All posts by jansen_kleton_claudia

Berekening buitenlandbijdrage Zvw

EG-verordeningen inzake de sociale zekerheid bepalen dat in beginsel slechts één wetgeving van toepassing is. Volgens deze verordeningen heeft een in België wonende gepensioneerde met een pensioen uit Nederland recht op zorg in België ten laste van Nederland. Nederland heft in verband daarmee op grond van de Zorgverzekeringswet een buitenlandbijdrage. Deze wordt ingehouden op Nederlandse pensioenen van een in het buitenland wonende pensioengerechtigde.

De vraag in een procedure voor de Centrale Raad van Beroep was of de buitenlandbijdrage beperkt moet zijn tot de AOW-uitkering of ook mag worden berekend over een aanvullend pensioen. De belanghebbende in de procedure beriep zich op een arrest van het Hof van Justitie EU. Dat arrest had betrekking op een inwoner van Ierland met twee aanvullende pensioenen van een Belgische werkgever, die geen wettelijk pensioen uit een lidstaat van de EU ontving. Volgens het Hof van Justitie EU was alleen de Ierse wetgeving van toepassing en mocht België geen sociale bijdragen inhouden op de pensioenen.

De Centrale Raad van Beroep is van oordeel dat dit arrest niet van toepassing is op iemand die in het buitenland woont en een wettelijk pensioen en een aanvullend pensioen uit Nederland ontvangt. Nederland is in dit geval bevoegd om een bijdrage te heffen en te innen. Op welke wijze de berekening van deze bijdrage plaatsvindt, is door de EG-verordeningen niet geregeld maar wordt overgelaten aan de nationale wetgeving. In de rechtspraak van het Hof van Justitie EU zijn geen aanknopingspunten te vinden dat Nederland de buitenlandbijdrage niet over aanvullende pensioenen zou mogen berekenen.

Bron: Centrale Raad van Beroep | jurisprudentie | ECLINLCRVB20181365, 157967 ZVW, 16/3221 ZVW, 17/3837 ZVW, 17/3838 ZVW | 24-05-2018

Beperking toepassing woonlandbeginsel

Het woonlandbeginsel houdt in dat de hoogte van een uitkering uit een sociale verzekering wordt aangepast aan het kostenniveau van het woonland. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een brief aan de Tweede Kamer meegedeeld dat vanaf 1 april 2018 het woonlandbeginsel voor een aantal landen niet meer wordt toegepast. Dat is het gevolg van enkele uitspraken van de Centrale Raad van Beroep over de toepassing van het woonlandbeginsel op uitkeringen van sociale verzekeringen.

Het woonlandbeginsel wordt niet meer toegepast voor inwoners van Argentinië, Belize, Ecuador, Egypte, Filipijnen, Hong Kong, Indonesië, Jordanië, Monaco, Panama, Paraguay, Thailand en Zuid-Afrika. De verdragen met deze landen betreffende de sociale zekerheid bevatten een verplichting tot export van de volledige uitkering. Voor personen met een lopend bezwaar of beroep tegen toepassing van het woonlandbeginsel zal met terugwerkende kracht de toepassing van het woonlandbeginsel ongedaan worden gemaakt. De minister heeft verder laten weten dat zal worden gestart met onderhandelingen om de verdragen aan te passen, met als inzet de mogelijkheid om het woonlandbeginsel toe te kunnen passen.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2018-0000077155 | 23-05-2018

Aanzegverplichting

Bij een tijdelijk arbeidscontract voor een duur van zes maanden of langer geldt de aanzegverplichting. Deze verplichting houdt in dat de werkgever tijdig moet aangeven of hij de overeenkomst na afloop wel of niet wil voortzetten. Dit moet schriftelijk gebeuren en wel uiterlijk 1 maand voor het einde van het contract. Als de werkgever de overeenkomst wil voortzetten moet hij aangeven onder welke voorwaarden dat gebeurt. De werkgever voldoet overigens al aan de aanzegverplichting als hij bij de aanvang van de arbeidsovereenkomst schriftelijk laat weten dat er geen opvolgend contract zal komen. De aanzegtermijn geldt niet als een uitzendbeding in de arbeidsovereenkomst is opgenomen.

