All posts by jansen_kleton_claudia

Aanpassing kindgebonden budget

De staatssecretaris van SZW heeft een aanpassing van de regeling van het kindgebonden budget ter consultatie gepubliceerd. Doel van de wijziging is om de koopkracht van kwetsbare groepen in 2022 te repareren. Het totale bedrag aan kindgebonden budget dat een huishouden ontvangt, hangt af van het aantal en de leeftijd van de kinderen, het huishoudtype, de hoogte van het inkomen en het eventueel aanwezige vermogen. Het maximumbedrag voor het eerste kind is het hoogst. Vanaf het tweede kind neemt het maximumbedrag per extra kind af. Vanaf drie kinderen en meer ontvangen ouders voor elk extra kind een gelijk, maar lager maximumbedrag dan voor het tweede kind. Voorgesteld wordt het maximumbedrag van het kindgebonden budget per kind met ingang van 1 januari 2022 vanaf het tweede kind met € 70 per jaar te verhogen. Deze verhoging vindt plaats nadat de bedragen van het kindgebonden budget uit 2021 geïndexeerd zijn. De indexatiefactor bedraagt voor 2022 1,3%.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | besluit | 12-09-2021

Steunmaatregel nachtsluiting horeca

Aan de generieke steunregelingen in verband met de coronamaatregelen (NOW, TVL, Tozo, TONK en enkele fiscale maatregelen) komt per 1 oktober 2021 een einde. Voor enkele sectoren, waaronder nachtclubs en discotheken, gelden in ieder geval tot november nog beperkende maatregelen. In verband daarmee voert het kabinet de subsidie Vaste Lasten financiering COVID-19 wegens aanhoudende coronamaatregelen waaronder Nachtsluiting (VLN) in. Ook voor de evenementenbranche komt een tegemoetkoming voor evenementen die beperkt zijn tot 75% van hun capaciteit.

VLN

Voor het onderdeel van het staatsteunkader waar de VLN onder valt, geldt een maximum aan subsidie gedurende de periode van maart 2020 tot en met 31 december 2021 van € 1,8 miljoen. Op dit moment is nog niet duidelijk of subsidie voor omzetverlies in het vierde kwartaal van 2021 mag worden verleend in 2022. Naar verwachting wordt hierover in oktober meer bekend.

Om voor de VLN in aanmerking te komen geldt een omzetdervingsdrempel van 50% in het vierde kwartaal van 2021 ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019. Daarnaast moeten bedrijven over het tweede en derde kwartaal van 2021 TVL hebben ontvangen. De regeling wordt daarmee meer gericht op bedrijven met langduriger omzetverlies, die geen reserves hebben kunnen opbouwen. Het vergoedingspercentage loopt met het omzetverlies op van 50 naar 85%. De VLN kent een maximaal subsidiebedrag van € 250.000 per aanvraag. Om het risico op misbruik en fraude tegen te gaan zullen verzwaarde controles worden ingezet bij steunbedragen boven een bedrag van € 20.000.

Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | publicatie | CE-AEP / 21241056 | 23-09-2021

Aanpassingen overdrachtsbelasting

Sinds 1 januari 2021 kent de overdrachtsbelasting een vrijstelling voor starters op de woningmarkt. Deze startersvrijstelling is gebonden aan een aantal voorwaarden. De woning moet als hoofdverblijf gaan dienen voor de koper(s) en mag niet duurder zijn dan de woningwaardegrens van € 400.000. Aan de woningwaardegrens is een antimisbruikbepaling gekoppeld. Deze bepaling komt erop neer dat wanneer binnen een jaar na de verkrijging van een woning waarbij de startersvrijstelling is toegepast een of meer verkrijgingen volgen die betrekking hebben op dezelfde woning of een aanhorigheid bij de woning, de startersvrijstelling wordt teruggenomen als de totale waarde hoger is dan de woningwaardegrens. De antimisbruikbepaling wordt niet toegepast als de eerste verkrijging voor 1 april 2021 heeft plaatsgehad. Op die datum is de woningwaardegrens ingevoerd. De huidige formulering van de antimisbruikbepaling is onduidelijk en wordt daarom in het Belastingplan 2022 aangepast. De antimisbruikbepaling is niet langer van toepassing op verkrijgingen door rechtsopvolgers krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht van de persoon die de startersvrijstelling heeft toegepast.

