All posts by jansen_kleton_claudia

Beperk belastingheffing in box 3

Schulden komen in mindering op het vermogen in box 3. Dat geldt echter niet voor belastingschulden. Alleen erfbelastingschulden kunnen als schuld in box 3 worden opgevoerd. U kunt de belastingheffing in box 3 beperken door uw belastingschulden voor de jaarwisseling te betalen. Als u verwacht dat u belasting moet (bij)betalen, is het raadzaam om de Belastingdienst te vragen om een voorlopige aanslag of om een aangifte in te dienen en de aanslag voor de peildatum te betalen. Heeft u het verzoek uiterlijk acht weken voor het einde van het jaar gedaan, maar heeft de Belastingdienst nog niet of te laat gereageerd op het verzoek, dan mag u het nog niet betaalde bedrag wel als schuld in box 3 aanmerken.

Maak gebruik van de vrijstellingen

Er bestaan diverse vrijstellingen in box 3, bijvoorbeeld voor voorwerpen van kunst en wetenschap en voor groene beleggingen. Het kan aantrekkelijk zijn om belast vermogen (tijdelijk) om te zetten in vrijgesteld vermogen. Belegt u groen, dan bespaart u niet alleen belasting in box 3, maar profiteert u ook van een extra heffingskorting in box 1 van 0,7% van de waarde van de vrijgestelde beleggingen. Voor groene beleggingen geldt een vrijstelling van maximaal € 59.477 per persoon (€ 118.974 voor fiscale partners).

Bron: Overig | publicatie | 10-11-2020

Vermogen overhevelen naar de (klein)kinderen

Bij uw overlijden gaat uw vermogen naar uw erfgenamen. De erfgenamen moeten over hun aandeel in de nalatenschap erfbelasting betalen. Heeft u geen testament, dan geldt het wettelijk erfrecht. Dat komt erop neer dat uw echtgenoot en de kinderen voor gelijke delen erven, waarbij het vruchtgebruik van de kindsdelen naar uw echtgenoot gaat. De kinderen krijgen een vordering op uw echtgenoot. Voor de echtgenoot geldt een hoge vrijstelling. De vrijstelling voor de kinderen is beperkt. De wettelijke regeling kan goed uitpakken, maar een goed testament kan helpen om bij overlijden belasting te besparen. Soms wordt gekozen voor het verschuiven van erfbelasting in plaats van besparen van erfbelasting. Een mogelijke reden hiervoor is dat het geld vastzit, bijvoorbeeld in een huis of in beleggingen. Het kan fiscaal gunstig zijn om ook de kleinkinderen te laten erven, bijvoorbeeld door voor hen legaten op te nemen in het testament. Een kleinkind kan van zijn grootouders een bedrag van € 20.946 belastingvrij erven.

Gebruik de schenkingsvrijstellingen

Door tijdens uw leven (een deel van) uw vermogen over te dragen aan uw kinderen kan de heffing van erfbelasting worden beperkt. Naast een jaarlijkse vrijstelling voor een schenking van ouders aan een kind van € 5.515 bestaat er voor kinderen tussen 18 en 40 jaar een verhoogde vrijstelling van € 26.457. Schenkingen aan kleinkinderen en anderen zijn vrijgesteld tot een bedrag van € 2.208.

Schenkingsvrijstelling eigen woning

De vrijstelling voor schenkingen die verband houden met de financiering van een eigen woning is verruimd tot een bedrag van € 103.643. Om van deze vrijstelling gebruik te maken hoeft er geen familierelatie tussen schenker en verkrijger te zijn. De verkrijger moet tussen 18 en 40 jaar oud zijn. Het bedrag van € 103.643 wordt verminderd met eerder toegepaste verhoogde vrijstellingen, voor zover het gaat om schenkingen van ouders aan kinderen voor de eigen woning of de studie.