Gevolgen niet nakomen aanzegverplichting
Laat de werkgever niet weten of de arbeidsovereenkomst wel of niet wordt voortgezet, dan is hij de werknemer een vergoeding van 1 maandsalaris verschuldigd. Voldoet de werkgever te laat aan de aanzegverplichting, dan is hij een evenredige vergoeding verschuldigd. Is de werkgever een week te laat met het voldoen aan zijn verplichting, dan bedraagt de vergoeding waar de werknemer recht op heeft een weeksalaris.
De werkgever is geen vergoeding wegens het niet of te laat nakomen van de aanzegverplichting verschuldigd in de volgende situaties:

  • faillissement;
  • uitstel van betaling;
  • toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.
Bron: Overig | publicatie | 17-05-2018

Gebruikelijk loon

De gebruikelijk-loonregeling is van toepassing op werknemers, die een aanmerkelijk belang hebben in de vennootschap waarvoor zij werken. Iemand heeft een aanmerkelijk belang in een vennootschap wanneer hij, alleen of met zijn fiscale partner:

  • 5% of meer van de aandelen heeft;
  • het recht heeft om 5% of meer van de aandelen in een vennootschap te kopen;
  • winstbewijzen heeft die recht geven op 5% of meer van de jaarwinst van een vennootschap;
  • 5% of meer van het stemrecht in de algemene vergadering van een coöperatie of een vereniging op coöperatieve grondslag bezit.

De gebruikelijk-loonregeling houdt in, dat de aanmerkelijkbelanghouder een loon krijgt dat gebruikelijk is voor het niveau en de omvang van zijn werkzaamheden. De regeling geldt overigens ook voor de fiscale partner van de aanmerkelijkbelanghouder indien deze werkzaamheden voor de vennootschap verricht.

De gebruikelijk-loonregeling bepaalt hoe hoog het loon van de aanmerkelijkbelanghouder minimaal moet zijn. Dit loon is het hoogste van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het loon van de meestverdienende werknemer van de vennootschap of van een verbonden vennootschap;
  • € 45.000.

Door de vergelijking te maken met het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking hoeft niet gekeken te worden naar het loon van werknemers die precies hetzelfde werk doen. Zo kan het gebruikelijk loon van een orthodontist worden vastgesteld op basis van het loon van een tandarts in loondienst.

Een verbonden vennootschap is:

  • een vennootschap waarin de werkgever een belang van ten minste 1/3 gedeelte heeft, of
  • die een dergelijk belang in de werkgever heeft, of
  • een vennootschap waarin een derde partij een belang van ten minste 1/3 gedeelte heeft, terwijl deze derde partij een dergelijk belang in de werkgever heeft.

Het loon mag op een lager bedrag worden vastgesteld als:

  • Aannemelijk is dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan € 45.000. Het gebruikelijk loon bedraagt dan 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.
  • Aannemelijk is dat 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het loon van de meestverdienende werknemer in dienst van de werkgever of van een verbonden lichaam. Het gebruikelijk loon bedraagt dan 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, maar ten minste € 45.000. De Belastingdienst kan het tegenbewijs leveren om een hoger loon aannemelijk te maken.

De gebruikelijk-loonregeling geldt voor iedere vennootschap waarin de werknemer een aanmerkelijk belang heeft en waarvoor hij werkzaamheden verricht.

Voorbeeld
Een concern bestaat uit een moedermaatschappij en een dochtermaatschappij. De moedermaatschappij heeft alle aandelen in de dochtermaatschappij. De aandelen van de moedermaatschappij zijn in handen van de directeur-grootaandeelhouder (dga). De dga werkt voor de moedermaatschappij en voor de dochtermaatschappij. Omdat hij in beide vennootschappen een aanmerkelijk belang heeft, geldt bij beide vennootschappen de gebruikelijk-loonregeling.

Het gebruikelijk loon is het loon inclusief de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak. Ingehouden pensioenpremie behoort niet tot het loon. Ook het gebruik van gerichte vrijstellingen in de werkkostenregeling heeft gevolgen voor het gebruikelijk loon.