Onvoorziene omstandigheden vóór verkrijging

Om het verlaagde tarief van 2% overdrachtsbelasting of de startersvrijstelling te mogen toepassen moet worden voldaan aan het hoofdverblijfcriterium. Dit criterium houdt in dat de verkrijger de woning na de verkrijging als hoofdverblijf gaat gebruiken en dit duidelijk en zonder voorbehoud schriftelijk vastlegt. Bij de beoordeling of is voldaan aan het hoofdverblijfcriterium wordt rekening gehouden met onvoorziene omstandigheden zoals overlijden of scheiding na de verkrijging. In die gevallen wordt niet achteraf alsnog het algemene tarief van 8% overdrachtsbelasting geheven. In de huidige tekst is niet geregeld dat rekening kan worden gehouden met onvoorziene omstandigheden die zich voordoen na de koop maar voor de levering van de woning. Dat wordt nu aangepast, waardoor ook in deze gevallen de startersvrijstelling of het verlaagde tarief van 2% kan worden toegepast, mits de oorspronkelijke verkrijger voordat de onvoorziene omstandigheid zich voordeed de bedoeling had om de woning als hoofdverblijf te gaan gebruiken.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 20-09-2021

Gerichte vrijstelling thuiswerkkosten

Er komt een gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling voor de vergoeding van thuiswerkkosten van € 2 per thuiswerkdag. Het betreft de kosten van extra water- en elektriciteitsverbruik, verwarming, koffie, thee en toiletpapier. Voor de kosten van het inrichten van een werkplek thuis bestaan al zogenoemde gerichte vrijstellingen. Voor een werkdag kunnen niet tegelijkertijd de vrijstelling voor een thuiswerkkostenvergoeding en de vrijstelling voor een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer naar de vaste werkplek worden toegepast. Wel kan naast de thuiswerkkostenvergoeding een zakelijke reis naar een andere plek dan de vaste werkplek worden vergoed op dezelfde dag.

De regeling voor vaste reiskostenvergoedingen voor woon-werkverkeer werkt als volgt. Als een werknemer ten minste 128 dagen per kalenderjaar naar een vaste werkplek reist, mag de werkgever een vaste onbelaste reiskostenvergoeding geven alsof de werknemer 214 dagen per kalenderjaar naar die vaste werkplek reist. Voor de thuiswerkkostenvergoeding komt een vergelijkbare regeling. De 128 dagenregeling voor de vaste reiskostenvergoeding wordt wel aangepast. Nu is het mogelijk dat een werknemer, die op drie werkdagen per week naar zijn vaste werkplek reist en de andere twee werkdagen thuis werkt, voor die twee thuiswerkdagen de onbelaste reiskostenvergoeding behoudt. Met ingang van 2022 wordt de 128 dagenregeling zowel voor de vaste reiskostenvergoeding als voor de thuiswerkkostenvergoeding pro rata toegepast als structureel wordt thuisgewerkt.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 20-09-2021

Wet implementatie belastingplichtmaatregel

Per 1 januari 2020 zijn in de Wet Vpb 1969 door de tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking (ATAD2) voorgeschreven hybridemismatchmaatregen in werking getreden. Deze maatregelen bestrijden belastingontwijking waarbij gebruik wordt gemaakt van kwalificatieverschillen tussen belastingstelsels van lidstaten van de EU onderling of tussen EU-lidstaten en derde landen.

Daarnaast kent ATAD2 een belastingplichtmaatregel voor omgekeerde hybride lichamen, waarmee de oorzaak van een hybridemismatch wordt aangepakt. Deze maatregel zorgt ervoor dat het land van vestiging onder bepaalde omstandigheden de kwalificatie volgt van het land waar de participanten zijn gevestigd. De implementatie van deze belastingplichtmaatregel is uitgesteld tot 1 januari 2022. In dit wetsvoorstel wordt de belastingplichtmaatregel op een aantal punten aangepast ten opzichte van de Implementatiewet. De diverse bepalingen inzake de belastingplichtmaatregel in de Wet implementatie tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking vervallen en worden samen met de daarmee verband houdende flankerende maatregelen opgenomen in dit wetsvoorstel.

