All posts by jansen_kleton_claudia

Overzicht beroep op coronamaatregelen

De minister en de staatssecretaris van Sociale zaken en Werkgelegenheid hebben in een brief aan de Tweede Kamer een overzicht gegeven van het beroep op de coronamaatregelen NOW en Tozo.

Tot en met 30 april zijn er ongeveer 114.000 aanvragen voor de NOW ingediend. Er zijn ongeveer 104.000 aanvragen goedgekeurd en ongeveer 6.700 aanvragen afgewezen omdat deze niet aan de voorwaarden voldeden. Het totaalbedrag van de aangevraagde subsidie komt uit op € 7,2 miljard voor een periode van drie maanden.

Het aantal aanvragen voor de Tozo wordt geschat op ongeveer 343.000. Dit zijn aanvragen voor ondersteuning in levensonderhoud of voor een lening voor bedrijfskapitaal. Het overgrote deel van de aanvragen (ca. 91,5%) betreft een aanvraag voor inkomensondersteuning. Op dit moment zijn niet van alle gemeenten gegevens voorhanden. Binnenkort zal het CBS registratiecijfers over het gebruik van de Tozo publiceren. Dat moet leiden tot een nauwkeuriger beeld.

De ontwikkeling op de arbeidsmarkt is zorgelijk. Het aantal werkenden is afgenomen. Het aantal WW-uitkeringen stijgt, met name in de sectoren ‘horeca en catering’ (+224%), ‘uitzendbedrijven’ (+143%) en ‘cultuur’ (+94%). In absolute aantallen is de stijging beperkt. Het aantal WW-uitkeringen in de sectoren ‘landbouw, groenvoorziening, visserij’, ‘onderwijs’, ‘bouw’ en ‘overig’ is gedaald. De gemeenten geven aan dat ook de instroom in de bijstand is toegenomen. Een deel van de werknemers komt niet in aanmerking voor WW en zal doorstromen naar de bijstand. Er zijn nog geen exacte gegevens bekend over de omvang van de toename.

De beide bewindslieden willen de Tweede Kamer maandelijks informeren over het beroep op en het gebruik van de NOW en de Tozo.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2020-0000061835 | 07-05-2020

Minimumlonen per 1 juli 2020

Ieder half jaar per 1 januari en per 1 juli worden de bedragen van het wettelijk minimumloon aangepast aan de ontwikkeling van de contractlonen. Per 1 juli 2020 stijgt het minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder van € 1.653,60 naar € 1.680 per maand. Voor werknemers jonger dan 21 jaar gelden hiervan afgeleide bedragen. De tabel bevat alle per 1 juli geldende bedragen per leeftijdscategorie. 

Leeftijd Percentage Per maand Per week Per dag
21 jaar en ouder 100% € 1.680,00 € 387,70 € 77,54
20 jaar 80% € 1.344,00 € 310,15 € 62,03
19 jaar 60% € 1.008,00 € 232,60 € 46,52
18 jaar 50% € 840,00 € 193,85 € 38,77
17 jaar 39,5% € 663,60 € 153,15 € 30,63
16 jaar 34,5% € 579,60 € 133,75 € 26,75
15 jaar 30% € 504,00 € 116,30 € 23,26

Voor werknemers, die de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) volgen, gelden afwijkende bedragen.

Leeftijd Percentage bbl Per maand Per week Per dag
20 jaar 61,5% € 1.033,20 € 238,45 € 47,69
19 jaar 52,5% € 882,00 € 203,5 € 40,71
18 jaar 45,5% € 764,40 € 176,40 € 35,28

De wet kent geen uniform wettelijk minimum uurloon. Het uurloon kan verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 of 40 uur per week. Voor het minimumloon per uur betekent dit het volgende:

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
21 jaar en ouder € 10,77 € 10,21 € 9,70
20 jaar € 8,62 € 8,17 € 7,76
19 jaar € 6,47 € 6,13 € 5,82
18 jaar € 5,39 € 5,11 € 4,85
17 jaar € 4,26 € 4,04 € 3,83
16 jaar € 3,72 € 3,52 € 3,35
15 jaar € 3,24 € 3,07 € 2,91
Bron: Ministerie van Sociale Zaken | besluit | Staatscourant 2020 nr. 22092 | 07-05-2020

Commissie keurt coronamodule GO-regeling goed

Nederland heeft op basis van het tijdelijke steunkader van de Europese Commissie een garantieregeling voor werkkapitaal- en investeringskredieten die banken verstrekken in het kader van de coronacrisis aangemeld bij de Commissie. Het gaat om de coronamodule van de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering. Deze regeling geldt voor leningen die banken vanaf 24 maart 2020 verstrekken. De Nederlandse Staat staat voor 90% garant voor nieuwe leningen aan het mkb en voor 80% voor nieuwe leningen aan grote ondernemingen. Banken moeten kredietnemers zes maanden uitstel van aflossing geven voordat zij een beroep kunnen doen op de door de staat afgegeven garantie op de lening.

Volgens de Europese Commissie voldoet de regeling aan de voorwaarden van het tijdelijke steunkader. De Commissie heeft toestemming gegeven voor de maatregelen.

Bron: Overig | publicatie | 30-04-2020

Ouderschapsverlof straks deels betaald

Het kabinet heeft een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) naar deeltijdwerk laten uitvoeren. Het rapport van dit onderzoek is, met een reactie van het kabinet, naar de Tweede Kamer gestuurd. Het rapport geeft een overzicht van voor- en nadelen van deeltijdwerk, zowel op individueel als op maatschappelijk niveau. Naar aanleiding van het IBO kondigt het kabinet de invoering van betaald ouderschapsverlof aan. Dat verlof komt in aanvulling op het recent uitgebreide geboorteverlof voor partners. De uitbreiding van het geboorteverlof gaat in op 1 juli 2020. De invoering van betaald ouderschapsverlof zou moeten gebeuren per 21 augustus 2022. Gedurende negen van de huidige 26 weken onbetaald ouderschapsverlof komt er een uitkering van 50% van het dagloon van de werknemer. Dit betaalde ouderschapsverlof moet in het eerste levensjaar van het kind worden opgenomen. De huidige regeling van onbetaald ouderschapsverlof gedurende maximaal 26 weken geldt voor de eerste acht jaar van het kind. Een wetsvoorstel met deze regeling zal na de zomer worden ingediend.

Het IBO is aanleiding voor het kabinet om vrijwillige uitbreiding van uren met name bij kleine arbeidscontracten te stimuleren. Vier op de tien vrouwen verdienen onvoldoende om de ondergrens van economische zelfstandigheid te halen. Zij lopen daarmee een risico op armoede. In dat kader gaat het kabinet alternatieven ontwikkelen voor het stelsel van ondersteuning van gezinnen met jonge kinderen. Dat moet ouders stimuleren om actief te blijven op de arbeidsmarkt. De huidige regeling van de kinderopvangtoeslag doet dat niet, aangezien de toeslag daalt met het stijgen van het inkomen. Daarnaast gaat het kabinet beleid richten op openingstijden van kinderopvang en scholen om belemmeringen weg te nemen om meer uren te werken. Samenwerking tussen kinderopvang, voorschoolse voorzieningen en het onderwijs kan daar aan bijdragen.

Het IBO stelt vier mogelijke beleidsrichtingen voor:

  1. Bevorderen van economische zelfstandigheid. Dit kan door betaald werken aan de onderkant van de arbeidsmarkt lonender te maken en de inkomensondersteuning te verminderen.
  2. Het vergroten van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen.
  3. Bevorderen van het totale arbeidsaanbod. Hiertoe moeten maatregelen, die de minstverdienende partner stimuleren om meer te werken, worden gecombineerd met maatregelen waarmee het huishouden ontzorgd wordt.
  4. De verschillen in de belastingdruk tussen een- en tweeverdienershuishoudens moeten worden verkleind. De fiscale instrumenten die zijn gericht op de minstverdienende partner moeten daarvoor afgebouwd worden.

