinds 1 januari 2019 een maximale looptijd van vijf jaar. De verkorting van de looptijd geldt met ingang van 2021 ook voor bestaande gevallen. Van 2012 tot en met 2018 was de maximale looptijd acht jaar. Tot en met 2011 was de looptijd maximaal tien jaar.

Vrijwilligersregeling
Aan vrijwilligers kan in 2019 een vrijgestelde vergoeding worden betaald van maximaal € 170 per maand en € 1.700 per jaar.

Kraamverlof en partnerverlof
Een werknemer heeft na de bevalling van zijn partner recht op vijf werkdagen doorbetaald kraamverlof. De werknemer kan het verlof meteen opnemen of in de eerste vier weken na de bevalling.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 04-01-2019

Bedragen kindregelingen 2019

Kinderbijslag
Met ingang van 1 januari 2019 gelden de volgende bedragen per kind per kwartaal.

Leeftijd kind Bedrag
0 t/m 5 jaar € 219,97
6 t/m 11 jaar € 267,10
12 t/m 17 jaar   € 314,24

Kinderopvang
De maximum uurprijzen voor dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang voor 2019 zijn als volgt:

  • dagopvang € 8,02;
  • buitenschoolse opvang € 6,95;
  • gastouderopvang € 6,15.

Kindgebonden budget
Voor het kindgebonden budget gelden de volgende bedragen op jaarbasis.

Aantal kinderen Inkomen tot € 20.941
1 € 1.166
2 € 2.155
3 € 2.447
4 € 2.739

Voor ieder volgend kind wordt het kindgebonden budget verhoogd met € 292. Verder geldt een verhoging van het kindgebonden budget voor 12- tot 15-jarigen van € 239 per jaar. De verhoging voor 16- en 17-jarigen is € 427 per jaar. Voor een alleenstaande ouder wordt het kindgebonden budget verhoogd met € 3.139. Het recht op kindgebonden budget vervalt als het vermogen in box 3 op 1 januari groter is dan € 114.776 voor een alleenstaande en € 145.136 voor partners. Bij een inkomen hoger dan € 20.941 daalt het kindgebonden budget met 6,75% van het meerdere inkomen.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 04-01-2019

Tarieven en heffingskortingen 2019

De tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting en voor de loonbelasting zijn in 2019 als volgt.

Inkomen op jaarbasis tarief tot AOW-leeftijd tarief AOW-gerechtigde
€ 0 t/m € 20.384 36,65% 18,75%
€ 20.385 t/m € 34.300 38,10% 20,20%
€ 34.301 t/m € 68.507 38,10% 38,10%
€ 68.508 en hoger 51,75% 51,75%

Voor mensen, die geboren zijn voor 1 januari 1946, geldt een hogere grens van de tweede schijf van € 34.817.
De tarieven in de eerste twee schijven bevatten een premiecomponent. Tot de AOW-leeftijd bestaat deze uit 17,9% AOW, 0,10% Anw en 9,65% Wlz. Bij het bereiken van de AOW-leeftijd vervalt de AOW-premie. In 2019 bedraagt de AOW-leeftijd 66 jaar en vier maanden.

Heffingskortingen

Heffingskorting tot AOW-leeftijd AOW-gerechtigde
Algemene heffingskorting, maximaal € 2.477 € 1.268
Arbeidskorting, maximaal € 3.399  € 1.740
Inkomensafhankelijke combinatiekorting € 2.835 € 1.448
Jonggehandicaptenkorting € 735 € 0
Ouderenkorting, maximaal € 0 € 1.596
Alleenstaande ouderenkorting € 0 € 429
Levensloopkorting € 215

De algemene heffingskorting wordt afgebouwd tot nihil bij een inkomen uit werk en woning boven € 20.384. De afbouw bedraagt 5,147% van het inkomen boven € 20.384. Voor mensen, die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, daalt de algemene heffingskorting met 2,633%. Vanaf een inkomen van € 68.507 is de algemene heffingskorting nihil. 

De arbeidskorting wordt afgebouwd tot nihil vanaf een arbeidsinkomen van € 34.060. De afbouw bedraagt 6% van het arbeidsinkomen boven € 34.060. Voor AOW-gerechtigden bedraagt de afbouw 3,069%. De arbeidskorting bedraagt nihil bij een inkomen vanaf € 90.710.

De inkomensafhankelijke combinatiekorting kent in 2019 geen basisbedrag meer. De korting loopt op bij een hoger arbeidsinkomen dan € 4.993 met 11,45% van het meerdere inkomen tot een maximum van € 2.835.

De ouderenkorting bedraagt € 1.596 tot een inkomen van € 36.783. Boven dat inkomen daalt de ouderenkorting met 15% van het meerdere tot nihil bij een inkomen van € 47.423.

