All posts by jansen_kleton_claudia

Tijdelijke Overbruggingsregeling Flexibele Arbeidskrachten gepubliceerd

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA) gepubliceerd. De TOFA is een vangnet voor mensen die door de coronacrisis een forse terugval hebben in hun inkomen maar geen aanspraak kunnen maken op WW, bijstand of een andere socialezekerheidsregeling.

Om in aanmerking te komen voor de TOFA moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

  1. de werknemer heeft in februari 2020 ten minste € 400 loon ontvangen;
  2. de werknemer heeft in maart 2020 ten minste € 1 aan loon genoten;
  3. de werknemer was op 1 april 2020 achttien jaar of ouder maar had de AOW-leeftijd nog niet bereikt;
  4. de werknemer heeft in april substantieel inkomensverlies geleden ten opzichte van februari en in ieder geval minder dan € 550 verdiend.

De tegemoetkoming bedraagt € 550 bruto per maand. De TOFA moet worden aangevraagd bij het UWV.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | besluit | Staatscourant Nr. 31395, 2020-0000061136 | 18-06-2020

Voorschot subsidie praktijkleren

De subsidie praktijkleren is een tegemoetkoming voor de kosten die een werkgever maakt voor de begeleiding van een leerling, deelnemer of student. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal weken dat een leerbedrijf een student in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) begeleidt. In verband met de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus kunnen werkgevers te maken hebben gehad met gedwongen sluiting tussen 16 maart en 19 mei 2020. De weken waarin werkgevers hun bbl-studenten niet hebben kunnen begeleiden worden niet in mindering gebracht op de subsidie. Het maximale subsidiebedrag is € 2.700 per gerealiseerde praktijkleerplaats.

Voorschot

Gedurende de maand juni is het mogelijk om een voorschot aan te vragen voor de subsidieregeling voor praktijkleerplaatsen in het mbo. Bij het voorschot gelden dezelfde voorwaarden als voor de definitieve subsidie. De werkgever moet een sbb-erkend leerbedrijf zijn dat tijdens het studiejaar 2019/2020 één of meer bbl-studenten heeft begeleid. Het voorschot kan worden aangevraagd met een aanvraagformulier op mijn.rvo.nl/praktijkleren. De mogelijkheid van het aanvragen van een voorschot staat open voor werkgevers die begeleiding bij de beroepspraktijkvorming hebben gegeven in de periode van 1 augustus 2019 tot en met 31 maart 2020. Het voorschot bedraagt € 42,50 per week waarin begeleiding bij de beroepspraktijkvorming is gegeven per praktijkleerplaats. Het voorschot bedraagt maximaal bedraagt € 1.530 per praktijkleerplaats.

Werkgevers die een voorschot aanvragen zijn verplicht om uiterlijk 16 september 2020 een definitieve aanvraag voor de subsidie praktijkleren in te dienen. Het voorschot zal worden verrekend met de definitieve subsidie. Wanneer de werkgever geen definitieve aanvraag indient zal het voorschotbedrag worden teruggevorderd.

Aanvragen definitieve subsidie

De definitieve subsidie voor het studiejaar 2019-2020 kan met ingang van 1 juli 2020 worden aangevraagd. De uiterste datum van aanvragen is 16 september 2020.

Bron: Overig | publicatie | 17-06-2020

Relatiebeding niet achteraf vastleggen

Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een beperkend beding als een concurrentie- of een relatiebeding in beginsel alleen rechtsgeldig in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd kan worden opgenomen. In een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd mag een dergelijk beding alleen worden opgenomen als er een schriftelijke motivering van de werkgever is waaruit blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. De bepalingen betreffende concurrentie- en relatiebeding zijn van dwingend recht. Dat betekent dat partijen daarvan niet mogen afwijken.

Beperkende bedingen wegen zwaarder voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd vanwege de noodzaak om na afloop van het contract elders werk te vinden. Daarom worden aan de motivering van het belang van de werkgever hoge eisen gesteld. Zo dient de werkgever aan te geven om welke bedrijfs- of dienstbelangen het gaat en waarom die een dergelijk beding vereisen. De motivering van een concurrentie- of relatiebeding moet worden gegeven bij het sluiten van de overeenkomst waarin het beding staat. Het ontbreken van een schriftelijke motivering maakt het beding nietig.