De gebruikelijk-loonregeling geldt ook voor de werknemersverzekeringen, tenzij de werknemer een dga is. Een dga is niet (altijd) verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Iemand geldt als dga als hij:

  • zelf over zijn ontslag kan beslissen of niet tegen zijn wil ontslagen kan worden;
  • zelf, of samen met zijn echtgenoot en met zijn familieleden tot en met de derde graad, aandelen heeft die ten minste 2/3 deel van de stemmen vertegenwoordigen, zodat hij (samen met zijn familieleden) over zijn ontslag kan beslissen of niet tegen zijn wil ontslagen kan worden;
  • samen met de andere bestuurders alle aandelen in de vennootschap heeft en ieder een gelijk deel van het kapitaal in handen heeft;
  • via een rechtspersoon waarvan hij de bestuurder is of waarin hij aandelen houdt, zoveel invloed in de vennootschap heeft dat hij over zijn ontslag kan beslissen of niet tegen zijn wil ontslagen kan worden.

Voor al deze situaties geldt dat de bestuurder zelf direct of indirect aandelen in de vennootschap moet hebben. Met bestuurder wordt de statutair bestuurder bedoeld. Is dat een rechtspersoon, dan wordt degene die het bestuurswerk uitvoert als bestuurder gezien.

Start-ups
Voor aanmerkelijkbelanghouders die werken voor een start-up geldt een versoepeld regime. Gedurende maximaal drie jaar mag het wettelijk minimumloon of een lager loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking als gebruikelijk loon worden aangehouden. Om als start-up aangemerkt te worden moet de vennootschap voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • zij beschikt in het kalenderjaar over een S&O-verklaring;
  • zij heeft recht op het verhoogde starterspercentage;
  • zij komt niet uit boven het "de minimis-plafond" inzake staatssteun van het Europese Verdrag.

Fictief loon
De vennootschap kan de aanmerkelijkbelanghouder een lager loon betalen dan gebruikelijk is voor zijn werk. Het verschil tussen het gebruikelijke en het uitbetaalde loon moet als fictief loon in de loonadministratie verwerkt worden. De loonheffingen moeten over het gehele gebruikelijke loon, dus inclusief het fictieve loon, berekend worden. Betaalt de vennootschap helemaal geen loon uit aan de aanmerkelijkbelanghouder, dan is het gebruikelijke loon in zijn geheel fictief loon.

Gebruikelijk loon € 5.000 of lager
Krijgt een aanmerkelijkbelanghouder geen loon en is de omvang van zijn werkzaamheden zo gering dat een daarvoor gebruikelijk loon niet hoger dan € 5.000, dan hoeft de vennootschap geen loonheffingen over dat loon te betalen. De fictief-loonregeling geldt in deze gevallen niet. De grens van € 5.000 geldt overigens voor alle werkzaamheden die de aanmerkelijkbelanghouder verricht voor de groep van bedrijven waarin hij een aanmerkelijk belang heeft.
Betaalt de vennootschap wel loon aan de aanmerkelijkbelanghouder, dan moet zij wel loonheffingen betalen, ook al is het uitbetaalde loon lager dan € 5.000.

Bron: Overig | publicatie | 17-05-2018

Advies “Fiscaliteit bij sportevenementen”

De Nederlandse Sportraad heeft onlangs het advies "Fiscaliteit bij sportevenementen" aangeboden aan de staatssecretaris van Financiën. De staatssecretaris heeft toegezegd dat hij het advies zorgvuldig zal bestuderen en waar nodig in gesprek zal gaan met betrokken partijen om oplossingen te zoeken voor fiscale knelpunten. Mogelijke oplossingen voor fiscale knelpunten zullen door de staatssecretaris van Financiën worden meegenomen bij de besprekingen over het sportakkoord. De uitwerking van het thema "topsport en evenementen" van dit akkoord staat gepland voor 2019. De minister voor Medische Zorg en Sport heeft het advies doorgestuurd naar de Tweede Kamer.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 1336335-176199-S | 16-05-2018

Wettelijk minimumloon per 1 januari 2018

Tabel minimumloon per er maand, week en dag

Leeftijd Per maand Per week Per dag
22 jaar en ouder € 1.578,00 € 364,15 € 72,83
21 jaar € 1.341,30 € 309,55 € 61,91
20 jaar € 1.104,60 € 254,90 € 50,98
19 jaar € 867,90 € 200,30 € 40,06
18 jaar € 749,55 € 172,95 € 34,59
17 jaar € 623,30 € 143,85 € 28,77
16 jaar € 544,40 € 125,65 € 25,13
15 jaar € 473,40 € 109,25 € 21,85

De bedragen van het wettelijk minimumloon gelden voor een volledige werkweek. Meestal is dat 36, 38 of 40 uur per week. Dit hangt af van de sector waarin u werkt. Werkt u parttime? Dan geldt het minimumloon, maar uw salaris hangt af van hoeveel uur u per week werkt.

