All posts by jansen_kleton_claudia

Tweede Kamer neemt compensatieregeling transitievergoeding aan

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel dat werkgevers vanaf 2020 compenseert voor de transitievergoeding bij ontslag van langdurig zieke werknemers aangenomen. Werknemers hebben bij ontslag op initiatief van de werkgever recht op een transitievergoeding wanneer de dienstbetrekking twee jaar of langer heeft geduurd. Dat geldt ook voor ontslag van een langdurig zieke werknemer na afloop van de periode waarin de werkgever tot loondoorbetaling verplicht is. Werkgevers ervaren dat als onredelijk en kiezen er daarom vaak voor om niet tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst over te gaan. Het door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel moet het ongenoegen van werkgevers wegnemen. De compensatie voor de transitievergoeding komt uit het Algemeen werkloosheidsfonds en wordt gefinancierd door een verhoging van de uniforme Awf-premie.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | wetsvoorstel | 19-07-2018

Nationaal sportakkoord

De minister van Sport heeft een akkoord gesloten met de sport, gemeenten en maatschappelijke organisaties en bedrijven. Dit nationale sportakkoord houdt onder meer in dat er ruim 700 extra buurtsportcoaches komen en dat de onbelaste vrijwilligersvergoeding omhooggaat van € 1.500 naar € 1.700 per jaar. Verder komt er een bedrag van € 87 miljoen beschikbaar aan subsidie voor sportverenigingen die investeren in accommodaties en voor beweegprogramma’s voor kinderen onder de zes jaar. Alle bij het sportakkoord betrokken partijen betalen mee om de ambities te realiseren.

Het nationaal sportakkoord bestaat uit vijf deelakkoorden, die gesloten zijn door veel verschillende partijen. Het gaat om de volgende akkoorden:

  1. inclusief sport en bewegen;
  2. van jongs af aan vaardig in bewegen;
  3. duurzame sportinfrastructuur;
  4. vitale aanbieders;
  5. positieve sportcultuur.
Bron: Overig | publicatie | 19-07-2018

Geen statutair bestuurder: ontslagbesluit ongeldig

De statutaire bestuurder van een bv wordt benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA). De AVA is ook het orgaan dat een bestuurder kan ontslaan. Met een door de AVA genomen rechtsgeldig besluit tot ontslag van een bestuurder komt in beginsel ook een einde aan de arbeidsrechtelijke verhouding tussen de bestuurder en de bv. Een voorafgaande toetsing door het UWV of de kantonrechter is daarbij niet vereist.

Een werknemer bestreed in een procedure bij de kantonrechter de opzegging van zijn dienstverband. Naar zijn mening was hij ten onrechte aangemerkt als statutair bestuurder van de bv waarvoor hij werkzaam was en kon hij dus niet door de AVA worden ontslagen als bestuurder. De kantonrechter merkt op dat zonder benoemingsbesluit geen sprake kan zijn van statutair bestuurderschap. De benoeming tot statutair bestuurder moet door de betrokkene worden aanvaard. Die aanvaarding is, net als het benoemingsbesluit, vormvrij. De aanvaarding van de benoeming moet daarom worden afgeleid uit relevante feiten en omstandigheden en gedragingen van de bestuurder. In dit geval ontbraken dergelijke feiten, omstandigheden en gedragingen. De kantonrechter constateerde verder dat op het moment van het aangaan van de arbeidsovereenkomst het daarin genoemde benoemingsbesluit nog niet bestond. Met zijn ondertekening van de arbeidsovereenkomst heeft de werknemer die benoeming niet kunnen aanvaarden. Het feit dat de bestuurder niet als statutair bestuurder was ingeschreven in het handelsregister vormt een sterke aanwijzing dat er geen benoemingsbesluit door de AVA is genomen.

