De staatssecretaris van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer gezegd dat met ingang van 25 mei het nultarief voor de omzetbelasting wordt toegepast op de binnenlandse verkoop van mondkapjes. Deze maatregel geldt tot 1 september 2020. De maatregel houdt verband met de invoering van de verplichting om vanaf 1 juni een mondkapje te dragen in het openbaar vervoer. Toepassing van het nultarief betekent dat de verkoper het recht op aftrek van voorbelasting behoudt. Het nultarief geldt zowel voor medische als voor niet-medische mondkapjes. De nadere invulling van het nultarief op mondkapjes wordt op dit moment verder uitgewerkt.
All posts by jansen_kleton_claudia
Meenemen retourgoederen werkgever was verworven recht voor werknemer
In een arrest uit 2018 heeft de Hoge Raad uiteengezet aan de hand van welke criteria beoordeeld moet worden of binnen een dienstbetrekking sprake is van een verworven recht of een aanvullende arbeidsvoorwaarde. Volgens de Hoge Raad kan niet in algemene zin gezegd worden wanneer sprake is van een verworven recht. De criteria die de Hoge Raad hanteert zijn de volgende:
- de inhoud van de gevolgde gedragslijn;
- de aard van de overeenkomst en de onderlinge positie van werkgever en werknemer;
- de duur van het volgen van de gedragslijn;
- de verklaringen van werkgever en werknemer over deze gedragslijn;
- de aard van de voor- en nadelen die voor werkgever en werknemer uit de gedragslijn voortvloeien; en
- de aard en omvang van de kring van werknemers jegens wie de gedragslijn is gevolgd.
Een werknemer in een elektrozaak mocht van de vorige eigenaar afgedankte apparatuur meenemen om deze op te knappen of te herstellen en vervolgens te verkopen. Deze gedragslijn werd vrijwel vanaf het begin van de dienstbetrekking gevolgd. In de periode voor de invoering van strikte recyclingregels bespaarde de oude eigenaar door deze gedragslijn op de kosten van afvoeren van afgedankte apparatuur, terwijl de werknemer een aanvulling op zijn inkomen genereerde met zijn werkzaamheden.
Na een overgang van de onderneming wilde de nieuwe eigenaar een einde maken aan deze gedragslijn. De werknemer stemde daar niet mee in. Zijn collega’s deden dat wel. Naar het oordeel van de kantonrechter was, mede gelet op de periode van 20 jaar waarin de gedragslijn onder de oude werkgever was gevolgd, sprake van een verworven recht.
Voor het antwoord op de vraag of de werkgever de aanvullende arbeidsvoorwaarde mag intrekken is beslissend of de omstandigheden zodanig zijn veranderd dat het verlangen van de werknemer om de handel in retourgoederen voort te zetten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De kantonrechter beantwoordde die vraag bevestigend. Van belang daarvoor vond de kantonrechter de invoering van strengere eisen voor de recycling van retourgoederen. De werkgever heeft om daaraan te kunnen voldoen een overeenkomst gesloten met een recyclinginstelling. Deze overeenkomst verplicht de werkgever om alle afgedankte elektrische apparaten aan de instelling af te geven tegen een kleine vergoeding. Het continueren van de gedragslijn zou nadelig zijn voor de werkgever door het mislopen van de vergoeding voor ingeleverde apparaten. Daarnaast ondervond de werkgever concurrentie van de handel van de werknemer. De door hem gerepareerde apparaten van duurdere merken werden verkocht voor prijzen die op het niveau lagen van de goedkopere nieuwe apparaten die de werkgever verkocht. De kantonrechter merkte daarbij op, dat het nooit de bedoeling van de oude werkgever is geweest dat de handel in retourgoederen zo’n grote vlucht zou nemen als de werknemer deed voorkomen.
De kantonrechter vond een overgangsmaatregel passend. Die maatregel hield in dat de werknemer de beschikking krijgt over de apparaten die in afwachting van de uitkomst van deze procedure zijn opgeslagen. Daarnaast had de werknemer recht op een financiële compensatie ter grootte van één netto maandsalaris.
Overeenkomst met België over thuiswerken tijdens coronacrisis
In navolging op de overeenkomst met Duitsland is nu ook met België een overeenkomst gesloten over de behandeling van grensarbeid en thuiswerken tijdens de coronacrisis.