Daarnaast heeft het IBO vier besparingsvarianten uitgewerkt. Dit zijn het verlagen van het kindgebonden budget en de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK), het afbouwen van de IACK met de leeftijd van het jongste kind, het verlagen van de alleenstaande oudertoeslag in het kindgebonden budget en het afhankelijk maken van de opbouw van de AOW-rechten van het aantal jaren dat iemand meer dan 70% van het wettelijk minimumloon verdient.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2020-0000054569 | 30-04-2020

Kamervragen ondersteuning culturele sector

De minister en staatssecretaris van Economische Zaken hebben Kamervragen over de ondersteuning voor zelfstandigen en de culturele sector in het kader van de coronamaatregelen beantwoord. In hun antwoord geven de bewindslieden aan dat de generieke maatregelen van het kabinet ook gelden voor de culturele en creatieve sector. Daarnaast is voor de sector een extra bedrag van € 300 miljoen beschikbaar gesteld door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een deel hiervan wordt ingezet om leningen te verstrekken aan eigenaren van opengestelde rijksmonumenten via het Nationaal Restauratie Fonds.

Daarnaast zijn er coulancemaatregelen genomen, zoals het opschorten van de huur voor rijksgesubsidieerde musea. Het merendeel van de vragen is door tijdsverloop achterhaald, omdat deze vragen betrekking hebben op aanvullingen en aanpassingen van eerder genomen maatregelen, die inmiddels hebben plaatsgevonden.

De sector scheppende kunst valt niet onder de regeling Tegemoetkoming ondernemers in getroffen sectoren (TOGS). Deze regeling is bedoeld om ondernemers die door de kabinetsmaatregelen direct zijn getroffen in hun bedrijfsvoering tegemoet te komen in hun vaste lasten. Beeldende kunsten, vormgeving en architectuur zijn geen ondernemingen die gedwongen zijn gesloten of dicht moeten door het verbod op het organiseren van evenementen. De SBI-code ‘scheppende kunst’, waar beeldende kunst onder valt, is zeer breed. Daaronder vallen diverse beroepsgroepen die hun werk kunnen blijven uitvoeren. Daarom is er voor gekozen deze SBI-code niet mee te nemen in de uitbreiding van de lijst met sectoren. De bewindslieden merken op dat het goed mogelijk is dat ondernemers die niet in aanmerking komen voor de TOGS een beroep kunnen doen op andere regelingen.

Bron: Ministerie van Economische Zaken | publicatie | DGBI-O / 20111465 | 30-04-2020

Aanvragen corona-overbruggingslening mogelijk vanaf 29 april

Een van de maatregelen die het kabinet heeft getroffen ter bestrijding van de gevolgen van de coronacrisis is een kredietfaciliteit voor startups, scale-ups en innovatieve mkb’ers. Het kabinet heeft € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor overbruggingskredieten aan deze doelgroep. Vanaf 29 april om 09.00 uur kunnen deze bedrijven een aanvraag doen voor een corona-overbruggingslening (COL). De regeling wordt uitgevoerd door de regionale ontwikkelingsmaatschappijen.

Corona-overbruggingslening

De COL is een overbruggingslening onder gunstige condities. De hoogte van de leningen varieert van € 50.000 tot € 2 miljoen. Bij bedragen boven € 250.000 moeten de aandeelhouders of andere investeerders 25% van het gevraagde bedrag inleggen. De rente bedraagt 3% per jaar. De looptijd is drie jaar, met de mogelijkheid van vervroegde aflossing. Het streven is om aanvragen tot € 500.000 binnen vier tot negen werkdagen af te handelen. 