Hoewel de levensloopregeling is afgeschaft, bestaat de levensloopkorting nog wel. Deze geldt bij opname uit het levenslooptegoed. Het bedrag van € 215 geldt voor ieder jaar waarin is deelgenomen aan de levensloopregeling.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 04-01-2019

31 Dec 2018 Test Article

What is Lorem Ipsum?

Lorem Ipsum is simply dummy text of the printing and typesetting industry. Lorem Ipsum has been the industry’s standard dummy text ever since the 1500s, when an unknown printer took a galley of type and scrambled it to make a type specimen book. It has survived not only five centuries, but also the leap into electronic typesetting, remaining essentially unchanged. It was popularised in the 1960s with the release of Letraset sheets containing Lorem Ipsum passages, and more recently with desktop publishing software like Aldus PageMaker including versions of Lorem Ipsum.

Bron: Ministerie van Financiën | overig | 555 | 30-12-2018

Belastingplan 2019 aangenomen

De Eerste Kamer heeft het volledige pakket Belastingplan 2019 aangenomen. Het Belastingplan 2019 omvat naast het eigenlijke Belastingplan de volgende wetsvoorstellen: Wet Overige fiscale maatregelen 2019, Wet Bedrijfsleven 2019, Fiscale Vergroeningsmaatregelen 2019, Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen, Wet implementatie artikel 1 richtlijn elektronische handel, Wet modernisering kleineondernemersregeling, Wet implementatie eerste EU-richtlijn antibelastingontwijking en Wet fiscale maatregel rijksmonumenten.

Bij de stemming is een aantal moties aangenomen. Het gaat om een verzoek om de maximale belastingvrije vrijwilligersvergoeding jaarlijks te indexeren en om het verlenen van zekerheid vooraf bij de subsidieregeling voor monumentenpanden dat werkzaamheden voor subsidie in aanmerking komen wanneer de investeringen hoger zijn dan € 70.000 in één jaar. Een motie om elektrische auto’s van vijf jaar en ouder in aanmerking te laten komen voor de lagere bijtelling voor privégebruik die voor niet-elektrische auto’s van 15 jaar en ouder geldt, is aangehouden.

Invoering tweeschijvenstelsel
Er wordt toegewerkt naar een tweeschijvenstelsel in de loon- en inkomstenbelasting. De tarieven in de huidige eerste drie schijven zijn vrijwel gelijk: het tarief in de eerste schijf bedraagt in 2019 36,65%; het tarief in de tweede en derde schijf bedraagt in 2019 38,10%. Het tarief in de vierde schijf (toptarief) bedraagt 51,75%.

Heffingskortingen
De algemene heffingskorting gaat omhoog. Daardoor stijgt het besteedbaar inkomen van mensen met een inkomen tot € 68.507 per jaar. De heffingskorting bedraagt in 2019 € 2.477 voor inkomens tot € 20.384. Ook de arbeidskorting stijgt in 2019 en bedraagt dan maximaal € 3.399. De daling van de arbeidskorting verloopt in 2019 sneller dan in 2018.
De ouderenkorting bedraagt in 2019 maximaal € 1.596. Vanaf een inkomen van € 36.000 bouwt de ouderenkorting geleidelijk af. In 2018 was de overgang van de hoge naar de lage ouderenkorting abrupt wanneer het inkomen boven de inkomensgrens uitkwam.
De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt in 2019 anders berekend. Het basisbedrag van € 1.000 verdwijnt. Het opbouwpercentage gaat omhoog naar 11,45%. De maximale korting van € 2.835 in 2019 wordt bij een lager inkomen dan in 2018 bereikt.

Aftrekposten
Voor mensen met een inkomen boven € 68.507 wordt het tarief van een aantal aftrekposten verlaagd. Dat geldt onder meer voor de hypotheekrenteaftrek. In 2019 bedraagt het tarief voor hypotheekrenteaftrek voor hoge inkomens 49%.
De aftrek wegens geen of een geringe eigenwoningschuld wordt met ingang van 1 januari 2019 beperkt. De aftrek wordt jaarlijks met 3,33% verlaagd over een periode van 30 jaar.

Vrijwilligers
De belastingvrije vergoeding voor vrijwilligers gaat omhoog naar maximaal € 170 per maand en € 1.700 per jaar. De voor de beoordeling van vrijwilligerswerk gehanteerde uurvergoeding gaat naar € 5.

Laag tarief btw
Het lage tarief van de btw gaat omhoog van 6 naar 9%. Dit tarief is van toepassing op eerste levensbehoeften als de dagelijkse boodschappen en op arbeidsintensieve diensten.

Milieubelastingen
De belasting op aardgas gaat omhoog en de belasting op elektriciteit gaat omlaag.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 35026 | 20-12-2018

Onterechte loonsanctie

Werkgevers zijn verplicht om het loon van een arbeidsongeschikte werknemer door te betalen. Deze verplichting geldt voor de eerste 104 weken van arbeidsongeschiktheid. Het UWV kan de loondoorbetalingsverplichting bij wijze van sanctie verlengen met 52 weken wanneer onvoldoende activiteiten worden ontplooid om de werknemer te laten re-integreren in het arbeidsproces.