Alles overwegende was de kantonrechter van oordeel dat de werknemer geen statutair bestuurder was, zodat aan het ontslagbesluit van de AVA geen betekenis toekwam. Op grond van dat oordeel was de kantonrechter bevoegd om kennis te nemen van het verzoek van de werknemer tot vernietiging van het ontslag. De kantonrechter honoreerde dat verzoek en veroordeelde de werkgever tot betaling van achterstallig loon en tot het toelaten van de werknemer tot de werkvloer om zijn werk te hervatten.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBROT20185344, 6766693 VZ VERZ 18-6645 | 18-07-2018

Overplaatsing werknemer

In een procedure in kort geding eiste een werknemer dat zijn werkgever zijn aangekondigde overplaatsing ongedaan zou maken. De procedure betrof een docent op een school voor middelbaar beroepsonderwijs, die zou worden overgeplaatst naar een andere opleiding binnen de school op een andere locatie. Aanleiding voor de overplaatsing was de constatering van de schoolleiding dat de kwaliteit van het onderwijs van de opleiding waar de docent werkzaam was onvoldoende was. De docent had een zeer bepalende en negatieve invloed op het team en er was sprake van overbezetting bij deze opleiding.

De kantonrechter stelde vast dat de docent was aangenomen als algemeen docent. In de arbeidsovereenkomst was niet opgenomen dat de docent op een bepaalde schoollocatie of in een bepaald team zou werken. De schoolleiding is bevoegd om waar nodig overplaatsing als instrument van personeelsbeleid in te zetten. De instemming van de docent was daar niet voor nodig, omdat de overplaatsing geen wijziging in functie, salaris of arbeidsplaats tot gevolg had. Er was geen sprake van een (eenzijdige) wijziging van de arbeidsovereenkomst.

De werkgever heeft het besluit tot overplaatsing met voldoende zorgvuldigheid genomen. Voordat tot overplaatsing werd besloten is onderzoek gedaan onder medewerkers en studenten naar aanleiding van signalen over gebrek aan kwaliteit. Zowel studenten als collega’s waren niet tevreden over het functioneren van de docent. De kantonrechter merkte verder op dat het niet aan een werknemer is om te oordelen over de noodzaak of wenselijkheid van organisatorische, personele of werkinhoudelijke maatregelen die een werkgever in het kader van de bedrijfsvoering meent te moeten nemen. Volgens de kantonrechter heeft de werkgever in redelijkheid tot overplaatsing van de docent kunnen besluiten. De vordering van de docent tot terugplaatsing in zijn oude team is afgewezen.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBOBR20182727, 6851287 / 18-3204 | 12-07-2018

Jeugd-LIV

Werkgevers hebben over 2018 recht op het jeugd-LIV voor elke werknemer die voldoet aan de volgende drie voorwaarden:

  • de werknemer is verzekerd voor 1 of meer van de werknemersverzekeringen;
  • de werknemer is op 31 december 2017 18, 19, 20 of 21 jaar;
  • de werknemer heeft een gemiddeld uurloon dat hoort bij het wettelijke minimumjeugdloon voor zijn leeftijd.

De bedragen voor het gemiddeld uurloon zijn voor 2018 als volgt vastgesteld:

Leeftijd

Ondergrens gemiddeld uurloon

Bovengrens gemiddeld uurloon

21 jaar

8,40

9,82

20 jaar

6,91

9,34

19 jaar

5,43

7,69

18 jaar

4,69

6,04

Het Jeugd-LIV wordt in de loop van 2019 automatisch uitbetaald aan de werkgever op basis van de aangeleverde loonadministratiegegevens.

Bron: Overig Thu, 12 Jul 2018 05:00:00 +0100

Vliegbelasting

De belastingheffing zal in de toekomst verschuiven van inkomensgerelateerd naar verbruiksgerelateerd. Met name milieuonvriendelijke producten zullen zwaarder worden belast. Onderdeel van deze verschuiving is het heffen van belasting op vliegverkeer. Met ingang van 2021 wil Nederland belasting gaan heffen op vliegverkeer.

Het liefst zou Nederland zien dat er een eenduidige Europese vliegbelasting wordt geïntroduceerd. Mocht dit niet lukken dan wordt er een belasting per vliegtuig en/of een belasting per passagier ingevoerd. Uit onderzoek blijkt dat een beperkte vliegbelasting van € 3,80 per passagier binnen europa en € 22 voor intercontinentale vluchten een positieve invloed heeft op welvaart, BBP en klimaat.

