All posts by jansen_kleton_claudia

Aanpassingen regeling tegemoetkoming ondernemers in getroffen sectoren (TOGS)

De minister en de de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat hebben een aangepaste versie van de regeling tegemoetkoming ondernemers in getroffen sectoren (TOGS) gepubliceerd. De oorspronkelijke regeling is op 31 maart 2020 met terugwerkende kracht tot en met 27 maart 2020 in werking getreden. De regeling bestaat uit een tegemoetkoming van € 4.000 voor andere vaste lasten dan personeelskosten. Voorwaarde voor de tegemoetkoming is een verwacht omzetverlies tussen 16 maart en 15 juni 2020 van ten minste € 4.000 en een gelijk bedrag aan vaste lasten, na aftrek van andere steunmaatregelen.

Het aantal sectoren dat voor de eenmalige tegemoetkoming in aanmerking komt is enkele malen uitgebreid. Voor een aantal nieuwe sectoren worden aanvullende voorwaarden gesteld. Daarnaast is een algemene uitzondering opgenomen op de eis dat een onderneming ten minste één vestiging moet hebben op een ander adres dan het privéadres van de eigenaar.

Tot de direct gedupeerde ondernemingen behoren alle sectoren waarvan aannemelijk is dat deze direct door de overheidsmaatregelen getroffen worden. Het gaat dan om gedwongen sluiting, het verbod op het organiseren van bijeenkomsten en evenementen, het negatieve reisadvies, het dringende advies om zoveel mogelijk thuis te blijven en de eis om minimaal 1,5 meter afstand te houden, en maatregelen van regionale overheden zoals de sluiting van markten. De ondernemingen dienen omzetverlies te lijden als direct gevolg van het wegblijven van consumenten of het niet meer kunnen uitoefenen van de hoofdactiviteit.

Gedupeerde agrarische recreatieondernemingen

Onder de direct gedupeerde ondernemingen vallen ook agrarische ondernemingen met een nevenactiviteit op het gebied van recreatie. Voor deze ondernemingen geldt dat het verwachte omzetverlies en de verwachte vaste lasten van ten minste € 4.000 betrekking moeten hebben op de nevenactiviteit.

Toeleveranciers

Aan de lijst met gedupeerde ondernemingen zijn sectoren toegevoegd die vrijwel uitsluitend leveren aan direct gedupeerde ondernemingen of die voor hun omzet grotendeels afhankelijk zijn van door de overheid ontraden of verboden activiteiten. Het betreft onder meer de groothandel in retail en horeca, fotografen en uitzendbureaus voor de evenementensector en horeca. Voor deze groep geldt als aanvullende voorwaarde een verklaring dat de onderneming voor 70% of meer van zijn omzet afhankelijk is van direct gedupeerde ondernemingen.

Gedupeerde zorgondernemingen

Voor gedupeerde zorgondernemingen geldt dat er in veel gevallen tegemoetkomingen worden verstrekt door zorginkopers ter compensatie van het omzetverlies. Deze ondernemingen komen alleen in aanmerking voor een tegemoetkoming indien het omzetverlies en de vaste lasten na aftrek van de tegemoetkoming(en) ten minste € 4.000 bedragen. Hierover dienen gedupeerde zorgondernemingen bij de aanvraag een verklaring in te dienen. Thuiszorgwinkels vallen onder de gedupeerde zorgondernemingen. Onder de SBI-code voor thuiszorgwinkels vallen echter ook andere ondernemingen. Thuiszorgwinkels dienen bij de aanvraag te verklaren dat de onderneming een thuiszorgwinkel is.

Uitzondering op de vestigingseis

Aanvankelijk waren alleen horecaondernemingen uitgezonderd van de vestigingseis. Daar zijn ondernemingen aan toegevoegd in andere sectoren als sprake is van een fysiek van de woning afgescheiden vestiging met omvangrijke periodieke vaste lasten. De fysiek afgescheiden vestiging moet een eigen opgang of toegang hebben. Bij de aanvraag moet een bewijs meegestuurd worden waaruit dat blijkt.