Thuiswerkdagen
Doorbetaalde thuiswerkdagen worden aangemerkt als dagen die zijn gewerkt op de plaats waar de grensarbeider normaliter zijn dienstbetrekking uitoefent. Deze fictie geldt niet voor werkdagen die de grensarbeider, los van de coronamaatregelen, al thuiswerkend of in een derde land zou hebben doorgebracht. De fictie kan slechts worden toegepast voor zover het loon over de thuiswerkdagen wordt belast in de reguliere werkstaat.
Thuisblijven zonder te werken met doorbetaling van salaris
Dagen waarop de werknemer normaal zou hebben gewerkt maar nu thuisblijft zonder te werken met doorbetaling van salaris gelden als gewerkte dagen.
Thuisblijven zonder te werken met recht op een Belgische tijdelijke werkloosheidsuitkering
Inwoners van Nederland die in België werken en door de coronamaatregelen niet kunnen werken, hebben onder voorwaarden recht op een Belgische tijdelijke werkloosheidsuitkering. Dergelijke uitkeringen worden, als de dienstbetrekking in stand blijft, belast in België.
De overeenkomst is van toepassing tot 31 mei 2020 en kan daarna steeds met een maand worden verlengd.
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
De Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid is met terugwerkende kracht tot en met 16 maart 2020 in werking getreden. De wet maakt mogelijk dat algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen kunnen worden ingevoerd zonder acht te slaan op de wettelijk voorgeschreven adviezen of overleggen over het ontwerp van de regelingen. De wet vervalt op 1 september, tenzij wordt besloten tot verlenging. Dat is mogelijk per twee maanden.
De wet maakt mogelijk dat vergaderingen van rechtspersonen niet via fysieke aanwezigheid maar via videobellen kunnen worden gehouden.
Notarissen mogen, indien partijen bij een akte niet in persoon aanwezig kunnen zijn en voor het verlijden van de akte een onderhandse volmacht niet volstaat, de akte verlijden met gebruikmaking van tweezijdige audiovisuele communicatiemiddelen. De notaris maakt daarvan melding in de akte.
Wijziging Regeling compensatie transitievergoeding
De Regeling compensatie transitievergoeding is gewijzigd nog voordat deze op 1 april 2020 in werking is getreden. Door vernummering van een wetsartikel in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek moet de grondslag van de Regeling worden aangepast. Dit is gebeurd door deze nieuwe grondslag op te nemen in een nieuw artikel 1 van de Regeling.
Voorts is de beslistermijn voor het UWV voor zogenaamde oude gevallen verlengd tot zes maanden. Oude gevallen zijn die gevallen waarin de arbeidsovereenkomst is beëindigd en de transitievergoeding is betaald voor 1 april 2020 en situaties waarin het opzegverbod tijdens ziekte is verstreken voor 1 april 2020, maar de arbeidsovereenkomst pas na die datum wordt beëindigd. Ook als er een loonsanctie is opgelegd waardoor de arbeidsovereenkomst pas op of na 1 april 2020 kan worden beëindigd of de arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte niet is beëindigd omdat er nog re-integratiemogelijkheden waren, geldt de verlengde beslistermijn van zes maanden.
Overzicht wetgeving op gebied van toeslagen
De staatssecretaris van Financiën heeft aan de Tweede Kamer een overzicht gestuurd van wetgeving op het gebied van toeslagen. Bij de Kamer is inmiddels het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2021 ingediend. Dit wetsvoorstel bevat de wettelijke grondslag voor de compensatieregeling betreffende toeslagzaken.
Op korte termijn komt de staatssecretaris met een spoedwetsvoorstel dat een uitbreiding van de bestaande hardheidsclausule en de invoering van een hardheidsregeling in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen omvat. Het is de bedoeling dat dit wetsvoorstel per 1 juli 2020 in werking treedt. Met de uitbreiding van de hardheidsclausule wordt het mogelijk om tegemoet te komen aan die gevallen waarin de toepassing van wet- en regelgeving op het gebied van toeslagen leidt tot niet voorziene en niet beoogde gevolgen. Op basis van de hardheidsregeling kunnen ouders, die langer dan vijf jaar geleden zijn geconfronteerd met een hoge terugvordering, het ten onrechte teruggevorderde bedrag aan kinderopvangtoeslagen alsnog ontvangen. Ouders die met herziening of reparatie niet geholpen zijn en die in een bijzondere situatie zitten, kunnen een verzoek om compensatie indienen bij de Belastingdienst/Toeslagen.