Bron: Overig Thu, 12 Jul 2018 05:00:00 +0100

Uitbreiding geboorteverlof partner

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het wetsvoorstel Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG) naar de Tweede Kamer gestuurd. Op grond van dit wetsvoorstel krijgen partners na de geboorte van een kind vijf in plaats van twee dagen doorbetaald verlof. Het geboorteverlof wordt per januari 2019 ingevoerd. Het verlof kan meteen worden opgenomen, maar kan ook later worden opgenomen, mits het in de eerste vier weken na de bevalling gebeurt.

Vanaf juli 2020 maakt dit wetsvoorstel het mogelijk om in het eerste half jaar na de geboorte nog eens vijf weken extra verlof op te nemen. In die periode hebben partners recht op een uitkering ter hoogte van 70% van het loon. Overigens wordt ook het adoptie- en pleegzorgverlof voor ouders per 1 januari 2019 verlengd van vier naar zes weken.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | wetsvoorstel | 05-07-2018

Nieuwe wetgeving positie zelfstandigen zonder personeel

De fiscale en arbeidsrechterlijke postie van een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) blijft de overheid bezighouden. De doelstelling van de wetgever is om ondernemers de vrijheid te geven om ondernemer te zijn doch ongewenste constructies die de beschermingsgrenzen van het arbeidsrecht overschrijden tegen te gaan.

Dit is geen eenvoudige opgaaf zo blijkt uit het verleden. De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) is grotendeels buiten werking gesteld tot 1 januari 2020. Wel wordt de handhaving op misbruik met ingang van 1 juli 2018 intensiever. Zoals in februari aangekondigd gaat de Belastingdienst vanaf 1 juli 2018 niet alleen bij de ernstigste kwaadwillenden, maar bij alle kwaadwillenden handhaven.

De plannen zoals deze thans worden uitgewerkt gaan uit van bescherming door middel van een minimaal uurtarief voor de zzp’er en een veronderstelde arbeidsrelatie bij lage uurtarieven. In de tweede helft van het jaar zal er een uitgebreide consultatieronde plaatsvinden. Doel is voor 1 januari 2019 met nadere voorstellen te komen.

Bron: Overig | overig | 05-07-2018

Grensoverschrijdende constructies

In een poging om een betere afstemming te krijgen in de internationale belastingheffing en belastingontwijking tegen te gaan wordt een eerste maatregel genomen. Met ingang van 1 juli 2020 zijn adviseurs, zoals belastingadviseurs en accountants, verplicht om grensoverschrijdende constructies te melden welke zijn bedoeld om belasting te ontwijken. Onderdeel van de regelgeving is dat de meldingsplicht geldt voor constructies die na 25 juni 2018 zijn opgezet. De informatie over de periode van 25 juni 2018 tot 1 juli 2020 hoeft pas uiterlijk 31 augustus 2020 aan de Belastingdienst te worden verstrekt

In oltober 2020 zal er een eerste informatieuitwisseling tussen lidstaten plaatsvinden. Een betere afstemming is een eerste stap in het voorkomen van misbruik. Ook wordt verwacht dat de maatregel preventief zal werken.

De wetgeving wordt thans voorbereid en dient te voldoen aan de richtlijnen van de Europese Unie. In het najaar zal er een consultatieronde plaatsvinden. We houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Bron: Overig | overig | 05-07-2018

Compensatieregeling omzetting lening in gift

De staatssecretaris van Financiën heeft aangekondigd dat er een compensatieregeling komt voor een bepaalde groep ondernemers. Het gaat om ondernemers met een lening op grond van het besluit bijstandsverlening zelfstandigen, die is omgezet in een gift.

In de periode van 2014 tot en met 2016 had de omzetting van een lening in een gift gevolgen voor het toetsingsinkomen voor de toeslagen. Gevolg was dat eerder betaalde toeslagen werden teruggevorderd. Met ingang van 2017 kan dit probleem zich niet meer voordoen omdat sindsdien belastingheffing plaatsvindt over de omzetting door middel van eindheffing van de gemeente. Daardoor telt de gift niet mee voor het toetsingsinkomen voor de toeslagen van de ondernemer. Bij de aangekondigde compensatieregeling wordt eveneens uitgegaan van de eindheffingsvariant.

De aangekondigde regeling zal worden opgenomen in het Belastingplan 2019.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2018-0000097061 | 28-06-2018