De belastingplichtmaatregel ziet op zogenoemde omgekeerde hybride lichamen. Dit zijn samenwerkingsverbanden die door de staat naar het recht waarvan ze zijn opgericht of waar ze zijn gevestigd als fiscaal transparant worden aangemerkt en door de staat waar een gelieerd lichaam is gevestigd, dat participeert in het samenwerkingsverband, worden aangemerkt als niet-transparant. Deze samenwerkingsverbanden worden binnenlands belastingplichtig in Nederland voor de vennootschapsbelasting als het samenwerkingsverband is aangegaan naar Nederlands recht of in Nederland is gevestigd. Voor zover de winst van het samenwerkingsverband rechtstreeks toekomt aan participanten in een staat die het samenwerkingsverband als transparant aanmerkt, wordt voorzien in een aftrekmogelijkheid. Het aan deze participanten toekomende deel van de winst wordt daardoor effectief niet belast in Nederland. Deze maatregel is niet van toepassing op collectieve beleggingsinstellingen met een gediversifieerde effectenportefeuille die onder financieel toezicht staan. Door de integrale belastingplicht worden omgekeerde hybride lichamen onder belastingverdragen aangemerkt als inwoner van Nederland, waarmee deze lichamen verdragsgerechtigd zijn en in aanmerking komen voor een woonplaatsverklaring.

De aanvang en het einde van de belastingplicht van een omgekeerd hybride lichaam wordt hetzelfde behandeld als de aanvang en het einde van de belastingplicht van andere vennootschapsbelastingplichtigen. Dat geldt ook voor de toepassing van de dividendbelasting. Daarnaast wordt in dit wetsvoorstel de fiscale behandeling van omgekeerde hybride lichamen voor de toepassing van de inkomstenbelasting, dividendbelasting en bronbelasting op rente- en royaltybetalingen geregeld.

Voorgesteld wordt om het toepassingsbereik van deze maatregelen in de vennootschapsbelasting uit te breiden naar gevallen waarin de hybridemismatch ontstaat tussen de belastingplichtige en een gelieerde natuurlijke persoon.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 20-09-2021

Verrekenvolgorde bij CFC-maatregel

Nederland heeft een aanvullende maatregel voor Controlled Foreign Companies (CFC) ingevoerd in de vennootschapsbelasting om het verschuiven van winsten naar laagbelaste gecontroleerde buitenlandse lichamen of vaste inrichtingen tegen te gaan.

Als een belastingplichtige meerdere CFC’s heeft, wordt de te verrekenen buitenlandse belasting per CFC afzonderlijk berekend. De verrekening is gemaximeerd op de in Nederland in een jaar verschuldigde vennootschapsbelasting. Daardoor kan er in een jaar onvoldoende ruimte zijn om alle buitenlandse winstbelasting te verrekenen. Op dit moment schrijft de wet niet voor in welke volgorde deze verrekening plaats moet vinden. Omwille van de uitvoerbaarheid van de verrekening wordt een verplichte volgorde van verrekening voorgesteld. Hierbij is aansluiting gezocht bij de volgordebepaling van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 20-09-2021

Aanpassen verwerking negatieve btw-melding

De Wet op de omzetbelasting bevat drie bijzondere regelingen waarbij ondernemers de btw die zij verschuldigd worden in verschillende lidstaten van de EU kunnen aangeven en voldoen in één lidstaat. Het gaat om de niet-Unieregeling, de Unieregeling en de invoerregeling. Bij die bijzondere regelingen wordt de in de lidstaat van identificatie van de ondernemer de over een belastingtijdvak aangegeven en voldane btw verdeeld over de andere lidstaten waarin de ondernemer zijn verkopen heeft verricht. De ondernemer kan in de btw-melding correcties voor eerdere belastingtijdvakken opnemen. De btw-melding kan daardoor negatief uitvallen voor de lidstaat waarvoor de correctie plaatsvindt. Uitgangspunt is dat de correctie wordt afgewikkeld door de lidstaat waarvoor de correctie wordt gemaakt en niet door de lidstaat van identificatie. Een negatieve btw-melding die door Nederland moet worden afgewikkeld, wordt op grond van dit voorstel automatisch aangemerkt als een verzoek om teruggaaf. Een niet in Nederland gevestigde ondernemer hoeft daardoor voor die teruggaaf niet afzonderlijk een verzoek om teruggaaf te doen.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 20-09-2021