Bron: Overig | publicatie | 10-11-2020

Herziening aftrek voorbelasting

De btw op bedrijfsmiddelen komt in aftrek naar gelang van de mate waarin u de bedrijfsmiddelen voor btw-belaste prestaties gebruikt. Heeft u de btw op bedrijfsmiddelen in het verleden geheel of gedeeltelijk in aftrek gebracht, dan moet de aftrek worden herzien als de mate van gebruik voor belaste prestaties is veranderd. Voor onroerende zaken is de herzieningstermijn negen jaar, volgend op het jaar waarin u de zaak bent gaan gebruiken. Voor roerende zaken, waarop wordt afgeschreven, bedraagt de herzieningstermijn vier jaar volgend op het jaar van ingebruikname. De herziening verwerkt u in de laatste aangifte van het jaar.

Bron: Overig | publicatie | 10-11-2020

Vernietiging ontslag op staande voet

Een op staande voet ontslagen werknemer diende bij de kantonrechter een verzoek tot vernietiging van het ontslag in. In reactie daarop diende de werkgever een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst in voor het geval het ontslag op staande voet geen stand zou houden.

Er was voldaan aan de eisen van onverwijlde opzegging van de arbeidsovereenkomst en mededeling daarvan. Als dringende reden voor het ontslag op staande voet voerde de werkgever overtreding van het overeengekomen relatiebeding aan. De werkgever baseerde dat op het feit dat de werknemer zich elders als freelancer had aangeboden om werkzaamheden te verrichten. Die handeling levert geen inbreuk op het relatiebeding op, aangezien er geen werkzaamheden zijn verricht door de werknemer ten behoeve van relaties van de werkgever. Het ontslag op staande voet is daarom door de kantonrechter vernietigd. De werkgever probeerde het relatiebeding tijdens de mondelinge behandeling nog op te rekken door te stellen dat de werknemer een aanvang heeft gemaakt om elders te gaan werken. Daardoor zou het relatiebeding al zijn geschonden. De kantonrechter ging daar niet in mee.

Het tegenverzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst berustte op een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter kon uit de door de werkgever gestelde en door de werknemer betwiste gedragingen van de werknemer geen verstoring van de arbeidsverhouding afleiden. Volgens de kantonrechter zouden partijen, al dan niet na mediation, met elkaar verder moeten kunnen. De kantonrechter heeft het tegenverzoek afgewezen.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBMNE20204316, 8641843 / ME VERZ 20-103 | 27-10-2020

Uitstel aanvraag vaststelling NOW-2

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat de openstelling van het vaststellingsloket voor de NOW-2 wordt uitgesteld van 15 november 2020 naar 15 april 2021. De aanleiding hiervoor is de werkbelasting van het UWV. Aanvragen voor vaststelling van de NOW-1 kunnen sinds 7 oktober jl. worden ingediend. Aanvragen van subsidie (dus niet de vaststelling daarvan) voor de NOW-3 is mogelijk vanaf 16 november. Naar verwachting kunnen de volgende tranches van de NOW-3 vanaf 15 februari respectievelijk 17 mei 2021 worden aangevraagd.

De minister deelt in de brief verder mee, dat bij terugvordering van bedragen, die onder de NOW-1 zijn betaald, een ondergrens van € 500 zal worden gehanteerd. In voorkomende gevallen krijgt de werkgever wel een terugvorderingsbeschikking voor een lager bedrag, maar hoeft hij dat niet terug te betalen.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | publicatie | 2020-0000142747 | 25-10-2020

Derde nota van wijziging Belastingplan 2021

De staatssecretaris van Financiën heeft een derde nota van wijziging op het Belastingplan 2021 ingediend. De nota bevat drie wijzigingen.

De eerste wijziging hangt samen met een voorgenomen uitbreiding van de bonusregeling voor zorgprofessionals met pgb-zorgverleners. De bonus kan worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel om te voorkomen dat de bonus belastbaar inkomen of belastbare winst voor de pgb-zorgverlener wordt of invloed heeft op de inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen.

De tweede wijziging betreft een aanpassing van de belastingplichtige voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm). In het Belastingplan wordt voorgesteld dat het belastbaar feit verandert van de registratie van het voertuig naar de inschrijving in het kentekenregister. Degene die om inschrijving vraagt is de belastingplichtige voor de bpm, ook al handelt hij in naam en voor rekening van de persoon op wiens naam het motorrijtuig wordt gesteld. Deze aanpassing heeft geen gevolgen voor de heffing van btw.