Hof Den Bosch oordeelde in een procedure dat het in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd opgenomen relatiebeding nietig was wegens het ontbreken van een schriftelijke motivering. De werkgever had geprobeerd dat te ondervangen bij het einde van de arbeidsovereenkomst door het relatiebeding op te nemen in een afzonderlijk schriftelijk stuk, dat hij aanmerkte als een vaststellingsovereenkomst. Een vaststellingsovereenkomst dient om onzekerheid of een geschil te beëindigen. Volgens de wet is een vaststellingsovereenkomst ook geldig als zij in strijd is met dwingend recht. Dit geldt echter volgens de Hoge Raad alleen als het gaat om een bestaand geschil en niet om een toekomstig geschil te voorkomen. Volgens de werkgever was het document een uitwerking van het relatiebeding in de arbeidsovereenkomst en bevatte het document ook een zelfstandig relatiebeding.

Naar het oordeel van het hof was het document geen overeenkomst omdat het door de werknemer slechts ‘voor ontvangst’ was getekend. Ook beoordeeld naar zijn uiterlijke verschijningsvorm, titel en inhoud had het document geen kenmerken van een vaststellingsovereenkomst. Volgens het hof was geen sprake van een vaststelling ter beëindiging van een bestaande onzekerheid of een bestaand geschil inzake de rechtsposities van partijen. Partijen gingen ervan uit dat het relatiebeding in de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig was, dus van een bestaande onzekerheid of geschil daaromtrent was geen sprake. Het document zou hooguit kunnen dienen ter voorkoming van een onzekerheid of geschil. Als al sprake zou zijn van een (vaststellings)overeenkomst met een zelfstandig relatiebeding, dan kon daarmee niet worden afgeweken van de dwingendrechtelijke bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Aan de hoge eisen die aan de motivering van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen gesteld moeten worden was niet voldaan door de enkele vermelding van de waarborging van het voortbestaan van de werkgever en het belang van diens continuïteit. Dat zijn volgens het hof algemeenheden die voor veel werkgevers gelden.

Bron: Hof Den Bosch | jurisprudentie | ECLINLGHSHE20201704, 200.273.313_01 | 11-06-2020

Wijziging Regeling EZK- en LNV-subsidies

De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat heeft een besluit tot wijziging van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies en de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2020 gepubliceerd. Het subsidieplafond voor haalbaarheidsprojecten voor de MKB innovatiestimulering topsectoren (MIT) is verhoogd met € 1.500.000 tot € 5.295.000 voor 2020. Daarnaast regelt het wijzigingsbesluit de openstelling van de subsidiemodule Eurostarsprojecten, de ophoging van subsidieplafonds van de subsidiemodule Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) en een wijziging in de aflossingsmogelijkheid binnen de BMKB. Daarnaast worden enkele omissies in de BMKB door dit besluit gecorrigeerd.

Eurostars 

Eurostars is een internationaal programma dat zich richt op het ondersteunen van internationale R&D-samenwerkingsprojecten door het MKB. De subsidiemodule Eurostarsprojecten is opengesteld van 28 mei 2020 tot en met 8 juni 2020. Het subsidieplafond is vastgesteld op € 10.150.000.

BMKB 

Op grond van de BMKB verstrekt de staat een borgstelling aan een bank of een aangewezen kredietverstrekker voor kredietovereenkomsten met MKB-ondernemers. De borgstelling wordt tegen een provisie verstrekt. Vanwege de coronacrisis is de borgstelling verruimd. De looptijd van het corona-bedrijfsborgstellingskrediet bedroeg aanvankelijk twee jaar. Deze is verlengd tot maximaal vier jaar. Voor het corona-bedrijfsborgstellingskrediet geldt een afwijkende provisie.