De staatssecretaris overweegt om de wettelijke grondslag voor de compensatieregeling over te hevelen naar het spoedwetsvoorstel inzake de hardheidsregeling. Indien daartoe wordt besloten, komt er een nota van wijziging bij het spoedwetsvoorstel.
Daarnaast wordt gewerkt aan een wetsvoorstel met maatregelen ter verbetering van de uitvoering van toeslagen. Dit wetsvoorstel zal op Prinsjesdag worden ingediend.
Steunmaatregelen sportverenigingen
Het kabinet heeft drie specifieke steunmaatregelen genomen voor de sportsector. Het gaat om de volgende maatregelen:
- kwijtschelding van huur;
- stimuleringsregeling voor kleine verenigingen;
- uitbreiding van het Waarborgfonds Sport.
Kwijtschelding huur
In overleg met de gemeenten is besloten dat sportverenigingen de huur over de periode van 15 maart tot en met 15 juni niet hoeven te betalen aan de gemeente.
Stimuleringsregeling voor kleine verenigingen
Sportverenigingen met een accommodatie in eigendom hebben te maken met de vaste lasten daarvan. Veel van deze verenigingen zijn te klein om in aanmerking te komen voor de rijksbrede regelingen. Voor deze groep is een bijdrage van € 2.500 per vereniging beschikbaar.
Uitbreiding Waarborgfonds Sport
De Stichting Waarborgfonds Sport verleent borgstellingen aan banken voor leningen aan amateursportverenigingen. Het kabinet heeft hiervoor een aanvullend bedrag van € 10 miljoen beschikbaar gesteld aan het Waarborgfonds.
Aanpassingen in regeling NOW
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW) op enkele plaatsen gewijzigd.
Het betreft de regeling voor concerns met minder dan 20% omzetverlies, de instemming met openbaarmaking van bepaalde gegevens, de eis dat een binnenlands bankrekeningnummer moet worden opgegeven en het schrappen van de verplichte melding van een loonkostensubsidie.
Bij concerns met minder dan 20% omzetverlies kunnen individuele werkmaatschappijen subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van hun eigen omzetdaling. Hieraan zijn extra voorwaarden verbonden. De extra voorwaarde dat er geen personeels-bv binnen het concern mag zijn is gewijzigd. Er mag wel een personeels-bv zijn voor bijvoorbeeld het management, maar deze bv is uitgesloten van de NOW. Andere werkmaatschappijen binnen het concern kunnen de NOW aanvragen mits zij aan de voorwaarden voldoen.
Door het indienen van een NOW-aanvraag stemt de aanvrager in met het eventueel openbaar maken van informatie die hij verstrekt heeft aan het UWV. Deze automatische instemming heeft alleen betrekking op gegevens die voor transparantie over de besteding van publieke middelen van belang zijn. Bedrijfsgevoelige informatie wordt niet prijsgegeven.
De NOW kende als voorwaarde dat een werkgever met een buitenlands bankrekeningnummer binnen vier weken de aanvraag diende aan te vullen met een Nederlands bankrekeningnummer. Deze eis is vervallen omdat is gebleken dat het vrijwel onmogelijk is om aan deze termijn te voldoen.
Al eerder heeft de minister gemeld dat dubbele financiering van loonkosten voor mensen met een arbeidsbeperking onder de huidige bijzondere omstandigheden geaccepteerd wordt. Verrekening van de subsidie op grond van de NOW met de loonkostensubsidie is niet of moeilijk uitvoerbaar.
De minister heeft eerder al aangekondigd dat zal worden verduidelijkt onder welke grens geen accountantsverklaring zal worden gevraagd. Die duidelijkheid is er nog niet. De regeling zal op dit punt zo spoedig mogelijk worden aangepast.
Overzicht beroep op coronamaatregelen
De minister en de staatssecretaris van Sociale zaken en Werkgelegenheid hebben in een brief aan de Tweede Kamer een overzicht gegeven van het beroep op de coronamaatregelen NOW en Tozo.