Het UWV legde een loonsanctie op aan een werkgever, ondanks dat de werknemer, die in het kader van zijn re-integratie was belast met een deel van zijn oorspronkelijke taken voor de volledige arbeidstijd aan het werk was tegen zijn volledige loon. Volgens het UWV had de werkgever de werknemer hersteld moeten melden. De werkgever bestreed dit omdat hij de werknemer niet hersteld kon melden voor de bedongen arbeid, terwijl hij structureel passende arbeid aanbood.

Volgens de Centrale Raad van Beroep is hersteld melden van een werknemer geen re-integratie-activiteit en is niet hersteld melden op zichzelf geen aanleiding voor een loonsanctie. Voor de rechtmatigheid van de opgelegde loonsanctie moest worden beoordeeld of de werkgever kon worden verweten dat hij de door de werknemer als passende arbeid verrichte functie niet structureel aanbood. Werkhervatting heeft een structureel karakter als aannemelijk is dat de werknemer na afloop van de loondoorbetalingsperiode in de arbeid die hij is gaan verrichten kan blijven werken. Aan de verplichting om passend werk aan te bieden heeft de werkgever volgens de Centrale Raad van Beroep voldaan. Het UWV maakte niet aannemelijk dat de werkgever zich aan de verplichting om de werknemer bij voortduring passende arbeid aan te bieden zou willen onttrekken. Voor het opleggen van de loonsanctie aan de werkgever bestond onvoldoende grond.

Bron: Centrale Raad van Beroep | jurisprudentie | ECLINLCRVB20183959, 17/5291 WIA | 20-12-2018

Memorie van antwoord Belastingplan 2019

Het Belastingplan 2019 is, nadat het door de Tweede Kamer is aangenomen, in behandeling bij de Eerste Kamer. Voor het kerstreces zal de Eerste Kamer over de wetsvoorstellen stemmen. De staatssecretaris van Financiën heeft inmiddels de memorie van antwoord naar de Eerste Kamer gestuurd. Belangrijke aandachtspunten zijn de volgende.

Vanaf 2020 geldt voor een aantal aftrekposten een tariefmaatregel, zoals deze nu al geldt voor de aftrekbare kosten eigen woning. Het gaat om de ondernemersaftrek, de mkb-winstvrijstelling, de terbeschikkingstellingsvrijstelling en de persoonsgebonden aftrekposten. De maatregel houdt in dat deze aftrekposten niet tegen het hoogste tarief in aftrek kunnen worden gebracht, maar tegen een lager tarief en uiteindelijk tegen het tarief in de eerste schijf. Deze maatregel heeft bijvoorbeeld gevolgen voor lopende periodieke giften. Wie in 2018 periodieke giften voor vijf jaar heeft toegezegd heeft in de jaren 2020, 2021 en 2022 minder belastingvoordeel door verlaging van het tarief met 4,5%, 6,5% en 9,5%. Omdat de maatregel al in het regeerakkoord is aangekondigd ziet de staatssecretaris geen aanleiding voor een overgangsregeling voor lopende periodieke giften.

De regeling in de inkomstenbelasting rond de eigen woning is zeer ingewikkeld. Dat komt door verschillende maatregelen waarmee de regeling sinds 2001 is aangepast. De toenemende complexiteit is aanleiding om de aangekondigde evaluatie van de eigenwoningregeling te vervroegen en uit te voeren in 2019.

Het tarief in box 2 gaat in 2020 van 25 naar 26,9%. De verhoging hangt samen met de verlaging van het tarief in de vennootschapsbelasting. Er komt geen compartimentering voor oude winsten die in de bv zijn gereserveerd en die gemaakt zijn onder hogere vennootschapsbelastingtarieven. De staatssecretaris vindt dat te ingewikkeld en bovendien kunnen bestaande reserves desgewenst in 2019 worden uitgekeerd tegen het 25%-tarief.

De regeling belastingrente voor de erfbelasting wordt aangepast in die zin dat geen belastingrente in rekening wordt gebracht als een belastingaanslag wordt opgelegd in verband met overlijden. De aanslag moet dan zijn vastgesteld overeenkomstig de ingediende aangifte en die aangifte moet zijn ingediend binnen acht maanden na het overlijden. De staatssecretaris heeft toegezegd te onderzoeken of deze wijziging uitgebreid kan worden met aanslagen erfbelasting die om andere redenen dan overlijden worden opgelegd.

Het kabinet streeft naar een eenvoudiger en beter uitvoerbaar belastingstelsel. Bij de behandeling van het Belastingplan 2019 in de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris toegezegd dat hij ideeën voor stelselverbeteringen wil klaarleggen voor het volgende kabinet. Begin 2019 komt de staatssecretaris met een uiteenzetting van de manier waarop hij stelselverbeteringen in kaart wil brengen.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 2018-0000207838 | 13-12-2018