Bij de laatste verruiming van de BMKB zijn niet alle aanpassingen opgenomen in de regeling. Dat is nu hersteld. De aflossing van het corona-bedrijfsborgstellingskrediet kan op twee manieren geschieden. In de eerste plaats kan dat door het bedrijfsborgstellingskrediet na verloop van ieder kwartaal te verminderen met een vast bedrag, zodat het na verloop van vier jaar is afgelost. In de tweede plaats kan de financier kiezen voor aflossing ineens aan het einde van de looptijd. Deze wijze van aflossing blijft in stand voor het corona-bedrijfsborgstellingskrediet met een looptijd van ten hoogste twee jaar. Voor het corona-bedrijfsborgstellingskrediet met een looptijd van meer dan twee jaar geldt een ander regime. Daarbij moet met de aflossing worden begonnen op de eerste dag van het negende kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten.

Inwerkingtreding 

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 

Bron: Ministerie van Economische Zaken | besluit | Staatscourant 2020 nr. 28480 | 11-06-2020

Aanpassing GO-regeling gepubliceerd

De Comptabiliteitswet 2016 bepaalt dat subsidieregelingen na maximaal vijf jaar vervallen. De Garantie ondernemingsfinanciering (GO) en de Garantstelling gericht op bankgaranties van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies hebben een vervaldatum van 1 juli 2020. In het kader van de bestrijding van de coronacrisis is de garantstelling door de Nederlandse staat onder de GO verruimd en is besloten om de regeling te verlengen tot 1 april 2021. Het ontwerp van de wijzigingsregeling is op 20 april 2020 aan de Tweede Kamer voorgelegd.

Op grond van de GO kunnen banken een garantstelling van de Nederlandse Staat krijgen voor kredieten die zij verstrekken aan ondernemers. De GO geldt zowel voor MKB-bedrijven als voor grote bedrijven. Op grond van de GO kan de Nederlandse Staat garant kan staan voor door banken af te geven bankgaranties voor de nakoming van contractuele verplichtingen van een onderneming. Voor de garantstelling wordt een kostendekkende premie geheven. De openstellingsperiode van de GO is verlengd tot 31 december 2020.

Bron: Ministerie van Economische Zaken | besluit | Staatscourant 2020 nr. 28776 | 11-06-2020

TOFA wordt ingevoerd

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een brief aan de Tweede Kamer meegedeeld dat er een tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA) komt. 

Voorwaarde voor deelname aan de TOFA is dat een flexibele arbeidskracht in de maand februari ten minste € 400 bruto aan loon heeft verdiend. Eerder was sprake van een drempelbedrag van € 500 bruto. De tegemoetkoming bedraagt € 550 bruto per maand en geldt voor de maanden maart, april en mei. In een eerdere brief van de minister ging hij uit van een bedrag van € 600 per maand. Volgens de minister sluit de lagere tegemoetkoming beter aan bij het lagere drempelbedrag van € 400. Het is niet de bedoeling dat er een grote groep ontstaat die een hogere tegemoetkoming krijgt dan zij voorheen verdienden. Mensen die in april meer verdienden dan € 550 bruto komen niet in aanmerking voor de TOFA.

De TOFA is een compensatie voor gederfd loon en wordt behandeld als loon uit vroegere dienstbetrekking. De TOFA vormt inkomen voor toeslagen. Het UWV zal in beginsel bij alle TOFA-tegemoetkomingen de algemene heffingskorting toepassen. Dit kan ertoe leiden dat mensen te zijner tijd inkomstenbelasting moeten betalen. 

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2020-0000076315 | 11-06-2020

Maximum uurprijzen kinderopvang 2021

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een ontwerpbesluit met de maximum uurprijzen voor kinderopvang voor het jaar 2021 naar de Tweede Kamer gestuurd. Volgens dit ontwerpbesluit worden de voor 2020 geldende maxima verhoogd met 3,5%. De definitieve vaststelling volgt op een later moment.