Tot en met 30 april zijn er ongeveer 114.000 aanvragen voor de NOW ingediend. Er zijn ongeveer 104.000 aanvragen goedgekeurd en ongeveer 6.700 aanvragen afgewezen omdat deze niet aan de voorwaarden voldeden. Het totaalbedrag van de aangevraagde subsidie komt uit op € 7,2 miljard voor een periode van drie maanden.
Het aantal aanvragen voor de Tozo wordt geschat op ongeveer 343.000. Dit zijn aanvragen voor ondersteuning in levensonderhoud of voor een lening voor bedrijfskapitaal. Het overgrote deel van de aanvragen (ca. 91,5%) betreft een aanvraag voor inkomensondersteuning. Op dit moment zijn niet van alle gemeenten gegevens voorhanden. Binnenkort zal het CBS registratiecijfers over het gebruik van de Tozo publiceren. Dat moet leiden tot een nauwkeuriger beeld.
De ontwikkeling op de arbeidsmarkt is zorgelijk. Het aantal werkenden is afgenomen. Het aantal WW-uitkeringen stijgt, met name in de sectoren ‘horeca en catering’ (+224%), ‘uitzendbedrijven’ (+143%) en ‘cultuur’ (+94%). In absolute aantallen is de stijging beperkt. Het aantal WW-uitkeringen in de sectoren ‘landbouw, groenvoorziening, visserij’, ‘onderwijs’, ‘bouw’ en ‘overig’ is gedaald. De gemeenten geven aan dat ook de instroom in de bijstand is toegenomen. Een deel van de werknemers komt niet in aanmerking voor WW en zal doorstromen naar de bijstand. Er zijn nog geen exacte gegevens bekend over de omvang van de toename.
De beide bewindslieden willen de Tweede Kamer maandelijks informeren over het beroep op en het gebruik van de NOW en de Tozo.
Afwegingskader bedrijfsspecifieke overheidssteun
In deze bijzondere tijden kan het nodig zijn om buiten de bestaande generieke steunmaatregelen bedrijfsspecifieke steun te verlenen. De ministers van Economische Zaken en Klimaat en van Financiën hebben het afwegingskader voor bedrijfsspecifieke steun aan de Tweede Kamer voorgelegd. De ministers zijn van mening dat het rijk in uitzonderlijke gevallen moet bijspringen om bedrijven overeind te houden. Het gaat om gevallen waarin het publieke belang de directe ondernemingsbelangen overstijgt. Omdat er geen standaardrecept bestaat voor alle uitzonderlijke gevallen kunnen aan het afwegingskader geen verwachtingen, aanspraken of rechten door derden worden ontleend.
Volgens de ministers gelden voor het verlenen van steun aan een individueel bedrijf buiten de algemene regelingen strenge criteria. Het bedrijf moet in de kern gezond zijn en van strategisch economisch of maatschappelijk belang zijn. Het belang van steun aan een individuele onderneming zal worden afgewogen tegen de risico’s en kosten voor de overheid en het belang van de samenleving. Directe belanghebbenden bij het bedrijf moeten zoveel mogelijk bijdragen aan de oplossing van de problemen. Belanghebbenden zijn eigen- en vreemdvermogensverschaffers, leveranciers, (top)management en verhuurders.
Vervolgens zal worden beoordeeld of sprake is van een liquiditeits- of solvabiliteitsprobleem. Bij de keuze voor een oplossingsrichting telt het potentieel voor de overheid om mee te delen in de voordelen van toekomstig herstel mee. Overheidssteun aan individuele bedrijven is altijd tijdelijk van aard.
Overheidssteun betekent in de regel dat het bedrijf geen dividenden mag uitkeren, geen bonussen mag betalen, geen eigen aandelen inkoopt en geen ruime ontslagvergoedingen betaalt aan leden van de Raad van Bestuur. Bovendien wordt van bedrijven expliciet verwacht dat zij zich houden aan het in Nederland gangbare Rijnlandse model, waarin langetermijnwaardecreatie centraal staat en de belangen van betrokkenen bij de onderneming worden meegewogen. Indien nodig kunnen aanvullende voorwaarden gesteld worden.