Bron: Ministerie van Economische Zaken | besluit | Staatscourant Nr. 22337, nr. WJZ/ 20090602 | 23-04-2020

Kamermoties verruiming verliesverrekening vennootschapsbelasting

Het verrekenen van een verlies in de vennootschapsbelasting kan met de winst van het voorgaande jaar en met de winsten van de zes volgende jaren. In de Tweede Kamer zijn twee moties ingediend die betrekking hebben op verruiming van de mogelijkheden van de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting. De staatssecretaris van Financiën heeft aan de Kamer meegedeeld dat in het onderzoek naar mogelijke maatregelen om bedrijven te ondersteunen, zodat banen behouden kunnen blijven, ook wordt gekeken naar aanpassing van de verliesverrekening.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2020-0000073925 | 23-04-2020

Samenloop NOW en loonkostensubsidie

De Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) bevat de verplichting voor werkgevers die een loonkostensubsidie ontvangen voor mensen met een arbeidsbeperking om de toekenning van de NOW-subsidie te melden aan de gemeente. Deze verplichting was bedoeld om dubbele financiering van loonkosten van deze doelgroep te voorkomen. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is er inmiddels van doordrongen dat verrekening van de NOW-subsidie met de loonkostensubsidie moeilijk uitvoerbaar is. De staatssecretaris heeft daarom besloten om te accepteren dat de loonkosten van mensen met een arbeidsbeperking dubbel worden gesubsidieerd. De verplichting voor werkgevers om de toekenning van subsidie op grond van de NOW te melden komt te vervallen.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2020-0000052676 | 23-04-2020

Verlenging termijn aanvraag doelgroepverklaring LKV

Het loonkostenvoordeel (LKV) is een tegemoetkoming voor werkgevers die een of meer werknemers in dienst nemen uit doelgroepen die lastig aan werk komen. De doelgroepen van het LKV zijn:

  • oudere werknemers met een uitkering;
  • werknemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering;
  • werknemers met een arbeidsbeperking
  • arbeidsongeschikte werknemers, die herplaatst worden.

Doelgroepverklaring nodig

Om het LKV te ontvangen heeft de werkgever een kopie van de doelgroepverklaring van de werknemer nodig. De werknemer kan deze aanvragen bij het UWV, maar is niet verplicht om een doelgroepverklaring aan te vragen. De reguliere termijn voor het aanvragen van een doelgroepverklaring is drie maanden, te rekenen vanaf het moment waarop de werknemer in dienst is getreden bij de werkgever.

Termijnverlenging

Als gevolg van de coronacrisis is de termijn voor het aanvragen van een doelgroepverklaring voor het LKV tijdelijk met drie maanden verlengd. Deze termijnverlening geldt voor alle doelgroepverklaringen die worden aangevraagd voor dienstverbanden die zijn gestart tussen 1 januari 2020 en 1 juni 2020. De reden voor de termijnverlenging is dat het ten gevolge van de coronacrisis niet altijd lukt om de aanvraag op tijd te doen.

Bron: Overig | publicatie | 23-04-2020

Aanpassingen coronamaatregelen van ministerie SZW

De minister en de staatssecretaris van Sociale zaken en Werkgelegenheid hebben enkele aanpassingen aangekondigd van de coronamaatregelen die onder het bereik van dit ministerie vallen. Het gaat om de volgende zaken:

  1. Toepassing van de NOW bij concerns.
  2. Een aanvullend vangnet voor flexwerkers
  3. Een regeling voor seizoenswerk.
  4. Toepassing van de premiedifferentiatie op overwerk.
  5. Werktijdverkorting en tewerkstellingsvergunningen.

Ad 1) Toepassing van de NOW bij concerns

De NOW omvat een tegemoetkoming in de loonkosten van personeel bij een omzetverlies van 20% of meer. Voor concerns bestaande uit meerdere vennootschappen geldt de eis van het omzetverlies voor het gehele concern. De regeling wordt nu zodanig aangepast, dat bij concerns met minder dan 20% omzetverlies individuele werkmaatschappijen subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van de eigen omzetdaling. Om misbruik van de regeling te voorkomen, worden aan deze verruiming extra voorwaarden verbonden. Deze zijn achtereenvolgens:

  • De werkmaatschappij moet een rechtspersoon zijn.
  • Het concern mag over het jaar 2020 geen dividend of bonussen uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Dat geldt tot met de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld.
  • De werkmaatschappij moet een overeenkomst hebben met de vakbonden of de werknemersvertegenwoordiging over werkbehoud.
  • Er mag binnen het concern geen personeels-bv zijn. Is dat wel het geval, dan moet worden uitgegaan van de omzetdaling op concernniveau.

Er komen controlewaarborgen om oneigenlijk gebruik te voorkomen.