 Maximum uurprijs 

  2020 

  2021 

 Dagopvang 

 € 8,17 

 € 8,46 

 Buitenschoolse opvang 

 € 7,02 

 € 7,27 

 Gastouderopvang 

 € 6,27 

 € 6,49 

 

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | besluit | 2020-0000075120 | 11-06-2020

Vangnetregeling flexwerkers

Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzocht of er een tijdelijke tegemoetkomingsregeling kan worden gemaakt voor de groep die werkloos is geworden door de coronacrisis maar niet voldoet aan de voorwaarden voor WW of bijstand. Deze vangnetregeling zou ook moeten gelden voor studenten, artiesten en hybride ondernemers. Uitkomst van het onderzoek is de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA). Deze regeling zal worden uitgevoerd door het UWV. 

De TOFA kent een aantal nadelen. Zo geldt voor iedere ontvanger hetzelfde bedrag aan uitkering, waardoor de tegemoetkoming hoger kan zijn dat het inkomensverlies. Zoals bij elke eenvoudige en generieke regeling bestaat de kans op misbruik. 

De minister heeft de volgende alternatieven voor de TOFA overwogen:

  1. Een loongerelateerde tegemoetkoming. 
  2. Een tegemoetkoming met inkomstenverrekening.
  3. Het aanpassen van de referte-eis in de WW.
  4. Het niet hanteren van de partner- en vermogenstoets in de bijstand.
  5. De bijzondere bijstand.

Volgens de minister is de TOFA als enige optie technisch uitvoerbaar.

De tegemoetkoming is bedoeld voor mensen, die: 

  1. een substantieel inkomen hadden; 
  2. sinds 1 maart 2020 substantieel inkomensverlies hebben geleden; 
  3. sindsdien geen substantieel inkomen meer hebben; en 
  4. ten behoeve van hun levensonderhoud geen aanspraak hebben gemaakt op een andere inkomensvoorziening. 

Uitgaande van het gemiddelde bruto inkomen van een oproepkracht van € 825 per maand en uitgaande van een tegemoetkoming van 70% daarvan zou de hoogte van de TOFA uitkomen op € 600 bruto per maand. Inmiddels is dat bijgesteld naar € 550.

Als voorwaarde voor de tegemoetkoming moet de aanvrager in de maand februari minimaal € 400 (aanvankelijk € 500) bruto hebben verdiend met werkzaamheden. Als aanvullende voorwaarde geldt dat de aanvrager in de maand april een inkomstenverlies van ten minste 50% ten opzichte van de maand februari heeft geleden. Heeft de aanvrager in april meer dan € 550 inkomsten, dan ontvangt hij geen tegemoetkoming. De aanvrager mag geen aanspraak hebben gemaakt op een andere inkomensvoorziening, zoals bijstand. 

Werknemers jonger dan 18 jaar komen niet in aanmerking voor de tegemoetkoming vanwege de wettelijke zorgplicht die ouders hebben voor minderjarige kinderen. Ook werknemers, die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, komen niet in aanmerking voor de TOFA. 

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2020-0000066080 | 11-06-2020

Dringende reden voor ontslag op staande voet niet bewezen

Ontslag op staande voet vereist een dringende reden, die het de werkgever onmogelijk maakt om de dienstbetrekking met een werknemer te laten voortbestaan. Het ontslag en de dringende reden moeten de werknemer onverwijld worden meegedeeld. Ontslag op staande voet is een eenzijdige rechtshandeling, die slechts met toestemming van de werknemer kan worden ingetrokken. De werkgever kan daar dus niet zonder meer op terugkomen.

Een op staande voet ontslagen werknemer bestreed bij de kantonrechter het hem gegeven ontslag. Volgens de werknemer ontbrak de dringende reden. De werkgever had het ontslag gegeven wegens vermeend drugsgebruik van de werknemer maar bewijs daarvoor ontbrak. Om die reden deelde de werkgever tijdens de procedure mee dat hij het ontslag op staande voet introk. De werknemer heeft voor die intrekking geen toestemming gegeven. Omdat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd was aangegaan en korte tijd later zou aflopen, verklaarde de werkgever zich bereid om het loon van de werknemer over de resterende periode te betalen. De kantonrechter wees de vorderingen van de werknemer tot betaling van een billijke vergoeding en van de gefixeerde schadevergoeding af. De kantonrechter baseerde deze afwijzing op de intrekking van het verzoek om vernietiging van de opzegging van de dienstbetrekking van de werknemer.