Tabel minimumloon per uur

Fulltime werkweek in bedrijf 22 jaar en ouder 21 jaar 20 jaar 19 jaar 18 jaar 17 jaar 16 jaar 15 jaar
36 uur € 10,12 € 8,60 € 7,09 € 5,57 € 4,81 € 4,00 € 3,50 € 3,04
38 uur € 9,59 € 8,15 € 6,71 € 5,28 € 4,56 € 3,79 € 3,31 € 2,88
40 uur € 9,11 € 7,74 € 6,38 € 5,01 € 4,33 € 3,60 € 3,15 € 2,74

De uurlonen in de tabel zijn naar boven afgerond. Omrekenen leidt tot een iets hoger bedrag per dag, week of maand dan het wettelijke minimum. In de tabel per maand, week en dag vindt u de officiële bedragen.

Heeft u een werknemer in dienst die niet meer dan 125% van het wettelijk minimumloon voor een 23-jarige verdient en minimaal 1248 uur per jaar krijgt verloond? Dan kan het zijn dat u recht heeft op het zogeheten “lage-inkomensvoordeel” (LIV).
Wilt u meer weten? Neem dan contact op met een van onze loonspecialisten bij Avanti P&O Services B.V. (0299-421376).

Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

Per 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Dat betekent dat er vanaf die datum dezelfde privacywetgeving geldt in de hele Europese Unie (EU). De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geldt dan niet meer.

Werkgevers leggen persoonlijke informatie van hun werknemers vast. Voor de verwerking van de persoonsgegevens gelden vanaf mei strengere regels. Hieronder de vier belangrijkste wijzigingen voor de werkgever:

1. Meer vastleggen
Elke organisatie moet kunnen aantonen dat zij in overeenstemming met de regels van de AVG handelen. Uw personeelsadministratie speelt hierbij een rol. Maar ook personeelsdossiers en uitwisseling van data met derden moeten beschermd worden. Met een verwerkingsregister kunt u bijhouden (en aantonen) wat er binnen uw organisatie gebeurt met de persoonsgegevens van uw werknemers. Overigens kunnen uw werknemers opvragen welke gegevens u van hen vastlegt. Gewenste correcties dient u vanzelfsprekend door te voeren.

2. Meer en vaker vernietigen
Bewaar gegevens niet langer dan nodig! Uitgangspunt van de AVG is ‘dataminimalisatie’: u mag niet meer gegevens vragen én vastleggen dan strikt noodzakelijk. Wanneer er geen doel of wettelijke grondslag (meer) aanwezig is moeten de gegevens worden vernietigd.

3. Fikse boete
Goed omgaan met de privacyregels is belangrijk. Houdt u zich niet aan de regels dan kan er een boete van maximaal 20 miljoen euro (of 4 procent van de totale wereldwijde omzet) opgelegd worden.

4. Privacy bescherming is altijd topprioriteit Houd bij alles in het oog dat persoonsgegevens goed worden beschermd. Neem technische en organisatorische maatregelen om te waarborgen dat u de privacy van uw werknemers goed beschermt. Stel uzelf bij elk nieuw HR project als eerste de vraag wat de risico’s zijn voor de privacy van uw werknemers en pas hier uw beleid en procedures op aan.

Wilt u meer weten? Neemt u dan gerust contact op met een van onze loonspecialisten bij Avanti P&O Services B.V. (0299-421376)

Verplichte volmacht van werknemer bij inhouding loon

Door de volmachtvereisten uit de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) geldt voor alle werknemers dat zij een schriftelijke volmacht moeten tekenen als er inhoudingen op het loon plaatsvinden. Is er geen volmacht, dan is de inhouding nietig!