Om in aanmerking te komen voor de COL moeten ondernemers kunnen aantonen dat zij deze lening nodig hebben vanwege de huidige economische situatie en dat zij een duurzaam en gezond toekomstperspectief hebben. Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens worden toegevoegd:

  • een toelichting op de relatie tussen de coronacrisis en de liquiditeitsbehoefte;
  • de jaarrekeningen van 2018 en 2019;
  • de oorspronkelijke begroting 2020;
  • bestaande leningsovereenkomsten;
  • een businessplan;
  • een actuele liquiditeitsprognose op 12-maands forecastbasis;
  • een toelichting op en specificatie van de maandelijkse burnrate/runway.

De aanvraag van de COL gaat digitaal via https://www.techleap.nl/content/bridgefinancing-portal/

Bron: Ministerie van Economische Zaken | publicatie | 28-04-2020

Aanvullende fiscale maatregelen coronacrisis

De staatssecretaris van Financiën heeft zes nieuwe belastingmaatregelen aangekondigd ter bestrijding van de gevolgen van de coronacrisis. De maatregelen zijn met name gericht op het geven van financiële ruimte aan bedrijven en ondernemers. Daarnaast is een maatregel voor particulieren met een eigen woning aangekondigd. Het gaat om de volgende maatregelen:

  1. Verlaging van het gebruikelijk loon bij omzetdaling
  2. Versoepeling van het urencriterium voor zelfstandigen
  3. Verruiming van de werkkostenregeling
  4. De invoering van een coronareserve in de vennootschapsbelasting
  5. Uitstel van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel excessief lenen
  6. Een betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

1. Gebruikelijk loon

Dga’s van wie de bv door de coronacrisis met een omzetdaling wordt geconfronteerd, mogen uitgaan van een lager gebruikelijk loon dan volgens de wettelijke regeling. De toegestane verlaging staat in verhouding tot de omzetdaling. Als gevolg van de verlaging hoeft de bv minder loonheffing in te houden en af te dragen.

2. Versoepeling urencriterium

Ondernemers die voldoen aan het urencriterium hebben recht op de ondernemersaftrek, waaronder de zelfstandigenaftrek. Het urencriterium houdt in dat een ondernemer ten minste 1.225 uur per jaar aan zijn onderneming besteedt. Om te voorkomen dat ondernemers het recht op ondernemersaftrek verliezen geldt als fictie dat een ondernemer in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 ten minste 24 uur per week aan de onderneming heeft besteed. Voor seizoensafhankelijke ondernemers zal worden geregeld dat zij ook onder de versoepeling vallen.

3. Verruiming werkkostenregeling

De vrije ruimte van de werkkostenregeling voor onbelaste vergoedingen aan werknemers wordt eenmalig verhoogd van 1,7 naar 3% voor de eerste € 400.000 van de loonsom.

4. Coronareserve

De coronareserve is een fiscale reserve die het mogelijk maakt om bij de bepaling van de winst over 2019 rekening te houden met verliezen die bedrijven in 2020 verwachten te lijden. De coronareserve geldt alleen voor bedrijven die onder de vennootschapsbelasting vallen. de coronareserve mag niet hoger zijn dan de winst van 2019.

5. Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel excessief lenen

Het wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap moet voorkomen dat een dga door geld te lenen van zijn bv belastingbetaling uitstelt. De invoering van dat wetsvoorstel wordt een jaar uitgesteld tot 1 januari 2023.

6. Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Voor de aftrekbaarheid van hypotheekrente voor de eigen woning geldt sinds 2013 een aflosverplichting op de schuld. Kredietverstrekkers willen klanten de mogelijkheid bieden van een betaalpauze voor rente en aflossing van maximaal zes maanden. Anders dan volgens de wettelijke regeling hoeft de door de betaalpauze opgelopen aflossingsachterstand niet uiterlijk 31 december 2021 te zijn ingelopen om verlies van renteaftrek te voorkomen. De achterstand kan worden ingelopen in de resterende looptijd van de lening. In plaats daarvan kan de klant ervoor kiezen om de resterende lening te splitsen. Dat maakt het mogelijk om de achterstand in een afwijkende periode dan de resterende looptijd in te lopen.