De derde wijziging betreft het herstel van een fout. Het Belastingplan 2021 bevat per abuis een wijziging van de Wet tijdelijk verlaagd tarief laadpalen. Deze fout wordt hersteld door de wijziging in het voorstel van wet te laten vervallen.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 35 572 | 26-10-2020

Nota van wijziging wetsvoorstel differentiatie overdrachtsbelasting

Onderdeel van het Belastingplan 2021 is een wetsvoorstel dat een verdere differentiatie in het tarief van de overdrachtsbelasting invoert. Nu is er een verschil in tarief voor woningen en voor andere onroerende zaken. Dat wordt uitgebreid naar een eenmalige vrijstelling voor starters op de woningmarkt en een hoger tarief voor woningen die niet als hoofdverblijf dienen. De staatssecretaris van Financiën herstelt met een nota van wijziging twee omissies in het wetsvoorstel. Daarnaast wordt aan een wetsartikel een onderdeel toegevoegd, waarvan de inhoud in lagere regelgeving zou worden opgenomen. Het gaat om voorschriften waaraan de schriftelijke verklaring moet voldoen voor toepassing van het belastingtarief van 2% of de startersvrijstelling.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 35 576 | 25-10-2020

Nota van wijziging wetsvoorstel aanpassing box 3

Onderdeel van het Belastingplan 2021 is een wetsvoorstel ter aanpassing van de belastingheffing in box 3 van de inkomstenbelasting. Via een nota van wijziging worden enkele technische wijzigingen aangebracht om de regeling in overeenstemming te brengen met de bestaande uitvoeringspraktijk. De drempelbedragen, die volgens de huidig regeling gelden bij het opleggen van een aanslag, worden doorgetrokken naar de nieuwe categorie aanslaggerechtigden. Verder wordt zeker gesteld dat belastingplichtigen met groene beleggingen de heffingskorting groen beleggen op dezelfde wijze verdelen als hun voordeel uit sparen en beleggen, hun rendementsgrondslag of hun grondslag groen beleggen.

Door een aanpassing in het wetsvoorstel wordt voorkomen dan de Belastingdienst over oude belastingjaren beschikkingen bedrag rendementsgrondslag en beschikkingen bedrag groen beleggen moet afgeven. Dit is niet nodig omdat pas vanaf het belastingjaar 2021 het heffingvrije vermogen is verhoogd en afwijkt van de vermogenstoetsen in inkomensafhankelijke regelingen.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 35 577 | 25-10-2020

Versoepeld uitstelbeleid belastingschulden verlengd tot 1 januari 2021

De staatssecretarissen van Financiën hebben in een brief aan de Tweede Kamer meegedeeld dat het versoepelde uitstelbeleid van de Belastingdienst is verlengd tot 1 januari 2021. Dit beleid was per 1 oktober geëindigd, waardoor het uitstel uiterlijk op 31 december 2020 afliep. Ondernemers kunnen nu tot 1 januari een verzoek om uitstel op grond van het versoepelde beleid indienen. De verlenging geldt zowel voor ondernemers die niet eerder om uitstel hebben verzocht als voor ondernemers die dat nogmaals willen doen. Na afloop van de uitstelperiode komen de ondernemers in aanmerking voor de aflossingsregeling van 36 maanden voor de openstaande belastingschuld, mits zij aan de voorwaarden voldoen van het beleidsbesluit.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2020-0000212840 | 02-11-2020

Beantwoording vragen over Belastingplan van Tweede Kamer

Bij de Tweede Kamer is het pakket wetsvoorstellen van het Belastingplan 2021 in behandeling. De staatssecretaris van Financiën heeft schriftelijk gereageerd op vragen die door Kamerleden bij de behandeling zijn gesteld. Een van de vragen betreft een lijst met fiscale wetgeving die het kabinet op dit moment voorziet.