Aanpassingen bpm

De CO2-uitstoot van een personenauto vormt de grondslag van de bpm. Voor conventionele auto’s en voor plug-in hybrides gelden aparte tarieven. Voor emissievrije auto’s geldt een bpm-vrijstelling tot en met 2024. Wanneer de gemiddelde CO2-uitstoot van nieuwe personenauto’s daalt, dalen de belastinginkomsten. Om dit op te vangen worden de CO2-schijfgrenzen voor de jaren 2022 tot en met 2025 elk jaar met 2,3% verlaagd en de schijftarieven met 2,35% verhoogd. Dit geldt ook voor de CO2-grens en het tarief voor de dieseltoeslag. De belastingbedragen per gram/km CO2-uitstoot worden met ingang van 2023 eerst geïndexeerd en vervolgens verhoogd.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 20-09-2021

Wet delegatiebepalingen tegemoetkoming schrijnende gevallen

Groepen burgers kunnen door onterecht handelen of nalaten van de Belastingdienst benadeeld worden en in een schrijnende situatie terecht komen. De toeslagenaffaire is daar een voorbeeld van. In zulke gevallen kan het wenselijk zijn om een tegemoetkoming te bieden om de gevolgen teniet te doen of te verzachten.

In de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de Invorderingswet 1990 (IW 1990) worden delegatiebepalingen opgenomen om de schrijnende gevolgen van onterecht handelen of nalaten van de Belastingdienst in voorkomende gevallen zo snel mogelijk te kunnen herstellen. Het kabinet kiest voor de AWR en de IW 1990, omdat de inspecteur resp. de ontvanger van de Belastingdienst aan deze wet zijn bevoegdheden ontleent.

De bestaande wettelijke instrumenten, waarmee een burger financiële genoegdoening kan krijgen, voldoen niet in alle gevallen, met name niet als groepen burgers door het onterecht handelen of nalaten van de Belastingdienst in een schrijnende situatie zijn geraakt. De bestaande instrumenten zijn:

  1. schadevergoeding wegens onrechtmatige daad;
  2. schadevergoeding wegens een onrechtmatig besluit; en
  3. nadeelcompensatie.

Door de invoering van de delegatiebepalingen en de op grond van die bepalingen vast te stellen algemene maatregel van bestuur krijgt de burger een extra mogelijkheid om genoegdoening te realiseren. In de algemene maatregel van bestuur worden gevallen aangewezen die voor een tegemoetkoming in aanmerking komen. De invoering van een extra mogelijkheid heeft niet tot gevolg dat er dubbele compensatie plaats zal vinden.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 20-09-2021

Verlaging tarief verhuurderheffing

Naar aanleiding van een motie van de Tweede Kamer heeft het kabinet besloten dat in de sociale sector in 2021 geen huurverhoging mag worden toegepast. Woningcorporaties en grotere particuliere verhuurders worden daarvoor enigermate gecompenseerd door een verlaging van het tarief van de verhuurderheffing. De totale verlaging van de verhuurderheffing bedraagt € 180 miljoen per 1 januari 2022. Het tarief gaat van 0,527 naar 0,485% van het belastbare bedrag.

In de wet is nu bepaald dat de bedragen van de heffingsverminderingen ieder kwartaal kunnen worden gewijzigd. Op grond van deze bepaling kunnen de bedragen op nihil worden gesteld als het gebruik van de heffingsverminderingen groter blijkt dan waar in de begroting rekening mee is gehouden. Voorgesteld wordt om de wijziging van bedragen, waaronder het op nihil stellen daarvan, per maand mogelijk te maken in plaats van per kwartaal. De kans op overschrijdingen van het budget wordt hierdoor verkleind. Een aanpassing van de bedragen van de heffingsvermindering moet meer dan een maand van tevoren worden aangekondigd in verband met de rechtszekerheid voor de aanvragers.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 20-09-2021