Ad 2) Een aanvullend vangnet voor flexwerkers. 

Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden voor de invoering van een vangnetregeling voor flexwerkers. Details van de voorgenomen regeling zijn nog niet bekend. Het betreft een tijdelijke en uitvoerbare regeling voor flexwerknemers die sinds 1 maart hun baan zijn kwijtgeraakt, maar niet in aanmerking komen voor een uitkering. 

Ad 3) Seizoenswerk.

De NOW biedt voor veel vormen van seizoenswerk geen oplossing. Voor die groep is een aparte regeling nodig. Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden om ook voor seizoenswerk een oplossing te kunnen bieden.

Ad 4) Overwerk en premiedifferentiatie.

Volgens de wet moet voor vaste werknemers, die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt, de hoge WW-premie worden afgedragen. De bewindslieden van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben bekendgemaakt dat deze bepaling voor het jaar 2020 voor alle werkgevers wordt opgeschort. Dat betekent dat ook bij meer dan 30% overwerk de lage WW-premie van toepassing is in dit kalenderjaar.

Ad 5) Werktijdverkorting en tewerkstellingsvergunningen.

Een kleine groep werkgevers heeft toestemming gekregen om werktijdverkorting toe te passen in verband met de coronacrisis. Door toepassing van de regeling werktijdverkorting gaat het loon feitelijk omlaag. Dit kan een probleem opleveren voor bijvoorbeeld kennismigranten. Voor deze groep geldt een salariscriterium. Mocht het loon door de werktijdverkorting dalen beneden het salariscriterium, dan zal aan de werkgever geen boete worden opgelegd wegens illegale arbeid omdat de uitzondering op de tewerkstellingsvergunningverplichting niet meer van toepassing is.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2020-0000057033 | 23-04-2020

Termijnverlenging formaliteiten afkoop of omzetting pensioen in eigen beheer

Tot en met 31 december 2019 was het mogelijk om een pensioenvoorziening in eigen beheer fiscaal vriendelijk af te kopen of om te zetten in een oudedagsverplichting. De regeling hield in dat het verschil tussen de waarde in het economische verkeer van de pensioenaanspraak en de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting zonder belastingheffing kon worden prijsgegeven. Vervolgens werd het pensioen in eigen beheer volledig afgekocht of omgezet zonder dat revisierente verschuldigd werd. Bij afkoop werd een korting verleend op het bedrag dat tot het loon werd gerekend.

Voor deze regeling moest een informatieformulier, na invulling en ondertekening, binnen een maand na afkoop of omzetting worden ingediend bij de Belastingdienst. De (ex-)partner van de dga moest schriftelijk instemmen met toepassing van de regeling. Als het formulier niet of te laat is ingediend of als de handtekening van de partner ontbreekt, geldt de bijzondere regeling niet maar gelden de normale wettelijke regels voor het prijsgeven of afkopen van pensioen.

De staatssecretaris van Financiën heeft nu onder voorwaarden goedgekeurd dat in twee situaties een informatieformulier later kan worden ingediend. Een binnen een jaar na de afkoop of de omzetting van het pensioen ingeleverd formulier wordt als tijdig aangemerkt. Als ondanks afkoop of omzetting geen formulier is ingediend, geeft de inspecteur na het constateren van de afkoop of omzetting de dga de gelegenheid dit verzuim te herstellen. De inspecteur geeft daarvoor een termijn van ten minste zes weken. Wel moet aan de overige voorwaarden zijn voldaan, waaronder bij afkoop het indienen van de aangifte loonheffingen en het afdragen van de loonheffingen.

Als de inspecteur constateert dat op het formulier de handtekening van de (ex-)partner ontbreekt, stelt hij de dga in de gelegenheid dit te herstellen. De inspecteur geeft daarvoor een termijn van ten minste zes weken.

Bron: Ministerie van Financiën | besluit | Staatscourant Nr. 20858 nr. 2020-845 | 23-04-2020

Verkorting opgelegde loonsanctie

De werkgever is verplicht het loon tijdens arbeidsongeschiktheid van een werknemer gedurende 104 weken door te betalen. De verplichting tot loondoorbetaling kan worden verlengd wanneer de werkgever tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid te weinig heeft gedaan om de werknemer te laten re-integreren in het arbeidsproces.