In hoger beroep oordeelde Hof Den Bosch anders dan de kantonrechter. Wegens het ontbreken van bewijs voor de dringende reden was het ontslag op staande voet ten onrechte gegeven. De werkgever was de gefixeerde schadevergoeding, een bedrag gelijk aan het salaris van de werknemer over de periode van de datum van ontslag tot de datum waarop de dienstbetrekking is geëindigd, verschuldigd aan de werknemer.

Het hof wees ook de billijke vergoeding toe, zij het tot een lager bedrag dan de werknemer had gevorderd. De werknemer had gevraagd om € 10.000. Het hof vond een vergoeding van € 2.000 billijk, gezien het feit dat de werknemer inmiddels een andere baan had. Door het ontslag heeft de werknemer geen inkomensschade geleden. Het hof baseerde de hoogte van de vergoeding met name op het ontslag op staande voet wegens niet bewezen drugsgebruik. Daarmee heeft de werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld. De werkgever heeft dit ontslag willen intrekken, maar heeft de werknemer geen financiële tegemoetkoming gegeven.

Bron: Hof Den Bosch | jurisprudentie | ECLINLGHSHE20201666, 200.273.850_01 | 04-06-2020

Uitleg aanpassingen in noodpakket 2.0

De ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Financiën en Economische Zaken en Klimaat hebben in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer een toelichting gegeven op de wijzigingen in de maatregelen van het noodpakket 2.0.

NOW

Het subsidietijdvak van de NOW 2.0 loopt van juni tot en met september 2020. Dat betekent dat de omzet over deze vier maanden minimaal 20% lager moet zijn dan een derde van de jaaromzet van 2019. Het tijdvak voor de omzetdaling sluit aan bij het tijdvak in de eerste tranche. Voor nieuwe aanvragers kan dit tijdvak starten op 1 juni, 1 juli of 1 augustus. Het UWV keert een voorschot op de NOW uit in twee termijnen. Een bedrijf of groep mag bij een beroep op de NOW geen dividend of bonussen uitkeren of eigen aandelen inkopen over 2020.

De werkgever committeert zich bij de aanvraag van de NOW om geen ontslag om bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de subsidieperiode. Anders dan in de eerste tranche van de NOW bevat de regeling van de tweede tranche geen boete indien toch ontslag om bedrijfseconomische redenen wordt gevraagd. Alleen bij ontslagaanvragen voor 20 of meer werknemers zal een korting van 5% van de uiteindelijke NOW-subsidie worden toegepast, tenzij er een akkoord over de ontslagaanvraag is met de vakbonden of een vertegenwoordiging van werknemers of indien er om mediation is gevraagd bij de Stichting van de Arbeid.

Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB

De Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB zal lopen tot 1 oktober. Het maximumbedrag van deze regeling per ondernemer zal € 50.000 bedragen. De regeling moet nog worden uitgewerkt. In het debat over het noodpakket 2.0 op 28 mei 2020 heeft het kabinet toegezegd te zullen kijken naar de verrekening met de NOW-regeling. Volgens de ministers zal deze toezegging niet tot gevolg hebben dat de NOW-regeling wordt aangepast.

Fiscale maatregelen

De regeling voor uitstel van betaling van belastingaanslagen is verlengd tot 1 oktober 2020. De uitstelperiode blijft drie maanden met de mogelijkheid tot langer uitstel op verzoek. Uitstel voor langer dan drie maanden zou aanvankelijk niet eerder dan per 1 september 2020 worden ingetrokken. Met de verlenging van de maatregelen wordt ook deze datum opgeschoven naar 1 oktober. Ook de overige fiscale maatregelen zijn verlengd tot 1 oktober 2020.

Bron: Ministerie van Financiƫn | 2020-0000075592 Thu, 04 Jun 2020 05:00:00 +0100