Voor zover de aangekondigde maatregelen wettelijk geregeld moeten worden zullen zij worden opgenomen in het Belastingplan 2021. Daarop vooruitlopend wordt de uitwerking opgenomen in een goedkeurend beleidsbesluit. De maatregelen, die niet wettelijk geregeld hoeven te worden, worden zo spoedig mogelijk uitgewerkt in een beleidsbesluit.

Bron: Ministerie van Financiƫn | publicatie | 2020-0000080433 | 25-04-2020

Uitbreiding doelgroep Tozo

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een brief aan de Tweede Kamer meegedeeld dat de doelgroep van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) wordt uitgebreid. Toegevoegd worden zelfstandigen in grenssituaties en zelfstandige AOW-gerechtigden.

Zelfstandigen in grenssituaties

Ook de in Nederland wonende zelfstandige ondernemer met een bedrijf in een andere EU-lidstaat kan een beroep doen op de Tozo als voorziening in zijn levensonderhoud. De ondernemer die in een andere EU-lidstaat woont en een bedrijf in Nederland heeft, kan met een beroep op de Tozo in aanmerking komen voor een lening voor bedrijfskapitaal. Voor levensonderhoud dient deze ondernemer zich te melden in zijn woonland. De staatssecretaris wil één gemeente aanwijzen waar deze groep ondernemers de aanvraag kan indienen voor bedrijfskapitaal. 

AOW-gerechtigde zelfstandigen

AOW-gerechtigde zelfstandigen kunnen met een beroep op de Tozo in aanmerking komen voor een lening voor bedrijfskapitaal. Tot nu toe was deze groep ondernemers uitgesloten van de Tozo.

Verrekening van inkomsten met de Tozo

Alleen inkomen dat betrekking heeft op de periode waarover Tozo wordt aangevraagd zal worden verrekend met de uitkering. Bij inkomen uit arbeid gaat het om de periode waarin de arbeid is verricht. Met een factuur voor werk in februari, die betaald wordt in maart, wordt geen rekening gehouden bij het bepalen van de Tozo-uitkering.

De grenswerkers en AOW-gerechtigde zelfstandigen kunnen een beroep doen op de Tozo nadat de aangepaste ministeriële regeling is gepubliceerd.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2020-0000058604 | 25-04-2020

Termijnverlenging formaliteiten afkoop of omzetting pensioen in eigen beheer

Tot en met 31 december 2019 was het mogelijk om een pensioenvoorziening in eigen beheer fiscaal vriendelijk af te kopen of om te zetten in een oudedagsverplichting. De regeling hield in dat het verschil tussen de waarde in het economische verkeer van de pensioenaanspraak en de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting zonder belastingheffing kon worden prijsgegeven. Vervolgens werd het pensioen in eigen beheer volledig afgekocht of omgezet zonder dat revisierente verschuldigd werd. Bij afkoop werd een korting verleend op het bedrag dat tot het loon werd gerekend.

Voor deze regeling moest een informatieformulier, na invulling en ondertekening, binnen een maand na afkoop of omzetting worden ingediend bij de Belastingdienst. De (ex-)partner van de dga moest schriftelijk instemmen met toepassing van de regeling. Als het formulier niet of te laat is ingediend of als de handtekening van de partner ontbreekt, geldt de bijzondere regeling niet maar gelden de normale wettelijke regels voor het prijsgeven of afkopen van pensioen.

De staatssecretaris van Financiën heeft nu onder voorwaarden goedgekeurd dat in twee situaties een informatieformulier later kan worden ingediend. Een binnen een jaar na de afkoop of de omzetting van het pensioen ingeleverd formulier wordt als tijdig aangemerkt. Als ondanks afkoop of omzetting geen formulier is ingediend, geeft de inspecteur na het constateren van de afkoop of omzetting de dga de gelegenheid dit verzuim te herstellen. De inspecteur geeft daarvoor een termijn van ten minste zes weken. Wel moet aan de overige voorwaarden zijn voldaan, waaronder bij afkoop het indienen van de aangifte loonheffingen en het afdragen van de loonheffingen.