Tijdens de arbeidsongeschiktheid van een werkneemster stelde de arbeidsdeskundige in een brief van 1 augustus 2016 vragen aan de werkgever over de verrichte re‑integratie‑inspanningen. Omdat de werkgever niet tijdig reageerde kon het UWV niet vaststellen of de werkgever aan zijn re-integratieverplichtingen heeft voldaan. Het UWV heeft daarom op 12 augustus 2016 het tijdvak van loondoorbetaling tijdens ziekte met 52 weken verlengd. Kort nadat het UWV het besluit tot het opleggen van de loonsanctie had genomen, heeft de werkgever gereageerd op de brief van de arbeidsdeskundige. Naar aanleiding daarvan heeft het UWV de loonsanctieperiode bekort tot vier weken.

De arbeidsongeschikte werkneemster heeft tegen dit besluit van het UWV bezwaar gemaakt. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank heeft het tegen de uitspraak op bezwaar ingestelde beroep ongegrond verklaard. De loonsanctie was opgelegd vanwege een administratieve tekortkoming. Dit verzuim is hersteld, waarna het UWV heeft geoordeeld dat de re-integratie-inspanningen van de werkgever voldoende zijn geweest.

Bron: Centrale Raad van Beroep | jurisprudentie | CLINLCRVB2020921, 18/2168 WIA, 18/3503 WIA | 23-04-2020

Beleidsbesluit aanvullende coronamaatregelen

De staatssecretaris van Financiën heeft een aantal aanvullende maatregelen bekendgemaakt ter bestrijding van de economische gevolgen van de coronacrisis. De maatregelen betreffen de omzetbelasting, de loonheffingen, de belastingheffing van grensarbeiders, de autobelastingen en de belastingrente.

Omzetbelasting

De Europese Commissie heeft een vrijstelling van invoerrechten en omzetbelasting geregeld voor de invoer van goederen die nodig zijn in de bestrijding van het coronavirus. In aanvulling daarop blijft de uitleen van zorgpersoneel buiten de heffing van omzetbelasting, ongeacht de persoon van de uitlener. De inlener moet een zorginstelling of zorginrichting zijn die is vrijgesteld van omzetbelasting. De uitlener brengt alleen de brutoloonkosten in rekening, eventueel verhoogd met een opslag van maximaal 5%. Met deze uitleen mag geen winst worden beoogd of gemaakt. Het recht op aftrek van voorbelasting van de uitlener blijft in stand.

De gratis verstrekking van medische hulpmiddelen aan zorginstellingen, zorginrichtingen en huisartsen blijft buiten de heffing van omzetbelasting zonder gevolgen voor het recht op aftrek van voorbelasting voor de verstrekker.

Voor het aanbieden van online sportlessen geldt het verlaagde tarief van de omzetbelasting. 

Deze drie maatregelen gelden vanaf 16 maart tot 16 juni 2020.

Loonheffingen

Werkgevers hoeven vaste reiskostenvergoeding van werknemers niet aan te passen of tot het loon te rekenen als de werknemer door thuiswerken een gewijzigd reispatroon heeft. De werkgever mag blijven uitgaan van het reispatroon waarop de vergoeding gebaseerd is.

Door de huidige omstandigheden kan het zijn dat werkgevers bepaalde administratieve verplichtingen niet kunnen nakomen. De Belastingdienst zal zich in deze situaties soepel opstellen als de tekortkoming in de administratieve verplichting wordt hersteld zodra dit kan. 

Grensarbeiders

Grensarbeiders die gedurende de coronacrisis thuiswerken of thuis zitten met behoud van loon kunnen te maken krijgen met een verschuiving van het heffingsrecht over een deel van hun inkomen van werkstaat naar woonstaat. Met Duitsland is overeengekomen dat thuiswerkdagen van grensarbeiders in loondienst worden behandeld als werkdagen in de werkstaat, mits het daarop betrekking hebbende deel van het inkomen in de werkstaat wordt belast. Deze afspraak geldt van 11 maart tot en met 30 april en wordt daarna van maand tot maand verlengd. Met België is overleg over de behandeling van thuiswerkdagen gaande.

Loondoorbetaling gedurende tijdelijke inactiviteit wordt behandeld alsof de grensarbeider normaal heeft gewerkt.

In Duitsland werkende grensarbeiders kunnen Duitse inkomensondersteuning krijgen in de vorm van een netto uitkering. Als het totaal van Duitse uitkeringen in een kalenderjaar maximaal € 15.000 bedraagt, mag Nederland hierover belasting heffen. Dat is niet de bedoeling. Daarom stelt Nederland Kurzarbeitergeld, Insolvenzgeld en Arbeitslosengeld als gevolg van coronamaatregelen vrij van belasting. Deze vrijstelling (met progressievoorbehoud) geldt van 11 maart tot en met 31 december 2020.