Het ondertekenen van deze volmacht geldt niet alleen voor werknemers die door de inhoudingen onder het Wettelijk Minimumloon uitkomen. In het Burgerlijk Wetboek staat namelijk dat alle inhoudingen op het loon nietig zijn, tenzij de werkgever hiervoor een schriftelijke volmacht heeft.
De volmacht moet ook op ieder moment weer kunnen worden ingetrokken en op de slarisstrook moet duidelijk blijken waarvoor de inhoudingen zijn.
Om toestemming te krijgen voor een inhouding, hoeft de werkgever niet een specifieke overeenkomst op te stellen en voor te leggen aan de werknemer. Een e-mail van de werknemer volstaat ook als volmacht.

Wilt u meer weten? Neemt u dan gerust contact op met een van onze loonspecialisten bij Avanti P&O Services B.V. (0299-421376)

Geen basiscontract? Direct een boete!

Werkgevers moeten serieus aan de slag gaan met de wijzigingen van de Arbowet, anders krijgen ze met ingang van 1 september 2017 direct een boete opgelegd als ze niet beschikken over een basiscontract met een arbodienstverlener.

De Beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwet is met ingang van 1 september 2017 aangepast. Dat houdt in dat Inspectie SZW organisaties die niet beschikken over een basiscontract met een arbodienst of een bedrijfsarts, meteen een boete opleggen. Voor 1 september 2017 was het zo dat werkgevers die geen arbo-contract hadden, eerst een waarschuwing kregen en tijd om het alsnog in orde te maken. De aanpassing van de beleidsregel komt voort uit de wijzigingen in de Arbowet en het Arbobesluit die op 1 juli 2017 zijn ingegaan.
In de gewijzigde Arbowet staat dat organisaties per 1 juli 2017 moeten beschikken over een basiscontract met een arbodienstverlener (arbodienst of bedrijfsarts). Voor bestaande contracten geldt een overgangsperiode: werkgevers en arbodienstverleners krijgen tot 1 juli 2018 de tijd om de contracten aan te passen. De gewijzigde beleidsregel is van toepassing op alle nieuwe basiscontracten die per 1 juli 2017 zijn afgesloten. Organisaties krijgen ook een boete als het basiscontract geen afspraken bevat over de verzuimbegeleiding.

Wilt u meer weten? Neemt u dan gerust contact op met een van onze loonspecialisten bij
Avanti P&O Services B.V. (0299-421376)

Prinsjesdag 2017

Hieronder de belangrijkste wijzigingen uit het Belastingplan 2018:

– De eerste schijf van de vennootschapsbelasting (20%) wordt in 2018 verlengd van € 200.000 naar € 250.000;

– Voor innovatieve start-ups met een S&O-verklaring wordt het fiscaal aantrekkelijk om aandelenoptierechten aan werknemers toe te kennen. Bij het uitoefenen van de aandelenopties is het waardeverschil onder bepaalde voorwaarden maar voor 75% belast als loon van de werknemer;

– De inkeerregeling gaat verdwijnen. Zwartspaarders die vrijwillig aangifte doen krijgen vanaf 1 januari 2018 toch een boete. Nu kunt u nog binnen twee jaar zonder boete opbiechten;

– De werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) stijgt per 1 januari 2018 van 6,65% naar 6,90% van het loon;

– De premiekorting voor het in dienst nemen van een oudere, arbeidsgehandicapte of arbeidsbeperkte werknemer vervalt. Hiervoor in de plaats komt een loonkostenvoordeel (LKV);

– Per 1 juli 2017 is het minimumjeugdloon verhoogd. Als u werknemers van 18 t/m 21 jaar in dienst heeft, krijgt u onder voorwaarden een compensatie. Voor werknemers van 22 jaar of ouder krijgt u mogelijk tegemoetkoming via het zogenoemde jeugd lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV);

– Per 1 januari 2018 vervalt de BTWlandbouwregeling. Land- en tuinbouwers, boshouders en veehouders gaan hierdoor BTW betalen over al hun goederen en diensten.

Wilt u meer weten? Neemt u dan gerust contact op met een van onze loonspecialisten bij Avanti P&O Services B.V. (0299-421376).