Als de inspecteur constateert dat op het formulier de handtekening van de (ex-)partner ontbreekt, stelt hij de dga in de gelegenheid dit te herstellen. De inspecteur geeft daarvoor een termijn van ten minste zes weken.

Bron: Ministerie van Financiƫn | besluit | Staatscourant Nr. 20858 nr. 2020-845 | 23-04-2020

Aanpassingen coronamaatregelen van ministerie SZW

De minister en de staatssecretaris van Sociale zaken en Werkgelegenheid hebben enkele aanpassingen aangekondigd van de coronamaatregelen die onder het bereik van dit ministerie vallen. Het gaat om de volgende zaken:

  1. Toepassing van de NOW bij concerns.
  2. Een aanvullend vangnet voor flexwerkers
  3. Een regeling voor seizoenswerk.
  4. Toepassing van de premiedifferentiatie op overwerk.
  5. Werktijdverkorting en tewerkstellingsvergunningen.

Ad 1) Toepassing van de NOW bij concerns

De NOW omvat een tegemoetkoming in de loonkosten van personeel bij een omzetverlies van 20% of meer. Voor concerns bestaande uit meerdere vennootschappen geldt de eis van het omzetverlies voor het gehele concern. De regeling wordt nu zodanig aangepast, dat bij concerns met minder dan 20% omzetverlies individuele werkmaatschappijen subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van de eigen omzetdaling. Om misbruik van de regeling te voorkomen, worden aan deze verruiming extra voorwaarden verbonden. Deze zijn achtereenvolgens:

  • De werkmaatschappij moet een rechtspersoon zijn.
  • Het concern mag over het jaar 2020 geen dividend of bonussen uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Dat geldt tot met de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld.
  • De werkmaatschappij moet een overeenkomst hebben met de vakbonden of de werknemersvertegenwoordiging over werkbehoud.
  • Er mag binnen het concern geen personeels-bv zijn. Is dat wel het geval, dan moet worden uitgegaan van de omzetdaling op concernniveau.

Er komen controlewaarborgen om oneigenlijk gebruik te voorkomen.

Ad 2) Een aanvullend vangnet voor flexwerkers. 

Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden voor de invoering van een vangnetregeling voor flexwerkers. Details van de voorgenomen regeling zijn nog niet bekend. Het betreft een tijdelijke en uitvoerbare regeling voor flexwerknemers die sinds 1 maart hun baan zijn kwijtgeraakt, maar niet in aanmerking komen voor een uitkering. 

Ad 3) Seizoenswerk.

De NOW biedt voor veel vormen van seizoenswerk geen oplossing. Voor die groep is een aparte regeling nodig. Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden om ook voor seizoenswerk een oplossing te kunnen bieden.

Ad 4) Overwerk en premiedifferentiatie.

Volgens de wet moet voor vaste werknemers, die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt, de hoge WW-premie worden afgedragen. De bewindslieden van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben bekendgemaakt dat deze bepaling voor het jaar 2020 voor alle werkgevers wordt opgeschort. Dat betekent dat ook bij meer dan 30% overwerk de lage WW-premie van toepassing is in dit kalenderjaar.

Ad 5) Werktijdverkorting en tewerkstellingsvergunningen.

Een kleine groep werkgevers heeft toestemming gekregen om werktijdverkorting toe te passen in verband met de coronacrisis. Door toepassing van de regeling werktijdverkorting gaat het loon feitelijk omlaag. Dit kan een probleem opleveren voor bijvoorbeeld kennismigranten. Voor deze groep geldt een salariscriterium. Mocht het loon door de werktijdverkorting dalen beneden het salariscriterium, dan zal aan de werkgever geen boete worden opgelegd wegens illegale arbeid omdat de uitzondering op de tewerkstellingsvergunningverplichting niet meer van toepassing is.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2020-0000057033 | 23-04-2020