Belasting van personenauto’s en motorrijwielen

Er geldt een vrijstelling van bpm voor kortstondig gebruik. Deze vrijstelling wordt gebruikt om een in het buitenland aangeschafte auto aan te bieden voor de keuring en inschrijving in het Nederlands kentekenregister. De vrijstelling kan een tweede keer worden aangevraagd als de keuring niet door kon gaan door de coronamaatregelen van de RDW.

De einddatum van de overgangsregeling voor taxi's die worden omgebouwd voor bijvoorbeeld rolstoelvervoer is verschoven van 1 april 2020 naar 1 juli 2020.

Het taxatierapport dat wordt gebruikt bij de aangifte bpm mag op dat moment niet ouder zijn dan één maand. De geldigheidstermijn van het taxatierapport is verlengd naar maximaal vier maanden.

Invorderingsrente

De invorderingsrente is voor een periode van drie maanden verlaagd naar 0,01%. Omdat de invorderingsrente is gekoppeld aan de betalingskorting kan de verlaging van het rentepercentage nadelig zijn voor ondernemers. Ondernemers kunnen bezwaar maken, waarna de betalingskorting alsnog zal worden toegekend. De door de Belastingdienst te vergoeden invorderingsrente blijft op het bestaande niveau van 4%.

Bron: Ministerie van Financiën | besluit | 2020-0000071409 | 16-04-2020

Vooruitzicht contract onbepaalde tijd

Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege. Op de werkgever rust in beginsel niet de verplichting om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die van rechtswege is geëindigd, te verlengen. Dit kan echter anders zijn als een werknemer bij gebleken geschiktheid een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in het vooruitzicht is gesteld. Het is aan de werkgever om te beoordelen of hij de werknemer geschikt vindt voor de functie. De werkgever heeft daarbij een ruime beoordelingsvrijheid. Komt het tot een procedure over het niet aanbieden van contractverlenging, dan kan de kantonrechter het oordeel van de werkgever over de geschiktheid van de werknemer en zijn beslissing de werknemer wegens onvoldoende geschiktheid geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden slechts marginaal toetsen. Het toetsingskader is in dit opzicht minder streng dan bij een opzegging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wegens disfunctioneren.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBMNE2020995, 8257592 UV EXPL 20-5 | 09-04-2020

Motiveringsvereiste concurrentie- en relatiebeding

Een concurrentie- en een relatiebeding in een arbeidsovereenkomst moeten schriftelijk zijn vastgelegd om geldig te zijn. Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid per 1 januari 2015 geldt naast het schriftelijkheidsvereiste ook een motiveringsvereiste voor deze bedingen in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. De werkgever moet schriftelijk motiveren dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Dit vereiste geldt niet voor arbeidsovereenkomsten die voor 1 januari 2015 zijn overeengekomen. Volgens vaste jurisprudentie is een eenmaal in een contract voor bepaalde tijd overeengekomen concurrentie- en/of relatiebeding ook geldig voor opeenvolgende verlengingen die onder gelijkblijvende voorwaarden zijn gesloten. 

De vraag in een procedure bij de kantonrechter was of de werkgever bij de verlenging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd na 1 januari 2015 aan het motiveringsvereiste had moeten voldoen. 

De kantonrechter merkte de verlengde arbeidsovereenkomst aan als een nieuwe overeenkomst. De eerdere overeenkomsten voor bepaalde tijd waren van rechtswege geëindigd. Dit zou betekenen dat vanaf de verlenging in 2015 niet langer een concurrentie- en relatiebeding tussen partijen bestond. 

De van toepassing zijnde cao bepaalde echter dat zodra een keten van maximaal drie opeenvolgende arbeidsovereenkomsten langer heeft geduurd dan 24 maanden er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat. In dit geval betrof het derde arbeidsovereenkomst op rij, na twee eerdere arbeidsovereenkomsten voor de duur van een jaar. Tussen partijen bestond dus een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd geldt het motiveringsvereiste niet. Dat betekent dat de werknemer na zijn opzegging was gebonden aan het schriftelijk overeengekomen concurrentiebeding en relatiebeding.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBMNE20201199, 7302109 / LC EXPL 18-3304 | 09-04-2020