Nog in te dienen fiscale wetsvoorstellen

 Wetsvoorstel

 Tijdstip van indiening

 Inwerkingtreding per

 Fiscale verzamelwet 2022

 Voorjaar 2021

 

 Wetsvoorstel aanpassing   arm’s lengthbeginsel

 Idem

 1 januari 2022

 Wetsvoorstel invoering   conditionele bronbelasting op   dividend

 Idem

 1 januari 2024

 Wetsvoorstel   gegevensverwerking     Belastingdienst

 

 1 januari 2022

 Implementatie wijzigingen   horizontale accijnsrichtlijn

 

 31 december 2021

 

Daarnaast zijn de volgende wetsvoorstellen, afgezien van het pakket Belastingplan 2021, momenteel in behandeling bij Tweede Kamer.

  1. Wet minimum CO₂-prijs elektriciteitsopwekking (35216)
  2. Wet excessief lenen bij eigen vennootschap (35496)
  3. Wet implementatie richtlijnen elektronische handel (35527)

Een andere vraag betreft de vereenvoudiging van de premieheffing en belastingheffing van grensarbeiders. De staatssecretaris is in overleg met Duitsland over een aanpassing van het belastingverdrag om tot een oplossing voor onevenwichtige uitkomsten met betrekking tot de belastingheffing over bepaalde Duitse kortdurende socialezekerheidsuitkeringen te komen. Daarnaast heeft hij aan Duitsland en België voorgesteld om te onderzoeken of er mogelijkheden voor een thuiswerkdrempel in de belastingverdragen zijn, waardoor incidenteel thuiswerken niet direct tot veranderingen in de belastingheffing leidt.

Een van de wetsvoorstellen betreft een beperking van de liquidatie- en stakingsverliesregeling. Naar aanleiding van een artikel in de fiscale literatuur, waarin wordt opgemerkt dat de toetsperiode kan worden omzeild door in het zicht van liquidatie de te ontbinden deelneming te splitsen, kondigt de staatssecretaris een nota van wijziging aan. Het in het betreffende artikel omschreven effect is volgens de staatssecretaris ongewenst. Anders dan bij fusies wordt het opgeofferde bedrag bij splitsingen niet aangepast als de waarde in het economisch verkeer van de splitsende deelneming lager is dan het daarvoor opgeofferde bedrag. Door in het zicht van liquidatie over te gaan tot splitsing wordt voldaan aan de voorwaarden in de liquidatieverliesregeling, terwijl de splitsing geen nadelig effect heeft op de uiteindelijke hoogte van het in aanmerking te nemen liquidatieverlies. In de nota van wijziging zal de wetsbepaling bij splitsingen op dit punt in overeenstemming worden gebracht met de bepaling voor fusies.

Uitgebreid is stilgestaan bij de voorgestelde differentiatie van het tarief in de overdrachtsbelasting. Het wetsvoorstel beoogt om het tarief van 2% en de startersvrijstelling te beperken tot woningen die door de koper zelf anders dan tijdelijk als hoofdverblijf worden gebruikt. Tweede woningen en woningen voor (studerende) kinderen vallen daar niet onder. Voor het toepassen van het verlaagde tarief of de vrijstelling mag de notaris vertrouwen op de hoofdverblijfverklaring van de koper. De staatssecretaris is van mening dat de afbakening van de vrijstelling op leeftijd en de koppeling aan het gebruik van de woning als hoofdverblijf de regeling minder gevoelig maken voor constructies om onder het hoge tarief van de overdrachtsbelasting uit te komen. Daarnaast is de regeling uitvoerbaar voor de uitvoerende instanties.

Als twee partners samen een woning kopen, die aan hen gezamenlijk wordt geleverd, zal voor de overdrachtsbelasting per verkrijger beoordeeld moeten worden of aan de voorwaarden voor het verlaagde tarief of de startersvrijstelling wordt voldaan. De notaris kan desondanks één nota van afrekening opstellen, waarin hij de verschuldigde overdrachtsbelasting per verkrijger opneemt. In het najaar van 2024 is een tussenevaluatie voorzien. De staatssecretaris deelt de wens van de Kamer om het gebruik van de startersvrijstelling goed te monitoren. Een evaluatie in 2022 vindt hij te vroeg om een goed beeld te krijgen.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 2020-0000207315 | 25-10-2020